dinsdag, oktober 10, 2006

het ongrijpbare meisje

mystory

Goedemorgen collega-guerillalezers

Ik ben aan het ongrijpbare meisje begonnen. 'k was meteen verkocht. Het vertelstandpunt is nieuw voor mij. De oude vertelt niet het verhaal van de jonge Ricardito maar herbeleeft het. Hij neemt ons mee in de beleving. Het vreemde is dat hij opnieuw die jonge man wordt en helemaal vertelt vanuit die beleving. Alleen af en toe komt de oudere man terug aan het woord wanneer hij commentaar geeft op de dictatuur. 'Kort na of voor dit gesprek kwamen de dreigende voorspellingen van oom Ataulfo uit. Op 3 oktober 1968 pleegden de militairen onder leiding van generaal Juan Velasco Alvarado de staatsgreep die een einde maakte aan het democratische bewind van Belaunde Terry, die in ballingschap ging, en werd Peru een nieuwe militaire dictatuur ingesteld die twaalf jaar zou duren '(81). Vargas houdt helemaal niet van de vervreemdingstechniek van Bertold Brecht stelt hij in 'Aan een jonge briefschrijver'. Maar zo'n bedenkingen haalden mij uit het verhaal en maakten voor mij de verteller, de vertelstructuur en de vertelde ruimte zichtbaar. Dit is ons derde boek op rij waarin een matroesjkastructuur zit (Schaduw van de wind, Zafon, en Cloud Atlas (David Mitchell). Wat zegt dat over ons als leesgroep, over de literatuur, de maatschappij? Of heeft het geen betekenis?
De vertelde ruimte is zijn geheugen dat wel ijzersterk is want zoveel details onthouden. Vargas vindt dat je overtuigingskracht creëert door je vorm en dus ook je stijl. Ik heb de details niet gecheckt ( dat moet de voorbereidster maar doen;). Geven die details mij de indruk dat het een echte herinnering is? 'Kort na of voor het gesprek' is voor mij een overtuigende herinnering. Herinneringen zijn toch vaak doorweven met twijfel, hoe was het ook weer. Maar bij Ricardito zitten ze blijkbaar in zijn geheugen gegrift. Welke betekenis heeft dit?
De jonge Ricardito is duidelijk een liminal personage (Turner, 1995) : hij is een wees, een immigrant, het ogenschijnlijke liefje, de niet-revolutionair, de onzichtbare en geminachte minnaar, een vertaler, en leeft in het geheugenlandschap van de oudere Ricardito. Het straffe is dat hij helemaal niet wil veranderen en dat dat hetgene is wat Paul en het stoute meisje hem verwijten. Het stoute meisje ontpopt zich telkens in een andere gedaante. Terwijl de oudere Ricardito vanuit een interne matroesjka vertelt, creëert het stoute meisje telkens een andere externe matroesjka. Totnogtoe heeft Ricardito de echte matroesjka niet kunnen vinden. Bestaat dit wel? Bestaat authenticiteit wel of zijn die verschillende metamorfosen haar authenticiteit? Of is er niet meer dan de 'performances'? Ook het stoute meisje en de oude Ricardito zijn liminal personages.
Het herinneringslandschap is er eentje bevolkt door culturele iconen Pablo Neruda, André Breton, Jean Cocteau en verwijst ook naar een reeks Spaansschrijvende auteurs waarvan ik nog nooit gehoord heb. Hij verwijst naar 'huwelijksmateries' (Neruda) en l' education sentimentale' (Flaubert): ik heb ze nog niet gelezen. Ook dat culturele landschap gooit mij uit het verhaal. Ik heb het gevoel van te weinig erudiet te zijn om het verhaal volledig te kunnen beleven. Ook de politieke achtergrond is mij onbekend (ook iets voor de voorbereidster hoop ik).
De herinnering wordt opgeroepen zonder commentaar te geven. Droge en meedogenloze humor krijg je hierdoor in de gaten van dit verhaal: bv wanneer Ricardito het stoute meisje meeneemt naar het hondenkerkhof.
De parallellie tussen de 'liefdesrelatie' en het vuur van de revolutionair wordt duidelijk uitgewerkt, maar hier verwacht ik dat Vargas nog iets mee gaat doen. Dit was het vanaf pagina 81.

Geen opmerkingen: