Hallo GL
Gisteren zijn we gaan eten bij vrienden van ons: step in de woonkamer, hometrainer in de hobbykamer. TV-kijken wordt al sportend gedaan en om 9u30 was de kokkin al aan't joggen (maar vijf kilometers want je moet langzaam opbouwen). O o. Zou je kunnen lezen op zo'n thuisfiets, op het ritme van Desai pedalen?
Lekker eten,leuke babbel. Alleen... net als je een lekker stukje steak in je mond wil stoppen beginnen ze altijd over dieet (vooral wie wel,wie niet, en wie wel maar niet goed). Ze hebben hier een ongelooflijke expertise in, ik spreek dat niet tegen, maar als je net begint...Iedere hap kan je tellertje op je voorhoofd doen tilt slaan 1598, 1699...
Ik heb net Hornby aan de kant gelegd. Hem kun je wel lezen op je thuisfiets. Tot pagina 189 heb ik het volgehouden. Zijn verhaal ontgoochelt mij omdat hij zich niet laat kennen. Hij leest en leest aan de lopende band.
Hij heeft een autistisch zoontje maar dat is niet de reden waarom hij twee boeken over autisme leest. Hij koopt veel boeken: vaak tweedehands en natuurlijk krijgt hij ook veel boeken aangeboden door de uitgeverijen. Hij toont ons de interne keuken van de literaire wereld waar iedereen iedereen kent.
In zijn verhalen heeft hij een aantal patronen verweven: zijn haat-liefde verhouding met de fictieve redacteuren van 'The Observer' die blijkbaar humorloze, veganisten zijn, hij houdt van voetbal en mist blijkbaar de oude 'pubs én hij rookt.
Het boek is opgedragen aan zijn vrouw, maar zij komt niet voor in zijn leesleven. Als vijftiger heeft hij net zijn derde zoontje gekregen.
Hij houdt niet van leeslijstjes, verkneukelt zich over recensenten die een slecht boek aanprijzen en leest daarom ook geen recente romans.
Taal staat ten dienste van het verhaal en schrijvers die de aandacht op hun ambacht vestigen, vervelen hem. Een boek dat hem niet ligt, leest hij niet (uit).
Zijn missie: If reading books is to survive as a leisure activity - and there are statistics which show that this is by no means assured - then we have to promote the joys of reading, rather than the (dubious) benefits. I would never attempt to dissuade anyone from reading a book. But please, if you're reading a book that's killing you, put it down (5-6).
De associatie van boeken met verveling, hard werk en een gevecht moet verdwijnen.
Over Dickens zegt hij: his work has survived not because he makes you think, but because he makes you feel, and he makes you laugh, and you need to know what is going to happen to his characters (7).
De klassieken hoef je niet te lezen want je wordt er niet beter noch slechter van.
We mogen niet neerkijken op de mensen die lectuur lezen want de moeilijkheidsgraad is voor iedere mens anders, afhankelijk van de belezenheid.
Waarom leest hij: omdat hij graag omgaat met lezers en hij vreest dat zij niet met hem willen omgaan; omdat hij als schrijver de inspiratie nodig heeft, om dingen te leren, om zich in te leven in de andere en om wachttijd te verdrijven.Hij heeft altijd een boek bij.
Die inleiding vond en vind ik uitstekend. Ik (h)erken zijn visie ook. Leesplezier staat voor mij gelijk aan flow van Csikszentmihalyi net moeilijk en uitdagend genoeg voor de volledige onderdompeling. Een goed boek laat je tijd, plaats en jezelf vergeten. Je kijkt niet meer naar de taal maar er doorheen en je krijgt een aanwezigheid in de fictieve wereld. Je beleeft andere werkelijkheden en leert de andere in jezelf waarderen. Als je dan uit het verhaal stapt dan kun je gaan analyseren hoe de schrijver dit verwezenlijkt heeft, zoals je na een lekkere maaltijd aan de kokkin vraagt of er room in de saus zat.
zondag, januari 21, 2007
woensdag, januari 17, 2007
Nick Hornby
Beste Guerillalezer
heb met de naam van onze leesblog zitten spelen. Had een blog leesgroep.blogspot.com heb die gedeletet omdat de info niet up-to-date was en nu krijg ik hem niet meer terug. Telkens wanneer ik leesgroep ingeef, dan verwijzen ze me naar sites waar ik een domeinnaam kan kopen. Dus dat zal wel de winst zijn zeker.
Ik ben verschillende boeken aan het lezen. John Banville: The Sea want dat is het volgende boekenclubje dat ik ga voorbereiden, The Man Without Qualities (Musil) maak daar maar een jaarprogramma van, The Inheritance of Loss, Kiran Desai roept heel veel weemoed op, zal niet zo gemakkelijk zijn en Nick Hornby: The Complete Polysyllabic Spree.
Dat laatste is een fantastisch humorische leesreis en ik ga het boven op mijn bureau leggen zodat ik het altijd zie. Tot mijn grootste verbazing heb ik immers vastgesteld dat ik opkom voor de leesautonomie van de leesgroeplezer ( lezen zoals jij wil en wat jij wil, je kiest zelf welk boek bij je leesstemming past) en ik ben hervallen in de academische, analytische leeswijze. Dit geeft aan hoe sterk ik als lezer geconditioneerd ben, en hoe ik de neiging heb om mijzelf als lezer weg te cijferen. Nick Hornby verwoordt deze starterspositie zeer goed:
I had to pretend, as reviewers do, that I had read the books outside of space, time and self - in other words, that I had to pretend that I hadn't read them when I was tired and grumpy, or drunk, that I wasn't envious of the author, that I had no personal agenda, no personal aesthetic or personal taste or personal problems, that I hadn't read other reviews of the same book already, that I didn't know who the author's friends and enemies were, that I wasn't trying to place a book with the same publisher, that I hadn't been bought lunch by the book's doe -eyed publicist. (2)
Ik vrees dat deze leesblog dus een nederige reis gaat zijn van de academisch geschoolde lezer naar de leesgroeplezer, dat deze blog helaas begint met de boeken en de analyse maar beeft voor de verwoording van de leeservaring laat staan de verhalen. Het einddoel - where the books end, the stories begin (Noble http://www.readinggroupguides.com/guides3/reading_group1.asp) blijkt moeilijker te bereiken. Daarom wou ik ook de titel veranderen: van academische lezer naar autonome lezer, naar leesgroeplezer, en ze dan naast elkaar plaatsen. De labels veranderen dan vanaf nu: academische lezer gaat over de analyse van het boek, autonome lezer gaat over mezelf al lezend, leesgroeplezer gaat over de verhalen. Is dit back to basics? Ik vraag het mij af?
Ik heb dus literatuur gestudeerd:Germaanse major Engelse literatuur, minor algemene literatuurwetenschappen. Mijn thesis ging over de veranderingen die vertalers aanbrachten in het werk van Graham Greene: veranderingen die de kwaliteit van het boek aantastten. Vandaar dat ik altijd de Engelse versie zal verkiezen.
Lezen behoorde tot de categorie 'niet werken' en 'niet behoren tot' in mijn jeugd. Ik mocht lezen met andere woorden als er echt niets anders te doen viel en echt niemand anders mee te praten viel of zo. Die prioriteiten werden mij opgelegd. Alleen mijn grootmoeder legde ze vrolijk naast haar neer: na de lunch begonnen we te lezen: Mijn eerste woordjes, Tiny, sprookjesboeken,Gazette van Antwerpen, Woman's Own, Greene maar vooral veel Agatha Christie's. Mijn grootmoeder had de boeken meestal al gelezen en terwijl we het avondeten klaarmaakten, plaagde ze me: "weet je het al, Tris?" En dan lachte ze, ze verklapte wel nooit de ontknoping of ik het nu wel of niet geraden had. Telkens als ik er ging logeren, werd ik verwelkomd door een stapeltje boeken.
Ik vermoed dat ik Germaanse gekozen heb om meer leestijd te verwerven: nu moest ik, niet werken werd nu werken. Toch heb ik nog altijd schuldgevoelens als ik overdag lees: eerst alles regelen, voorbereiden, alle belangrijke dingen afhandelen en dan pas lezen. Ik weet dat in mijn leesgroep iedereen zo leest.
Voila dat is denk ik mijn beginsituatie: lezen is tijd stelen voor jezelf, iets wat je stiekem doet, je geheim. Ik zal niet zo gauw tegen onbekenden zeggen dat ik veel en graag lees. Toen mevrouw Jacobs van de ECI-winkel me vroeg hoeveel ik dan wel las, heb ik gegokt wat aanvaardbaar was voor haar. Sorry.
Ik snap dus wel waarom ik die kritische stem de overhand gegeven heb, waarom ik zo'n humorloze toethoela presenteer. Het staat in schril contrast met onze leesgroep en om Anne te citeren : het is een stem, maar ik herken jou er niet in. Dus nog een thema voor mijn psychiater!
Maar een blog is publiek en nu moet ik dus uit mijn leeshol kruipen en toegeven dat ik zelfs kan genieten van de tekst op het potje confituur.
Nick Hornby( Hij heeft al een nieuw boek uit Housekeeping vs the dirt) toont meer mijn leesstijl. Ook ik zou het moeilijk hebben en tegelijkertijd volledig akkoord gaan met de enige stelregel van The believer (http://www.believermag.com) : Thou shalt not slag anyone off (pag 3). Dat lijkt mij al een revolutie in het genre van de literaire kritiek of in mijn perceptie ervan. Nee? In ieder geval is het tijdschrift uitgelachen door de andere recensenten (3).
Hornby bekent ook zijn gecompromitteerde positie: hij verdient geld met zijn recensies. Tja, ik vind ook dat ik door mijn doctoraat over leesgroepen te doen, mij in een moeilijk parket gemanoeuvreerd heb: vrije tijd wordt werk. Ik weet het, meer voer voor mijn spisteke.
heb met de naam van onze leesblog zitten spelen. Had een blog leesgroep.blogspot.com heb die gedeletet omdat de info niet up-to-date was en nu krijg ik hem niet meer terug. Telkens wanneer ik leesgroep ingeef, dan verwijzen ze me naar sites waar ik een domeinnaam kan kopen. Dus dat zal wel de winst zijn zeker.
Ik ben verschillende boeken aan het lezen. John Banville: The Sea want dat is het volgende boekenclubje dat ik ga voorbereiden, The Man Without Qualities (Musil) maak daar maar een jaarprogramma van, The Inheritance of Loss, Kiran Desai roept heel veel weemoed op, zal niet zo gemakkelijk zijn en Nick Hornby: The Complete Polysyllabic Spree.
Dat laatste is een fantastisch humorische leesreis en ik ga het boven op mijn bureau leggen zodat ik het altijd zie. Tot mijn grootste verbazing heb ik immers vastgesteld dat ik opkom voor de leesautonomie van de leesgroeplezer ( lezen zoals jij wil en wat jij wil, je kiest zelf welk boek bij je leesstemming past) en ik ben hervallen in de academische, analytische leeswijze. Dit geeft aan hoe sterk ik als lezer geconditioneerd ben, en hoe ik de neiging heb om mijzelf als lezer weg te cijferen. Nick Hornby verwoordt deze starterspositie zeer goed:
I had to pretend, as reviewers do, that I had read the books outside of space, time and self - in other words, that I had to pretend that I hadn't read them when I was tired and grumpy, or drunk, that I wasn't envious of the author, that I had no personal agenda, no personal aesthetic or personal taste or personal problems, that I hadn't read other reviews of the same book already, that I didn't know who the author's friends and enemies were, that I wasn't trying to place a book with the same publisher, that I hadn't been bought lunch by the book's doe -eyed publicist. (2)
Ik vrees dat deze leesblog dus een nederige reis gaat zijn van de academisch geschoolde lezer naar de leesgroeplezer, dat deze blog helaas begint met de boeken en de analyse maar beeft voor de verwoording van de leeservaring laat staan de verhalen. Het einddoel - where the books end, the stories begin (Noble http://www.readinggroupguides.com/guides3/reading_group1.asp) blijkt moeilijker te bereiken. Daarom wou ik ook de titel veranderen: van academische lezer naar autonome lezer, naar leesgroeplezer, en ze dan naast elkaar plaatsen. De labels veranderen dan vanaf nu: academische lezer gaat over de analyse van het boek, autonome lezer gaat over mezelf al lezend, leesgroeplezer gaat over de verhalen. Is dit back to basics? Ik vraag het mij af?
Ik heb dus literatuur gestudeerd:Germaanse major Engelse literatuur, minor algemene literatuurwetenschappen. Mijn thesis ging over de veranderingen die vertalers aanbrachten in het werk van Graham Greene: veranderingen die de kwaliteit van het boek aantastten. Vandaar dat ik altijd de Engelse versie zal verkiezen.
Lezen behoorde tot de categorie 'niet werken' en 'niet behoren tot' in mijn jeugd. Ik mocht lezen met andere woorden als er echt niets anders te doen viel en echt niemand anders mee te praten viel of zo. Die prioriteiten werden mij opgelegd. Alleen mijn grootmoeder legde ze vrolijk naast haar neer: na de lunch begonnen we te lezen: Mijn eerste woordjes, Tiny, sprookjesboeken,Gazette van Antwerpen, Woman's Own, Greene maar vooral veel Agatha Christie's. Mijn grootmoeder had de boeken meestal al gelezen en terwijl we het avondeten klaarmaakten, plaagde ze me: "weet je het al, Tris?" En dan lachte ze, ze verklapte wel nooit de ontknoping of ik het nu wel of niet geraden had. Telkens als ik er ging logeren, werd ik verwelkomd door een stapeltje boeken.
Ik vermoed dat ik Germaanse gekozen heb om meer leestijd te verwerven: nu moest ik, niet werken werd nu werken. Toch heb ik nog altijd schuldgevoelens als ik overdag lees: eerst alles regelen, voorbereiden, alle belangrijke dingen afhandelen en dan pas lezen. Ik weet dat in mijn leesgroep iedereen zo leest.
Voila dat is denk ik mijn beginsituatie: lezen is tijd stelen voor jezelf, iets wat je stiekem doet, je geheim. Ik zal niet zo gauw tegen onbekenden zeggen dat ik veel en graag lees. Toen mevrouw Jacobs van de ECI-winkel me vroeg hoeveel ik dan wel las, heb ik gegokt wat aanvaardbaar was voor haar. Sorry.
Ik snap dus wel waarom ik die kritische stem de overhand gegeven heb, waarom ik zo'n humorloze toethoela presenteer. Het staat in schril contrast met onze leesgroep en om Anne te citeren : het is een stem, maar ik herken jou er niet in. Dus nog een thema voor mijn psychiater!
Maar een blog is publiek en nu moet ik dus uit mijn leeshol kruipen en toegeven dat ik zelfs kan genieten van de tekst op het potje confituur.
Nick Hornby( Hij heeft al een nieuw boek uit Housekeeping vs the dirt) toont meer mijn leesstijl. Ook ik zou het moeilijk hebben en tegelijkertijd volledig akkoord gaan met de enige stelregel van The believer (http://www.believermag.com) : Thou shalt not slag anyone off (pag 3). Dat lijkt mij al een revolutie in het genre van de literaire kritiek of in mijn perceptie ervan. Nee? In ieder geval is het tijdschrift uitgelachen door de andere recensenten (3).
Hornby bekent ook zijn gecompromitteerde positie: hij verdient geld met zijn recensies. Tja, ik vind ook dat ik door mijn doctoraat over leesgroepen te doen, mij in een moeilijk parket gemanoeuvreerd heb: vrije tijd wordt werk. Ik weet het, meer voer voor mijn spisteke.
woensdag, januari 03, 2007
The Reader Bernard Schlink
Mag je van een crimineel (land) houden? Mag je verlangen naar het verdwijnen in haar natuur, het gezamenlijk genieten van haar cultuur? Ben je schuldig als je van haar houdt, ook al is zij ouder, pleegde ze de criminele feiten voor jouw geboorte, misbruikte zij je, wist jij niets van haar verleden en kun je de vraag stellen of zij de criminaliteit inschatte van haar daden? Als we de redenering naar analogie verder door trekken, dan kun je je afvragen of wij Duitsland hadden mogen reduceren tot object? Of wij haar hadden mogen opleggen wat wij dachten dat goed voor haar was, of dat wij met Duitsland hadden moeten gaan praten en haar de laatste keuze hadden moeten laten: de geliefde heeft recht op waardigheid en vrijheid. Dus wat is dan de rol die de geallieerden hadden moeten spelen? Hoe zit dat met onze houding nu naar Irak en Iran?
Als wij weten dat het individu of de gemeenschap de criminele identiteit verkiest boven de schaamte van de openbaarheid van een onvermogen (analfabetisme, en de slechte economische toestand in Duitsland), hoe bepaalt dat dan ons verdict, onze handelswijze?
Als wij het systeem doorzien van de leider die zijn gemeenschap ontschuldigt, hoe staan wij dan tegenover de vele gezichten van Hitler in het verleden en heden? Welke zin heeft het om enkele misdadigers te straffen? Kun je je lijden verminderen door de oorzaak van je schaamte te beschuldigen, je ervan te distantiëren?
In The reader overstijgt Schlink het anekdotische: hij stelt existentiële vragen:
wat is de relatie tussen kunst en een totalitair regime, kunstzinnigheid en criminaliteit?
Waar ligt de grens tussen de mens als object en subject? Wanneer moet je reageren?
Schlink plaatst het criminele verleden ook in de context van een prachtige natuur.
Als je het verhaal enkel lineair leest, dan ontgaat de impact van de redenering naar analogie je. Door de relatie op het Duits trauma te leggen, creëert Schlink ambiguïteit.
Het verhaal is opgebouwd als een elegie: klaagzang om wat niet meer is.
Het bestaat uit drie delen: evocatie van wat er was, tonen van het gevoel van verlies en dan verwoording van de beleving als het verlies een plaats gekregen heeft. Michaël slaagt niet echt in dit laatste aspect.
Literatuur speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Het voorlezen roept de concerten op die de gevangenen moesten geven in de kampen . Hoe schuldig ben je als je anderen hun cultuur ontneemt (eisen van de Cultuurkamer) en hen vervolgens uitnodigt om de Duitse literatuur voor te lezen? Waarom begint hij opnieuw met voorlezen?
Odysseus staat voor nostalgie: een woord dat pas in 1688 door een Zwitserse student gecreëerd werd om heimwee te beschrijven= nostos: naar huis terugkeren en algos betekent pijn. De remedie bestaat vervolgens om de zieke terug naar huis te laten gaan. Nostalgie was altijd verbonden met herinneringen, maar door de tijd kreeg het meer een betekenis in tijd dan in ruimte: verlangen naar de tijd van toen en niet meer naar een thuis.
As early as 1798, Immanuel Kant had noted that people who did return home were usually disappointed because, in fact, they did not want to return to a place, but to a time, a time of youth.Time, unlike space, cannot be returned to--ever; time is irreversible. And nostalgia becomes the reaction to that sad fact.As one critic has succinctly put this change: "Odysseus longs for home; Proust is in search of lost time."(1)
Hutcheon gaat vervolgens dieper in op het belang van de ontoegankelijkheid van het verleden en op het verschil tussen het beleefde en verbeelde verleden waarover nostalgie gaat. Vervolgens verbindt zij ironie met heimwee als de noodzakelijke tegenhanger in de herinnercultuur
If our culture really is obsessed with remembering--and forgetting--as is suggested by the astounding growth of what Huyssen calls our "memorial culture" with its "relentless museummania,"then perhaps irony is one (though only one) of the means by which to create the necessary distance and perspective on that anti-amnesiac drive.
Schlink speelt met deze thema's, die hem toelaten om zowel vanuit het perspectief van de betrokkene als vanuit het perspectief van de observator die zich distantieert, te kunnen vertellen. Door dit procédé kan hij weer dubbelzinnigheid creëren en vooral ons cliché van het verleden overhoop halen.
Als je in een rechtszaak twijfel kunt zaaien, dan mag je de beschuldigden niet veroordelen. Is dat waar Schlink naartoe wil wanneer hij het over de betrouwbaarheid van bronnen heeft?
'Wir haben es nicht gewusst' zit in het analfabetisme, in zijn beschrijving van haar getuigenis, in zijn dissectie van de herinnering. Het verhaal ontschuldigt de schuldigen en beschuldigt de onschuldigen.
Ik voelde mij ongemakkelijk bij het lezen van het boek, genoot en tegelijkertijd stribbelde ik tegen: ben ik bereid om mijn veilige interpretatie op te geven? Een prachtig, verontrustend boek
(1) Hutcheon,L. (1997)Irony, Nostalgia and the Postmodern. http://www.library.utoronto.ca/utel/criticism/hutchinp.html, gelezen 3 januari
Als wij weten dat het individu of de gemeenschap de criminele identiteit verkiest boven de schaamte van de openbaarheid van een onvermogen (analfabetisme, en de slechte economische toestand in Duitsland), hoe bepaalt dat dan ons verdict, onze handelswijze?
Als wij het systeem doorzien van de leider die zijn gemeenschap ontschuldigt, hoe staan wij dan tegenover de vele gezichten van Hitler in het verleden en heden? Welke zin heeft het om enkele misdadigers te straffen? Kun je je lijden verminderen door de oorzaak van je schaamte te beschuldigen, je ervan te distantiëren?
In The reader overstijgt Schlink het anekdotische: hij stelt existentiële vragen:
wat is de relatie tussen kunst en een totalitair regime, kunstzinnigheid en criminaliteit?
Waar ligt de grens tussen de mens als object en subject? Wanneer moet je reageren?
Schlink plaatst het criminele verleden ook in de context van een prachtige natuur.
Als je het verhaal enkel lineair leest, dan ontgaat de impact van de redenering naar analogie je. Door de relatie op het Duits trauma te leggen, creëert Schlink ambiguïteit.
Het verhaal is opgebouwd als een elegie: klaagzang om wat niet meer is.
Het bestaat uit drie delen: evocatie van wat er was, tonen van het gevoel van verlies en dan verwoording van de beleving als het verlies een plaats gekregen heeft. Michaël slaagt niet echt in dit laatste aspect.
Literatuur speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Het voorlezen roept de concerten op die de gevangenen moesten geven in de kampen . Hoe schuldig ben je als je anderen hun cultuur ontneemt (eisen van de Cultuurkamer) en hen vervolgens uitnodigt om de Duitse literatuur voor te lezen? Waarom begint hij opnieuw met voorlezen?
Odysseus staat voor nostalgie: een woord dat pas in 1688 door een Zwitserse student gecreëerd werd om heimwee te beschrijven= nostos: naar huis terugkeren en algos betekent pijn. De remedie bestaat vervolgens om de zieke terug naar huis te laten gaan. Nostalgie was altijd verbonden met herinneringen, maar door de tijd kreeg het meer een betekenis in tijd dan in ruimte: verlangen naar de tijd van toen en niet meer naar een thuis.
As early as 1798, Immanuel Kant had noted that people who did return home were usually disappointed because, in fact, they did not want to return to a place, but to a time, a time of youth.Time, unlike space, cannot be returned to--ever; time is irreversible. And nostalgia becomes the reaction to that sad fact.As one critic has succinctly put this change: "Odysseus longs for home; Proust is in search of lost time."(1)
Hutcheon gaat vervolgens dieper in op het belang van de ontoegankelijkheid van het verleden en op het verschil tussen het beleefde en verbeelde verleden waarover nostalgie gaat. Vervolgens verbindt zij ironie met heimwee als de noodzakelijke tegenhanger in de herinnercultuur
If our culture really is obsessed with remembering--and forgetting--as is suggested by the astounding growth of what Huyssen calls our "memorial culture" with its "relentless museummania,"then perhaps irony is one (though only one) of the means by which to create the necessary distance and perspective on that anti-amnesiac drive.
Schlink speelt met deze thema's, die hem toelaten om zowel vanuit het perspectief van de betrokkene als vanuit het perspectief van de observator die zich distantieert, te kunnen vertellen. Door dit procédé kan hij weer dubbelzinnigheid creëren en vooral ons cliché van het verleden overhoop halen.
Als je in een rechtszaak twijfel kunt zaaien, dan mag je de beschuldigden niet veroordelen. Is dat waar Schlink naartoe wil wanneer hij het over de betrouwbaarheid van bronnen heeft?
'Wir haben es nicht gewusst' zit in het analfabetisme, in zijn beschrijving van haar getuigenis, in zijn dissectie van de herinnering. Het verhaal ontschuldigt de schuldigen en beschuldigt de onschuldigen.
Ik voelde mij ongemakkelijk bij het lezen van het boek, genoot en tegelijkertijd stribbelde ik tegen: ben ik bereid om mijn veilige interpretatie op te geven? Een prachtig, verontrustend boek
(1) Hutcheon,L. (1997)Irony, Nostalgia and the Postmodern. http://www.library.utoronto.ca/utel/criticism/hutchinp.html, gelezen 3 januari
canon
GL
Behoort de misdaadroman tot onze leeslijst. Ik zie hem niet. Wat zegt dit over onze leesautonomie? Zou Godenspelen van Vikram Chandra voorgesteld kunnen worden?
'Oh nee', riep hij uit, ga je nu genreliteratuur schrijven? Wat moet ik daar nu mee?' En dit terwijl de misdaadroman volgens mij de enige moderne toevoeging is aan de traditionele canon. Liefdeshistoires, oorlogsverhalen, tragedies of komedies, in de Griekse Oudheid waren die er ook al, maar de misdaadroman niet. Die ontstaond pas na de verlichting, toen men op een rationele manier op zoek ging naar de dader en zijn drijfveren. En laat het nu net die moderne vorm zijn waar het Westen op neerkijkt.
Vikram Chandra geïnterviewd doorMarnix Verplancke
Verplancke, M.In Bombay is alles mogelijk , De Morgen 3 januari 2007: 8-9
Behoort de misdaadroman tot onze leeslijst. Ik zie hem niet. Wat zegt dit over onze leesautonomie? Zou Godenspelen van Vikram Chandra voorgesteld kunnen worden?
'Oh nee', riep hij uit, ga je nu genreliteratuur schrijven? Wat moet ik daar nu mee?' En dit terwijl de misdaadroman volgens mij de enige moderne toevoeging is aan de traditionele canon. Liefdeshistoires, oorlogsverhalen, tragedies of komedies, in de Griekse Oudheid waren die er ook al, maar de misdaadroman niet. Die ontstaond pas na de verlichting, toen men op een rationele manier op zoek ging naar de dader en zijn drijfveren. En laat het nu net die moderne vorm zijn waar het Westen op neerkijkt.
Vikram Chandra geïnterviewd doorMarnix Verplancke
Verplancke, M.In Bombay is alles mogelijk , De Morgen 3 januari 2007: 8-9
dinsdag, januari 02, 2007
The Reader
We hebben dit boek al besproken in 1997. Niet dat dit een argument is om het boek niet nog eens te bespreken. Zeker in de actuele politieke context lijkt dit een waardevol boek.
ik herinner mij de leesgroep niet meer, maar hier is een link naar vragen
http://www.randomhouse.com/vintage/read/reader/
opvallend in deze leesgroep is de afwezigheid van het persoonlijke.
Waarop ik zou focussen is, hoe het verhaal van Michaël en Hanna, de schuld van de tweede en eerste generatie becommentarieert en tegenspreekt, hoe de verteller de betrouwbaarheid van bronnen -van documenten, tot getuigenissen, naar herinneringen en zelfs vonnissen - in twijfel trekt. Welk voordeel heeft iemand om de 'waarheid' te vertellen of te verdraaien of strategisch feiten te presenteren. Wanneer is iets waar, voor ons?
OOk zou ik aandacht besteden aan de leeservaring op zich: de weerspiegeling van de gespleten houding van de verteller, het plaatsen naast andere verhalen over de tweede wereldoorlog, het verlangen naar een verbeeld verleden.
Ik zou ook ingaan op de geciteerde werken en bekijken of je deze schrijvers kon lezen tijdens de oorlog, wat de functie van het voorlezen en naderhand het lezen in dit verhaal is, voor Hanna maar ook voor ons nu.
Uiteraard zou ik de roman ook bekijken vanuit het perspectief van de bildungsroman: van zieke, tot minnaar, tot voorlezer, student,organisator, adolescent met een geheim leven, toeschouwer, rechter, schrijver.
Ik zou ook de momenten van liminality belichten.
Hanna's analfabetisme is de voedingsbodem voor Michaëls schrijversschap.
De redenering naar analogie volgend, vraag ik mij af welke vermogens wij ontwikkeld hebben naar aanleiding van Duitslands onvermogen?
ik herinner mij de leesgroep niet meer, maar hier is een link naar vragen
http://www.randomhouse.com/vintage/read/reader/
opvallend in deze leesgroep is de afwezigheid van het persoonlijke.
Waarop ik zou focussen is, hoe het verhaal van Michaël en Hanna, de schuld van de tweede en eerste generatie becommentarieert en tegenspreekt, hoe de verteller de betrouwbaarheid van bronnen -van documenten, tot getuigenissen, naar herinneringen en zelfs vonnissen - in twijfel trekt. Welk voordeel heeft iemand om de 'waarheid' te vertellen of te verdraaien of strategisch feiten te presenteren. Wanneer is iets waar, voor ons?
OOk zou ik aandacht besteden aan de leeservaring op zich: de weerspiegeling van de gespleten houding van de verteller, het plaatsen naast andere verhalen over de tweede wereldoorlog, het verlangen naar een verbeeld verleden.
Uiteraard zou ik de roman ook bekijken vanuit het perspectief van de bildungsroman: van zieke, tot minnaar, tot voorlezer, student,organisator, adolescent met een geheim leven, toeschouwer, rechter, schrijver.
Ik zou ook de momenten van liminality belichten.
Hanna's analfabetisme is de voedingsbodem voor Michaëls schrijversschap.
De redenering naar analogie volgend, vraag ik mij af welke vermogens wij ontwikkeld hebben naar aanleiding van Duitslands onvermogen?
The Reader Bernard Schlink
Het is moeilijk om je voor te stellen dat Arno Geiger dit boek niet gelezen heeft vooraleer hij zijn 'met ons gaat het goed' geschreven heeft. Schlink publiceerde zijn 'voorlezer' in 1995. Ik heb het kunnen kopen in 2005 in Waterstone's (Welcome to Waterstones.com)in Oxford (één van mijn favoriete boekhandels). Ik heb zo'n lijstje van boeken - al dan niet gelezen -die ik in mijn bibliotheek wil hebben. Uit ervaring weet ik dat het bijna onmogelijk is, om oudere boeken te kopen in Vlaamse boekhandels. Blijkbaar kunnen of willen zij hierin niet investeren.
Dit roept toch enkele vragen op. Welke functies willen boekhandels vervullen in de biotoop van de lezer? In eigen biotoop van boekverkopers? Waarom zou ik als lezer naar een boekhandel gaan en niet naar een grootwarenhuis of een krantenwinkel? Zijn zij nog mediatoren, 'book lovers', of zijn ze gewoon 'koffiehandelaren'? Ik heb nog altijd zo'n idee dat een boekhandelaar een verwoed lezer moet zijn, zoals de oude man in de overdekte markt in Oxford(http://www.chem.ox.ac.uk/oxfordtour/coveredmarket/) die Engelse literatuur aan 1 pond verkocht. Hij was altijd aan het lezen, bekeek je nauwelijks. Maar ik vraag me af of dat winkeltje nog bestaat, de laatste keer kon ik het niet meer vinden Ben's Cookies daarentegen...
Een tweede vaststelling gaat over de levensduur van een boek: Geiger zal kort zijn, maar Schlink gaat al 12 jaar mee en zal nog langer als ijkboek overleven. Waar hoort zo'n boek dan thuis? Bibliotheek, persoonlijke bibliotheek of...
Ik heb het herlezen en vind het nog steeds een adembenemend boek: hoe hij als 15-jarige jongen verliefd wordt op een oudere vrouw, die hele zintuiglijke ervaring. Hoe hij aan haar voorleest, zij opgaat in de verhalen. Hoe hij verstrikt geraakt in zijn schuldgevoel voor iets wat hij niet gedaan heeft, maar waarvoor hij wel de schuld op zich neemt opdat hij terug bij haar kan zijn, hoe hij zijn eigen identiteit ontwikkelt en in vraag stelt, hoe die ervaring het masterpatroon voor zijn leven wordt.
Citaten zijn belangrijke kapstokken in een leesgroep. Ik gebruik er eentje dat mijn vervreemding van de Nederlandse literatuur verwoordt:
And as always, the alien language, unmastered and struggled over, created a strange combination of distance and immediacy. One worked through the book with particular thoroughness and yet did not make it one's own (117)
Ik herken deze beleving: allen moet ik met enig ongemak (schaamte) toegeven dat ik dit gevoel vaak ervaar wanneer ik in het Nederlands lees. Engels geeft mij een immediacy, een onmiddellijkheid waarbij ik niet meer stilsta. Vertaalde werken maar ook boeken met Nederlands als brontaal leiden altijd tot gemopper.
In dit verhaal is deze zin niet zo onschuldig: je zou het kunnen interpreteren als goedkeuring van boekverbranding, verdediging van een literair patritisme, zelfs nationalisme.
Schlink tracteert ons op een prachtige anatomie van de herinnering
Herinneringen zijn zintuiglijk, blijven hem achtervolgen in zijn dromen. De details van de herinneringen maken duidelijk hoeveel impact de relatie op hem gemaakt heeft. OOk laat hij zien hoe zijn herinneringen op zijn betekenisgeving en zijn ervaringen gebaseerd zijn. De opbouw van het verhaal bestaat uit drie delen: zijn herinneringen als puber die een relatie heeft met de 36-jarige Hanna (17 hfdstk); het afgestompte van het herinneringsloze als prille student en de reactivering van de herinneringen tijdens het proces en de gevolgen van de herinneringen voor het verdict ((17 hfdstk); Michaël als voorlezer voor de gevangene Hanna tot aan haar vrijlating/ zelfmoord (12 hfdstk) .
Her face as it was then has been overlaid in my memory by the faces she had later. If I see her in my mind's eye as she was then, she doesn't have a face at all, and I have to reconstruct it. (...) I know that I found it beautiful. But I cannot recapture its beauty (10)
It was more as if she had withdrawn into her own body, and left it to itself and its own quiet rhythms, unbothered by any input from her mind, oblivious to the outside world (...) a seductiveness that had nothing to do with breasts and hips and legs, but that was an invitation to forget the world in the recesses of the body (14)
Sometimes the memory of happiness cannot stay true because it ended unhappily. Because happiness is only real if it lasts forever? Because things always end painfully if they contained pain? conscious or unconscious, all along? But what is unconscious, unrecognized pain? (36)
It is one of the pictures of Hanna that has stayed with me. Ihave them stored away, I can project them on a mental screen and watch them, unchanged, unconsumed (60)
But at a certain point the memory stopped accompanying me wherever I went. She stayed behind, the way a city stays behind as a train pulls out of the station. It's there, somewhere behind you, and you could go back and make sure of it (86)
Michaël besluit dat hij zich nooit meer zal laten vernederen de schuld op zich zal nemen voor dingen die hij niet gedaan heeft, nooit meer van iemand te houden die hem pijn kan doen als zij hem verlaat. Hij voelt zich onkwetsbaar en overgevoelig tegelijkertijd.
I recognized her, but I felt nothing (93)
But the memory was like a retrieved file. I felt nothing (98)
The anaesthetic functioned not only in the courtroom, and not only to allow me to see Hanna as if it was someone else who had loved and desired her, someone I knew well but who wasn't me. In every part of my life, too, I stood outside myself and watched (99)
When I think today about those years, I realize how little direct observation there actually was, how few photographs that made life and murder in the camps real. ( ...) Today there are so many books and films that the world of the camps is part of our collective imagination and completes our ordinary everyday one. Our imagination knows its way around in it, and since the television series Holocaust and movies like Sophie's Choice and especially Schindler's list, actually moves in it, not just registering, but supplementing and embellishing it. (...) The few images derived from allied photographs and the testimony of survivors flashed on the mind again and again, until they froze into clichés (147)
Ziekte en verbeelding
Hier zijn we weer in de liminal phase van Turner.
Being ill when you are a child or growing up is such an enchanted interlude! The outside world, the world of free time in the yard or the garden or on the street, is only a distant murmur in the sickroom. Inside, a whole world of characters and stories proliferates out of the books you read. The fever that weakens your perception as it sharpens your imagination turns the sickroom into someplace new, both familiar and strange (...) These hours without sleep, which is not to say that they're sleepless, because on the contrary, they're not about lack of anything, they're rich and full. Desires, memories, fears, passions form labyrinths in which we lose and find and then lose ourselves again. They are hours when anything is possible, good or bad.
This passes as you get better. But if the illness has lasted long enough (...) you are still trapped in the labyrinth (16)
Verantwoordelijkheid
I don't mean to say that thinking and reaching decisions have no influence on behaviour. But behaviour does not merely enact whatever has already been thought through and decided. It has its own sources, and is my behaviour, quite independently, just as my thoughts are my thoughts and my decisions my decisions. (18)
To this day, after spending the night with a woman, I feel I've been indulged and I must make it up somehow - to her by trying at least to love her, and to the world by facing up to it. (25)
But that some few would be convicted and punished while we of the second generation were silenced by revulsion, shame, and guilt - was that all there was to it now? (102)
so what would you have done? (110)
We couldn't just let them escape! We were responsible for them (126)
Schuld
In dit boek is schuld geen objectief begrip. Schuld is onderhandelbaar. Je kunt ervoor kiezen om schuldig te pleiten voor zaken die je niet gedaan hebt.Hier moeten we zeker de link leggen met een totalitair regime.
I took all the blame. I admitted mistakes I hadn't made, intentions I'd never had. Sometimes I begged her to be good to me again, to forgive me and love me. Sometimes I had the feeling that she hurt herself when she turned cold and rigid. As if what she was yearning for was the warmth of my apologies, protestations, and entreaties. (48)
We all condemned are parents to shame, even if the only charge we could bring was that after 1945 they had tolerated the perpetrators in their midst (90)
If Hanna's motive was fear of exposure - why opt for the horrible exposure as a criminal over the harmless exposure as an illiterate? (132)
And if I was not guilty because one cannot be guiltu of betraying a criminal, then I was guilty of having loved a criminal? (133)
Besides, the existence of a leader exonerated the villagers (135)
But with adults I unfortunately see no justification for setting other people's views of what is good for them above their own ideas of what is good for themselves'
Not even if they themselves would be happy about it later?
He shook his head 'We're not talking about happiness, we're talking about dignity and freedom (141) mens als object: de andere beslist wat goed voor je is: totalitaire staat.
Of course one must act if the situation (...) is one of accrued or inherited responsability. If one knows what is good for another person who in turn is blind to it, then one must try to open his eyes. One has to leave him the last word, but one must talk to him - to him and not to someone else behind his back (142)
Interessant om dit tegenover Saramago en 'De stad der blinden' te plaatsen.
I wanted simultaneously to understand Hanna's crime and to condemn it. (156)
I was no longer upset at having been left, deceived, and used by Hanna. I no longer had to meddle with her. I felt the numbness with which I had followed the horrors of the trial settling over the emotions and thoughts of the past few weeks. It would be too much to say I was happy about this. But I felt it was right. It allowed me to return to and continue to live my everyday life (159)
Whatever validity the concept of collective guilt may or may not have, morally and legally - for my generation of students it was a lived reality (167)
But love of our parents is the only love for which we are not responsible. A,d perhaps we are responsible even for the love we feel for our parents. I envied other students back then who had dissociated themselves from their parents and thus from the entire generation of perpetrators, voyeurs, and the wilfully blind, accommodators and accepters, thereby overcoming perhaps not their shame, but at least their suffering because of the shame. (169)
Now escape involves not just running away, but arriving somewhere. (178)
Hanna became the court before which once again I concentrated all my energies, all my creativity, all my critical imagination. After that, I could send the manuscript to the publisher. (183)
I had granted Hanna a small niche, certainly an important niche, one from which I gained something and for which I did something, but not a place in my life. (196)
And you know, when no one understands you, then no one can call you to account (...) But the dead can (196)
The guarantee that the written one is the right one lies in the fact that I wrote it and not the other versions. The written version wanted to be written, the many others did not. (...)
For the last few years I've left our story alone. I've made peace with it. And it came back, detail by detail (...) But I think it is true, and thus the question of whether it is sad or happy has no meaning whatever ( 215)
The geological layers of our lives rest so tightly one on top of the other that we always come up against earlier events in later ones, not as matter that has been fully formed and pushed aside, but absolutely present and alive (216)
Opzoeken
Memoirs of a good for nothing, Eichendorff
Schrink, B
25th impression 2004
vertaling Carol Brown Janeway
London: Orion Books
Dit roept toch enkele vragen op. Welke functies willen boekhandels vervullen in de biotoop van de lezer? In eigen biotoop van boekverkopers? Waarom zou ik als lezer naar een boekhandel gaan en niet naar een grootwarenhuis of een krantenwinkel? Zijn zij nog mediatoren, 'book lovers', of zijn ze gewoon 'koffiehandelaren'? Ik heb nog altijd zo'n idee dat een boekhandelaar een verwoed lezer moet zijn, zoals de oude man in de overdekte markt in Oxford(http://www.chem.ox.ac.uk/oxfordtour/coveredmarket/) die Engelse literatuur aan 1 pond verkocht. Hij was altijd aan het lezen, bekeek je nauwelijks. Maar ik vraag me af of dat winkeltje nog bestaat, de laatste keer kon ik het niet meer vinden Ben's Cookies daarentegen...
Een tweede vaststelling gaat over de levensduur van een boek: Geiger zal kort zijn, maar Schlink gaat al 12 jaar mee en zal nog langer als ijkboek overleven. Waar hoort zo'n boek dan thuis? Bibliotheek, persoonlijke bibliotheek of...
Ik heb het herlezen en vind het nog steeds een adembenemend boek: hoe hij als 15-jarige jongen verliefd wordt op een oudere vrouw, die hele zintuiglijke ervaring. Hoe hij aan haar voorleest, zij opgaat in de verhalen. Hoe hij verstrikt geraakt in zijn schuldgevoel voor iets wat hij niet gedaan heeft, maar waarvoor hij wel de schuld op zich neemt opdat hij terug bij haar kan zijn, hoe hij zijn eigen identiteit ontwikkelt en in vraag stelt, hoe die ervaring het masterpatroon voor zijn leven wordt.
Citaten zijn belangrijke kapstokken in een leesgroep. Ik gebruik er eentje dat mijn vervreemding van de Nederlandse literatuur verwoordt:
And as always, the alien language, unmastered and struggled over, created a strange combination of distance and immediacy. One worked through the book with particular thoroughness and yet did not make it one's own (117)
Ik herken deze beleving: allen moet ik met enig ongemak (schaamte) toegeven dat ik dit gevoel vaak ervaar wanneer ik in het Nederlands lees. Engels geeft mij een immediacy, een onmiddellijkheid waarbij ik niet meer stilsta. Vertaalde werken maar ook boeken met Nederlands als brontaal leiden altijd tot gemopper.
In dit verhaal is deze zin niet zo onschuldig: je zou het kunnen interpreteren als goedkeuring van boekverbranding, verdediging van een literair patritisme, zelfs nationalisme.
Schlink tracteert ons op een prachtige anatomie van de herinnering
Herinneringen zijn zintuiglijk, blijven hem achtervolgen in zijn dromen. De details van de herinneringen maken duidelijk hoeveel impact de relatie op hem gemaakt heeft. OOk laat hij zien hoe zijn herinneringen op zijn betekenisgeving en zijn ervaringen gebaseerd zijn. De opbouw van het verhaal bestaat uit drie delen: zijn herinneringen als puber die een relatie heeft met de 36-jarige Hanna (17 hfdstk); het afgestompte van het herinneringsloze als prille student en de reactivering van de herinneringen tijdens het proces en de gevolgen van de herinneringen voor het verdict ((17 hfdstk); Michaël als voorlezer voor de gevangene Hanna tot aan haar vrijlating/ zelfmoord (12 hfdstk) .
Her face as it was then has been overlaid in my memory by the faces she had later. If I see her in my mind's eye as she was then, she doesn't have a face at all, and I have to reconstruct it. (...) I know that I found it beautiful. But I cannot recapture its beauty (10)
It was more as if she had withdrawn into her own body, and left it to itself and its own quiet rhythms, unbothered by any input from her mind, oblivious to the outside world (...) a seductiveness that had nothing to do with breasts and hips and legs, but that was an invitation to forget the world in the recesses of the body (14)
Sometimes the memory of happiness cannot stay true because it ended unhappily. Because happiness is only real if it lasts forever? Because things always end painfully if they contained pain? conscious or unconscious, all along? But what is unconscious, unrecognized pain? (36)
It is one of the pictures of Hanna that has stayed with me. Ihave them stored away, I can project them on a mental screen and watch them, unchanged, unconsumed (60)
But at a certain point the memory stopped accompanying me wherever I went. She stayed behind, the way a city stays behind as a train pulls out of the station. It's there, somewhere behind you, and you could go back and make sure of it (86)
Michaël besluit dat hij zich nooit meer zal laten vernederen de schuld op zich zal nemen voor dingen die hij niet gedaan heeft, nooit meer van iemand te houden die hem pijn kan doen als zij hem verlaat. Hij voelt zich onkwetsbaar en overgevoelig tegelijkertijd.
I recognized her, but I felt nothing (93)
But the memory was like a retrieved file. I felt nothing (98)
The anaesthetic functioned not only in the courtroom, and not only to allow me to see Hanna as if it was someone else who had loved and desired her, someone I knew well but who wasn't me. In every part of my life, too, I stood outside myself and watched (99)
When I think today about those years, I realize how little direct observation there actually was, how few photographs that made life and murder in the camps real. ( ...) Today there are so many books and films that the world of the camps is part of our collective imagination and completes our ordinary everyday one. Our imagination knows its way around in it, and since the television series Holocaust and movies like Sophie's Choice and especially Schindler's list, actually moves in it, not just registering, but supplementing and embellishing it. (...) The few images derived from allied photographs and the testimony of survivors flashed on the mind again and again, until they froze into clichés (147)
Ziekte en verbeelding
Hier zijn we weer in de liminal phase van Turner.
Being ill when you are a child or growing up is such an enchanted interlude! The outside world, the world of free time in the yard or the garden or on the street, is only a distant murmur in the sickroom. Inside, a whole world of characters and stories proliferates out of the books you read. The fever that weakens your perception as it sharpens your imagination turns the sickroom into someplace new, both familiar and strange (...) These hours without sleep, which is not to say that they're sleepless, because on the contrary, they're not about lack of anything, they're rich and full. Desires, memories, fears, passions form labyrinths in which we lose and find and then lose ourselves again. They are hours when anything is possible, good or bad.
This passes as you get better. But if the illness has lasted long enough (...) you are still trapped in the labyrinth (16)
Verantwoordelijkheid
I don't mean to say that thinking and reaching decisions have no influence on behaviour. But behaviour does not merely enact whatever has already been thought through and decided. It has its own sources, and is my behaviour, quite independently, just as my thoughts are my thoughts and my decisions my decisions. (18)
To this day, after spending the night with a woman, I feel I've been indulged and I must make it up somehow - to her by trying at least to love her, and to the world by facing up to it. (25)
But that some few would be convicted and punished while we of the second generation were silenced by revulsion, shame, and guilt - was that all there was to it now? (102)
so what would you have done? (110)
We couldn't just let them escape! We were responsible for them (126)
Schuld
In dit boek is schuld geen objectief begrip. Schuld is onderhandelbaar. Je kunt ervoor kiezen om schuldig te pleiten voor zaken die je niet gedaan hebt.Hier moeten we zeker de link leggen met een totalitair regime.
I took all the blame. I admitted mistakes I hadn't made, intentions I'd never had. Sometimes I begged her to be good to me again, to forgive me and love me. Sometimes I had the feeling that she hurt herself when she turned cold and rigid. As if what she was yearning for was the warmth of my apologies, protestations, and entreaties. (48)
We all condemned are parents to shame, even if the only charge we could bring was that after 1945 they had tolerated the perpetrators in their midst (90)
If Hanna's motive was fear of exposure - why opt for the horrible exposure as a criminal over the harmless exposure as an illiterate? (132)
And if I was not guilty because one cannot be guiltu of betraying a criminal, then I was guilty of having loved a criminal? (133)
Besides, the existence of a leader exonerated the villagers (135)
But with adults I unfortunately see no justification for setting other people's views of what is good for them above their own ideas of what is good for themselves'
Not even if they themselves would be happy about it later?
He shook his head 'We're not talking about happiness, we're talking about dignity and freedom (141) mens als object: de andere beslist wat goed voor je is: totalitaire staat.
Of course one must act if the situation (...) is one of accrued or inherited responsability. If one knows what is good for another person who in turn is blind to it, then one must try to open his eyes. One has to leave him the last word, but one must talk to him - to him and not to someone else behind his back (142)
Interessant om dit tegenover Saramago en 'De stad der blinden' te plaatsen.
I wanted simultaneously to understand Hanna's crime and to condemn it. (156)
I was no longer upset at having been left, deceived, and used by Hanna. I no longer had to meddle with her. I felt the numbness with which I had followed the horrors of the trial settling over the emotions and thoughts of the past few weeks. It would be too much to say I was happy about this. But I felt it was right. It allowed me to return to and continue to live my everyday life (159)
Whatever validity the concept of collective guilt may or may not have, morally and legally - for my generation of students it was a lived reality (167)
But love of our parents is the only love for which we are not responsible. A,d perhaps we are responsible even for the love we feel for our parents. I envied other students back then who had dissociated themselves from their parents and thus from the entire generation of perpetrators, voyeurs, and the wilfully blind, accommodators and accepters, thereby overcoming perhaps not their shame, but at least their suffering because of the shame. (169)
Now escape involves not just running away, but arriving somewhere. (178)
Hanna became the court before which once again I concentrated all my energies, all my creativity, all my critical imagination. After that, I could send the manuscript to the publisher. (183)
I had granted Hanna a small niche, certainly an important niche, one from which I gained something and for which I did something, but not a place in my life. (196)
And you know, when no one understands you, then no one can call you to account (...) But the dead can (196)
The guarantee that the written one is the right one lies in the fact that I wrote it and not the other versions. The written version wanted to be written, the many others did not. (...)
For the last few years I've left our story alone. I've made peace with it. And it came back, detail by detail (...) But I think it is true, and thus the question of whether it is sad or happy has no meaning whatever ( 215)
The geological layers of our lives rest so tightly one on top of the other that we always come up against earlier events in later ones, not as matter that has been fully formed and pushed aside, but absolutely present and alive (216)
Opzoeken
Memoirs of a good for nothing, Eichendorff
Schrink, B
25th impression 2004
vertaling Carol Brown Janeway
London: Orion Books
Abonneren op:
Reacties (Atom)