Met ons gaat het goed
Geiger, Arno (2006). Met ons gaat het goed .Amsterdam: De Bezige Bij
Arno Geiger (2005) Es geht uns gut vertaald in 2006 door W. Hansenmet subsidies van het Goethe-Institut te Amsterdam.
Ongetwijfeld het meest zwartgallige boek dat ik ooit gelezen heb.Een gefragmenteerd verhaal dat een brij maakt van de familiegeschiedenis over drie generaties van non-communicatie, geheugenverlies, emotionele afgeslotenheid, trauma in een land dat geheugenverlies koestert: Oostenrijk. Zelf heb ik geen goede kennis van het Duits.De vertaling was te Hollands en haalde mij uit het verhaal. Uitdrukkingen zoals in mijn zak liegen, zijn mij totaal onbekend. De taal was stroef. Ik vraag mij soms af of het Nederlands nog wel een geschreven taal is, of wij niet naar het Engels (in mijn geval) als geschreven taal evolueren en het Nederlands gebruiken als lokaal patois.In ieder geval betrapte ik mij erop dat ik aandacht had voor de spelling ( ah tiens dit schrijft men aaneen), de vreemde uitdrukkingen en zinswendingen.
Te explicietOok merk ik dat ik mij steeds meer erger aan boeken die te expliciet zijn: het gefragmenteerde wordt erg duidelijk uitgelegd wanneer Ingrid naar haar favoriete film zit te kijken.
Philipp wil zich niets herinneren, en dat passiveert hem.Ook dit wordt door zijn minnares Johanna zo benoemd.
Geieger trok mij in het verhaal door de enorme gaten in de beginpagina’s.Je stelt je zoveel vagen dat je je eigen leesmotivator wordt.
Alle karakters zijn vervreemd van zichzelf, hun geliefden, hun omgeving. Zij zitten allemaal vast in hun onvermogen om te leven: de tweede generatie sterft ook fysiek.
Dit boek is geschreven in de traditie van het Verfremdungseffekt: je kunt je niet onderdompelen in het verhaal, zeker niet in de personages. Philipp die veel vertelruimte krijgt werkte mij behoorlijk op de zenuwen: doe iets, nu en onmiddellijk schreeuwden mijn zenuwen. Ik ben blijven lezen vanuit ongeloof: ergens zal hij toch wel in actie schieten, een doel vinden, zich uit zijn apathie kunnen loswrikken. Deed mij terugdenken aan mijn kot in de Blijde Inkomstraat waar ik Eline Vere van Couperus las onder mijn open dakraam, genietend van de geladen Leuvense lucht. Ik geloof dat het het enige boek is, dat door mijn kamer gevlogen is. Indien ik gekund had, dan ad ik Eline zelf van haar chaisse longue gehaald en in gang gezet. Zo’n passieve karakters drijven mijn zenuwen tot het uiterste.
Geheugen(verlies)
Hij erft het huis van zijn grootmoeder en gooit alle documenten uit het verleden weg: de ene container na de andere. Volledig tegenovergestelde van de joodse literatuur waarin het niet mogen vergeten, het koesteren van documenten centraal staan. Hier moet de herinnering weg.
Zowel privé als publieke herinneringen. Oostenrijk gaat op een vreemde manier met het verleden om.
De fouten die je zelf maakt, vergeef je je slachtoffers nooit(32)
Ons verleden is te groot om door zo’n klein land verwerkt te kunnen worden (155)
Even later krijgt ze de vrolijke inval dat ze het allemaal doet om haar kinderen ooit een mooi verleden te geven (179)
Vergeetachtigheid ontbreekt in je opsomming. Een land waarin je bij binnenkomst het verleden moet of mag afgeven, al naargelang de omstandigheden.
(waarin je beloond of bestraft wordt met vergeten, afh vd vraag v welke kant je komt, van links of van rechts, net als in het wereldspel, waarmee Peter definitief failliet is gegaan) (197)
De kinderen maakten die opmerkingen omdat ze er een mogelijkheid in zagen bij het verleden van Ingrid aan te knopen, ex negativo: wij doen het en mama doet het niet meer (304)
Vergeten is de beste knecht van de beul. Je leeft niet eens één keer (378)
Analfabetisme
Emoties en communicatie zijn onbestaand, toch hebben de personages een seksuele relatie. Dat ervaar ik als vreemd, maar goed…
De personages staan op een afstand van de werkelijkheid: zij observeren en beschrijven. Interpreteren niet, stellen hoogstens een vraag. De werkelijkheid wordt wel geproblematiseerd: wat is dat? De Donau speelt de rol van ankerpunt.
Net als de vogelverschrikkers in het komkommerveld, niet tot praten in staat (249)
Karaktertekening
De personages zijn ééndimensioneel: Richard (anti-nazi, kiest voor onzichtbaarheid tijdens wo2,politicus, orde, privé afwezig, kiespijn, dementerend) getrouwd met Alma (bijenhuis, zwijgt, leest, stelt geen vragen), Otto( zoon van, heldhaftig gestorven in wo2 op 14-jarige leeftijd), Ingrid (dochter van, trouwt met Peter en krijgt twee kinderen, conflict met vader, perfecte vrouw, arts, verdrinkt), Peter (oorlogswonde, Ingrid, kelderman, kruispuntenbeoordelaar, speelt enkel met de kinderen, ontwikkelt spel, conflict met schoonvader, vader is een nazi, moeder sterft jong), Sissi (dochter en kleindochter, geïrriteerd door vader, babbelt veel, vertrekt naar New York), Philipp (zoon, kleinzoon,passief, minnaar Johanna, geen buren, geen vrienden, eenzaam). Er zijn geen verbanden tussen de mensen en geen verbanden tussen de rondslingerende herinneringen die geen eigenaar vinden.
Als ze terugkijkt, stelt ze dezelfde fragmentering in haar eigen leven vast. Er zit geen doorlopende orde in, geen strenge chronologie. Haar leven lijkt een chaotische verzameling schijnbaar op zichzelf staande episodes, waar ook haar optreden in de film bij hoort. Ze heeft dit gedaan en dat gedaan, en alles bij elkaar heeft ze niets gedaan wat haar in de volgende episode erg veel verder geholpen heeft. (153)
Eigenlijk is Philipp op alle muren van zijn leven een randfiguur, eigenlijk bestaat alles wat hij doet uit voetnoten, en de tekst die erbij hoort ontbreekt. (…) want de gedachte dat hij alleen contact zoekt als hij niet het gevaar loopt ingepalmd te worden lijkt hem even het bewijs van zijn soevereiniteit – hoewel hij zich er tegelijkertijd van bewust is dat hij zichzelf voor de gek houdt (290)
Want het gezinsleven vernietigt de persoonlijkheid (293)
Hij weet niet wat, dat gaat hem boven de pet, maar hij maakt ongetwijfeld fouten.
Ook met nietsdoen kunnen de dingen escaleren (320)
Of ze ook momenten kent waarop de muren en vloeren en zelfs de ogenblikken afwezig zijn. (…) ik ben en blijf wie en waar ik ben, zolang het me uitkomt. (…) Omdat alleen idioten niet veranderen. Ieder verstandig mens kijkt vooruit, en om vooruit te kunnen kijken moet je weten wat er achter je ligt. Je kunt het tegendeel niet in je eigen zak liegen ( 333)
Hij heeft er niet zoveel interesse in om iets wel of niet te doen, wel of niet iets te zijn, hij is veel geïnteresseerder in de mogelijkheid met bepaalde conventionele woorden aan allerlei mogelijkheden te denken (342).
Hoewel de gedachte dat de oorlog de vader van alle dingen is helemaal niet bij iemand op mag komen, het klopt ook niet, de oorlog is helemaal nergens de vader van, alleen van nog meer oorlogen. (355)
Ik geloof dat je wel eens vaker afwijzing verwisselt met afgewezen zijn (383)
Geen fantasie:
Fantasie en verbeelding kunnen de afstomping tegen gaan. Alleen worden ze niet ingebed in de opvoeding. Philipp doet wel pogingen maar realiseert niets.
‘het beklemt hem als hij aan de fantasie denkt die hij moet opbrengen om na te gaan hoe de dingen zouden kunnen zijn geweest’ (8)
Originele vondsten: alle familieleden in klassenfoto: allemaal dezelfde leeftijd (verbeelding Philipp)(14)
n alle kamers schrijftafels, iedere schrijftafel een verhaal van een familielid (52)
Geluk
Geluk lijkt niet te vatten. Mensen staan buiten het leven.
Ik heb wel geen voeling met heimatfilms, ben nooit tuk geweest op Heidi, ook al herinner ik me wel het idyllische en onschuldige van die levenswijze. Geen enkel huwelijk of relatie kan gezien worden als een gelukkige.
Het belang van heimatfilms: alle familieleden leken acteurs in een heimatfilm, alleen de mannen niet en dat was de tragiek (8) Der Hofrat Geiger van Hans Moser en Paul Hörbiger
Weer speelt een belangrijke rol als enig gespreksonderwerp
Om je gelukkig te voelen is het noodzakelijk de dingen mooier te zien dan ze in werkelijkheid zijn, en dat vermogen gaat met klimmen der jaren niet alleen verloren, maar verkeert ook langzaam in zijn tegendeel. (20)
Wat je weggeeft is van jou, wat je houdt voor altijd verloren (47)
I
Ik heb mijn gevoel van trots, dat voor mij iets behoudt wat met onschuld te maken heeft (139)
Geluk komt toe aan mensen die kunnen wachten (141)
Als kind in een huwelijk dat stuk is moet je minstens één ding leren (naast tederheid en het vermogen een gesprek te voeren): het omgaan met onzekerheid. In een slecht huwelijk bestaat geen continuïteit. Dat scherpt de blik voor het onberekenbare. Dat moet iemand helpen (help! Help!S.O.S.) zijn leven te organiseren. (…) Stiekem wil iedereen toch graag weten hoe de toekomst zal zijn, al was het maar omdat het je dan in het heden makkelijker valt je in te beelden dat je weet wat je doet. (…) Hoe vindingrijker je probeert te zijn, Philipp,hoe meer je voor jezelf op de vlucht bent. (…) Je passiviteit is strategisch: ze moet je voor het gevaar behoeden je bloot te stellen aan dingen die niet aangenaam zijn. (…) jij denkt dat je rampen kunt ontlopen of althans je problemen kunt versimpelen door je zo weinig mogelijk te verroeren (…) en de prijs daarvoor is dat het leven aan je voorbijgaat. (189)
Als Ingrid zich voorstelt dat toen ze nog een meisje was deze kitschfilm voor haar het summum van geluk betekende in het vertrouwde landschap (255)
Zolang je jezelf hoort praten, ben je gelukkig (301)
Tijd is het hoofdpersonageTijd wordt geprblematiseerd. Peter wordt als loser voorgesteld wat cynisch is aangezien hij een spel verkoopt ‘wie kent Oostenrijk?’. Niemand blijkbaar: dat is het probleem maar aangezien Oostenrijk dit niet onder ogen wil zien, gaat hij failliet. Succes wordt gedefinieerd door het systeem. Onzichtbaarheid , neutraliteit, geschiedloosheid zijn overlevingsstrategieën.
Of ook de tijd kan vergeten voorbij te gaan, tijd die is blijven liggen, die je aan moet raken om hem weer tot verstrijken te brengen? Honderd jaar, die in een oogwenk voorbijgaan, geheel pijnloos? (205) Is dit een verwijzing naar doornroosje?
Of je een wedloop met de tijd kunt winnen? Misschien in het sprookje van de haas en de egel, door zichzelf te reproduceren(205) Ergens anders worden kinderen als de toekomst van je verleden genoemd
Maar mogelijk was het wel geweest, denkt hij. Maar ja, de verleden tijd van het mogelijke is het vergeefse (290)
Wat elders net gebeurd was, was in Oostenrijk al oude koek, en wat elders al oude koek was, was in Oostenrijk een gekoesterd heden (355)
Op zoek naar betekenisBetekenis is beangstigend. Als je je niets wenst te herinneren, dan kun je geen betekenis verlenen of toch?
Steeds hetzelfde opschrijven, tot aan de volledige afstomping toe, tot in een vrijblijvendheid waarin niets nog iets betekent (141)
Wie kent Oostenrijk?
Zo langzaam, jawel zo langzaam, inderdaad, vorm je je een beeld (324)
De situatie, in de file hutjemutje staan, bumper aan bumper, veroorzaakt een aangenaam gemeenschapsgevoel, dat des te aangenamer is omdat het tot niets verplicht (327)
Moet hij dan nu de eenzame man gaan spelen? Moet hij nu net als Alma het ene boek na het andere lezen om wijzer te worden, maar dan zonder de mogelijkheid de nieuwe wijsheid nog ergens voor te gebruiken? (204).
Zoiets wat pas in de toekomst betekenis krijgt (328)
Het is alsof met de vochtigheid langzaam ook de betekenis uit de dingen wordt geperst (369)
Leugen
Wordt de leugen een vervanging van de herinnering, de werkelijkheid, de betekenis van het leven?
Bedrog en verraad zouden een laatste opvlamming en daarmee de laatste hoop van de liefde zijn (280)
Je beheersen is ook een manier om steeds leugenachtiger te worden (288)
Nee, met ons gaat het goed, geloof ik (308)
Ook al heb ik me te pletter geërgerd aan het Nederlands en zou ik het boek geen tweede keer willen lezen, toch is het een schrijnende aanklacht tegen een land zonder geheugen, een pleidooi voor de herinnering, de toegang tot de toekomst door betekenis te geven aan het verleden. Blijkbaar moeten we leren om met het oorlogsverleden om te gaan, om met ons persoonlijk verleden om te gaan. Zolang we dat niet kunnen, belasten wij de volgende generaties, verplichten wij ze om in lege en half lege kamers te wonen. De joodse literatuur leert ons om met slachtofferschap om te gaan, maar zoals Spiegelman en Oz ons laten zien, ze confronteert ons ook met de slachtoffers van de slachtoffers.
Als lezer word je verplicht om te observeren, er buiten te staan en te ervaren wat de ongelukkige personages beleven. De kartonnen karaktertekening en het thematische, de caleidoscoop ipv een plot zorgen hiervoor.