Mag je van een crimineel (land) houden? Mag je verlangen naar het verdwijnen in haar natuur, het gezamenlijk genieten van haar cultuur? Ben je schuldig als je van haar houdt, ook al is zij ouder, pleegde ze de criminele feiten voor jouw geboorte, misbruikte zij je, wist jij niets van haar verleden en kun je de vraag stellen of zij de criminaliteit inschatte van haar daden? Als we de redenering naar analogie verder door trekken, dan kun je je afvragen of wij Duitsland hadden mogen reduceren tot object? Of wij haar hadden mogen opleggen wat wij dachten dat goed voor haar was, of dat wij met Duitsland hadden moeten gaan praten en haar de laatste keuze hadden moeten laten: de geliefde heeft recht op waardigheid en vrijheid. Dus wat is dan de rol die de geallieerden hadden moeten spelen? Hoe zit dat met onze houding nu naar Irak en Iran?
Als wij weten dat het individu of de gemeenschap de criminele identiteit verkiest boven de schaamte van de openbaarheid van een onvermogen (analfabetisme, en de slechte economische toestand in Duitsland), hoe bepaalt dat dan ons verdict, onze handelswijze?
Als wij het systeem doorzien van de leider die zijn gemeenschap ontschuldigt, hoe staan wij dan tegenover de vele gezichten van Hitler in het verleden en heden? Welke zin heeft het om enkele misdadigers te straffen? Kun je je lijden verminderen door de oorzaak van je schaamte te beschuldigen, je ervan te distantiëren?
In The reader overstijgt Schlink het anekdotische: hij stelt existentiële vragen:
wat is de relatie tussen kunst en een totalitair regime, kunstzinnigheid en criminaliteit?
Waar ligt de grens tussen de mens als object en subject? Wanneer moet je reageren?
Schlink plaatst het criminele verleden ook in de context van een prachtige natuur.
Als je het verhaal enkel lineair leest, dan ontgaat de impact van de redenering naar analogie je. Door de relatie op het Duits trauma te leggen, creëert Schlink ambiguïteit.
Het verhaal is opgebouwd als een elegie: klaagzang om wat niet meer is.
Het bestaat uit drie delen: evocatie van wat er was, tonen van het gevoel van verlies en dan verwoording van de beleving als het verlies een plaats gekregen heeft. Michaël slaagt niet echt in dit laatste aspect.
Literatuur speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Het voorlezen roept de concerten op die de gevangenen moesten geven in de kampen . Hoe schuldig ben je als je anderen hun cultuur ontneemt (eisen van de Cultuurkamer) en hen vervolgens uitnodigt om de Duitse literatuur voor te lezen? Waarom begint hij opnieuw met voorlezen?
Odysseus staat voor nostalgie: een woord dat pas in 1688 door een Zwitserse student gecreëerd werd om heimwee te beschrijven= nostos: naar huis terugkeren en algos betekent pijn. De remedie bestaat vervolgens om de zieke terug naar huis te laten gaan. Nostalgie was altijd verbonden met herinneringen, maar door de tijd kreeg het meer een betekenis in tijd dan in ruimte: verlangen naar de tijd van toen en niet meer naar een thuis.
As early as 1798, Immanuel Kant had noted that people who did return home were usually disappointed because, in fact, they did not want to return to a place, but to a time, a time of youth.Time, unlike space, cannot be returned to--ever; time is irreversible. And nostalgia becomes the reaction to that sad fact.As one critic has succinctly put this change: "Odysseus longs for home; Proust is in search of lost time."(1)
Hutcheon gaat vervolgens dieper in op het belang van de ontoegankelijkheid van het verleden en op het verschil tussen het beleefde en verbeelde verleden waarover nostalgie gaat. Vervolgens verbindt zij ironie met heimwee als de noodzakelijke tegenhanger in de herinnercultuur
If our culture really is obsessed with remembering--and forgetting--as is suggested by the astounding growth of what Huyssen calls our "memorial culture" with its "relentless museummania,"then perhaps irony is one (though only one) of the means by which to create the necessary distance and perspective on that anti-amnesiac drive.
Schlink speelt met deze thema's, die hem toelaten om zowel vanuit het perspectief van de betrokkene als vanuit het perspectief van de observator die zich distantieert, te kunnen vertellen. Door dit procédé kan hij weer dubbelzinnigheid creëren en vooral ons cliché van het verleden overhoop halen.
Als je in een rechtszaak twijfel kunt zaaien, dan mag je de beschuldigden niet veroordelen. Is dat waar Schlink naartoe wil wanneer hij het over de betrouwbaarheid van bronnen heeft?
'Wir haben es nicht gewusst' zit in het analfabetisme, in zijn beschrijving van haar getuigenis, in zijn dissectie van de herinnering. Het verhaal ontschuldigt de schuldigen en beschuldigt de onschuldigen.
Ik voelde mij ongemakkelijk bij het lezen van het boek, genoot en tegelijkertijd stribbelde ik tegen: ben ik bereid om mijn veilige interpretatie op te geven? Een prachtig, verontrustend boek
(1) Hutcheon,L. (1997)Irony, Nostalgia and the Postmodern. http://www.library.utoronto.ca/utel/criticism/hutchinp.html, gelezen 3 januari
Als wij weten dat het individu of de gemeenschap de criminele identiteit verkiest boven de schaamte van de openbaarheid van een onvermogen (analfabetisme, en de slechte economische toestand in Duitsland), hoe bepaalt dat dan ons verdict, onze handelswijze?
Als wij het systeem doorzien van de leider die zijn gemeenschap ontschuldigt, hoe staan wij dan tegenover de vele gezichten van Hitler in het verleden en heden? Welke zin heeft het om enkele misdadigers te straffen? Kun je je lijden verminderen door de oorzaak van je schaamte te beschuldigen, je ervan te distantiëren?
In The reader overstijgt Schlink het anekdotische: hij stelt existentiële vragen:
wat is de relatie tussen kunst en een totalitair regime, kunstzinnigheid en criminaliteit?
Waar ligt de grens tussen de mens als object en subject? Wanneer moet je reageren?
Schlink plaatst het criminele verleden ook in de context van een prachtige natuur.
Als je het verhaal enkel lineair leest, dan ontgaat de impact van de redenering naar analogie je. Door de relatie op het Duits trauma te leggen, creëert Schlink ambiguïteit.
Het verhaal is opgebouwd als een elegie: klaagzang om wat niet meer is.
Het bestaat uit drie delen: evocatie van wat er was, tonen van het gevoel van verlies en dan verwoording van de beleving als het verlies een plaats gekregen heeft. Michaël slaagt niet echt in dit laatste aspect.
Literatuur speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Het voorlezen roept de concerten op die de gevangenen moesten geven in de kampen . Hoe schuldig ben je als je anderen hun cultuur ontneemt (eisen van de Cultuurkamer) en hen vervolgens uitnodigt om de Duitse literatuur voor te lezen? Waarom begint hij opnieuw met voorlezen?
Odysseus staat voor nostalgie: een woord dat pas in 1688 door een Zwitserse student gecreëerd werd om heimwee te beschrijven= nostos: naar huis terugkeren en algos betekent pijn. De remedie bestaat vervolgens om de zieke terug naar huis te laten gaan. Nostalgie was altijd verbonden met herinneringen, maar door de tijd kreeg het meer een betekenis in tijd dan in ruimte: verlangen naar de tijd van toen en niet meer naar een thuis.
As early as 1798, Immanuel Kant had noted that people who did return home were usually disappointed because, in fact, they did not want to return to a place, but to a time, a time of youth.Time, unlike space, cannot be returned to--ever; time is irreversible. And nostalgia becomes the reaction to that sad fact.As one critic has succinctly put this change: "Odysseus longs for home; Proust is in search of lost time."(1)
Hutcheon gaat vervolgens dieper in op het belang van de ontoegankelijkheid van het verleden en op het verschil tussen het beleefde en verbeelde verleden waarover nostalgie gaat. Vervolgens verbindt zij ironie met heimwee als de noodzakelijke tegenhanger in de herinnercultuur
If our culture really is obsessed with remembering--and forgetting--as is suggested by the astounding growth of what Huyssen calls our "memorial culture" with its "relentless museummania,"then perhaps irony is one (though only one) of the means by which to create the necessary distance and perspective on that anti-amnesiac drive.
Schlink speelt met deze thema's, die hem toelaten om zowel vanuit het perspectief van de betrokkene als vanuit het perspectief van de observator die zich distantieert, te kunnen vertellen. Door dit procédé kan hij weer dubbelzinnigheid creëren en vooral ons cliché van het verleden overhoop halen.
Als je in een rechtszaak twijfel kunt zaaien, dan mag je de beschuldigden niet veroordelen. Is dat waar Schlink naartoe wil wanneer hij het over de betrouwbaarheid van bronnen heeft?
'Wir haben es nicht gewusst' zit in het analfabetisme, in zijn beschrijving van haar getuigenis, in zijn dissectie van de herinnering. Het verhaal ontschuldigt de schuldigen en beschuldigt de onschuldigen.
Ik voelde mij ongemakkelijk bij het lezen van het boek, genoot en tegelijkertijd stribbelde ik tegen: ben ik bereid om mijn veilige interpretatie op te geven? Een prachtig, verontrustend boek
(1) Hutcheon,L. (1997)Irony, Nostalgia and the Postmodern. http://www.library.utoronto.ca/utel/criticism/hutchinp.html, gelezen 3 januari