vrijdag, november 24, 2006

ouw dozen:klaprozen

Bedrijf 2
Scène II
Friedl op, begint te zwemmen (heel regelmatige slagen, kopje naar omlaag, absoluut geen spatje wit in haar badpak)
Roos:
(zwempak met witte vierkantjes) zwemt achterwaarts crawl, wacht tot Friedl terug aan de zwembadrand is
‘Stoor ik?’
Friedl:
(schudt het hoofd)
Beiden zwemmen een tijdje zonder iets te zeggen. Roos draait zich om en stoot zich af, trappelt met haar voeten, blijft met het hoofd onder water. Ché komt binnen en ruimt lege glazen op. Zij kijkt even en gaat weg.
Roos:
‘Jammer dat ik moet ademen…anders bleef ik onder water…alleen water…zacht, dragend, strelend water…een omarming van stilte… een koestering die je langzaam verder laat gaan. (zucht) Na Alines dood heb ik uren aan één stuk gezwommen, op en af, in hetzelfde ritme, alleen verdriet, één met het verdriet…’
Ché komt binnen en zet twee kopjes, een theepot, theemuts en koekjes op tafel.
Ché:
‘Kopje troost.’ (Ché af)
Roos:
‘Dank je, Ché.’
Roos stopt met zwemmen en droogt zich af, doet badjas aan en schenkt zich een kopje thee in, kijkt naar Friedl maar die geeft geen kik, verdwijnt helemaal in haar badjas en slurpt mijmerend van haar thee. (Friedl komt ook uit het water.)
Roos:
‘Wij bestelden onze thee bij Taylor&Harrogate (slurpt) Yorkshire Tea.’
(Friedl trekt haar badjas aan, aarzelt)
Roos:
‘Soms gingen we naar York, naar Betty’s.’
(Friedl besluit om erbij te gaan zitten en schenkt zich ook een kopje in)
Roos:
‘Ik at altijd cucumber sandwiches…Zij een toetje.Ik heb nu toch al veel gewandeld, zei ze dan…(slurpt, kijkt verdrietig) altijd maar een reden zoeken waarom ze mocht genieten. Ze kon nooit iets kopen zonder dat het een goede investering was, zinvol, verantwoord…Ze sportte want dat was gezond (bitter) dan kon ze meer werken (zucht) en ook daar moest ze de beste zijn. Aline won altijd. Niemand mocht weten dat ze lesbisch was, dat ik bestond…dat was verliezen. Fouten die mocht ze niet maken, want dan zou men dat tegen haar gebruiken, want ze zochten haar omdat ze lesbisch was. Voor haar collega’s was ze een alleenstaande, iemand die alleen voor haar werk leefde. (handen in het haar) Ik voelde mij machteloos, zo machteloos. Meer en meer werk want ja zij had geen kinderen, geen huishouden…Ik wou…(staat op en schenkt zich nog wat thee bij, Friedl steekt haar kopje ook uit, Roos schenkt bij)…Ik wou dat ik thuis was geweest (weent, Friedl gaat naar haar toe en omarmt haar) Iedereen dacht dat zij gelukkig was (door haar tranen heen) Alleen ik…ik zag…’ (krijgt het niet gezegd)
Friedl:
(zachtaardig) ‘Roos’
Roos:
‘Zij kon niet tegen deze nepwereld, die haar verplichtte om iemand anders te zijn.’
Friedl:
(aait haar haar) ‘Roos’
Roos:
‘Zij geloofde niet dat zij zichzelf mocht zijn (bitter) op het laatste wist ze zelfs niet meer wie dat was.’
Friedl:
‘Roos jij hield van haar.’
Roos:
(snuift)
Friedl:
‘Roos jij hield van haar en bij jou kon ze zijn wie ze was.’ (kordaat)
Roos:
‘Ik heb druk op haar gezet.’
Friedl:
‘Jij wou het beste voor haar.’
Roos:
‘Druk op haar gezet om te zeggen dat ze een relatie had.’
Friedl:
‘Je wou dat ze voor zichzelf opkwam.’
18
Roos:
‘Ik wou gezien worden, Friedl.’
Friedl:
‘Jij was ook haar partner, Roos.’
Roos:
‘Ik wou hand-in-hand met haar kunnen lopen.’
Friedl:
‘Jullie waren toch ook al lang een koppel.’
Roos:
’12 jaar…geen familiefeestjes’
Friedl:
‘Wisten haar ouders’
Roos:
’12 kerstavonden alleen gezeten’
Friedl:
‘Oh Roos’
Roos:
‘Ons huis was precies een…een museum.’
Friedl:
‘Een museum?’
Roos:
‘Een museum?’
Friedl en Roos kijken elkaar beduusd aan en schieten dan aarzelend in de lach
Friedl:
‘Een museum dat heb ik nog nooit gehoord.’
Roos:
‘Toch is het juist.’
Friedl:
‘Dat zal wel, ik betwijfel het niet’
Roos:
‘Alles stond er, maar het was alsof er niemand woonde.’
Friedl:
‘Dat gevoel had ik ook in Buckingham Palace.’
Roos:
(half ironisch/sarcastisch?) ‘Ja ik woonde in Buckingham Palace, maar ik was de butler.’
Friedl:
‘Dat kan ook leuk zijn.’ (stout, seks zinspeling)
Roos:
‘Friedl’ (verbaasd)
Friedl:
‘Wat zeg ik nu’ (Antwerps accent)
Roos:
(grinnikt) (gespeeld onschuldig) ‘Ik zou het niet weten! (?)’
Andreas komt binnen
Andreas:
‘Wat zou je niet weten?’
Roos:
‘Hoe het is om butler te zijn.’
Friedl:
‘In Buckingham Palace.’
Andreas:
(perplext) ‘Hoe het is om butler te zijn in BP?’
Roos en Friedl:
(onschuldig in koor) ‘Jaaa’
Andreas:
‘Maar waarom?’
(Friedl staat op)
Friedl:
‘Ik ga nog maar wat werken.’
Andreas:
(protesterend) ‘Friedl’
Friedl:
‘Ik moet nog een aantal subsidiedossiers afwerken.’
Andreas:
‘Oei dan gaan we je niet tegenhouden, hé Roos.’
Roos:
(staat ook op) ‘Nee, dan zwijgen we. Friedl (geeft haar een warme knuffel) bedankt, ’t heeft mij deugd gedaan, ik moet er nog altijd …’
Friedl:
‘’t Is in orde Roos, ze moet erg belangrijk voor je geweest zijn.’
Roos:
‘Hm’ (Friedl af)
Andreas:
‘Aline?’
Roos:
(zucht)
Andreas:
‘Is ‘t vandaag’
Roos:
‘31 jaar geleden’
Andreas:
‘Mm. Jo is volgende maand 10 jaar dood.’
Roos kijkt naar haar
Andreas:
‘Soms praat ik met hem over Angèle.’
Roos:
‘Hoe is het met haar?’
Andreas:
‘Ze kan moeilijk met haar zelf leven, zegt ze, zo’
Roos:
‘Zonder’
19
Andreas:
(snel) ‘Ja. Nu moet ze dus al haar angsten en pijnen toelaten.’
Roos:
‘Hm dat is zwaar.’
Andreas:
‘Absoluut. Ze ziet er ook verschrikkelijk uit.’
Roos:
‘Maar ze is in goede handen.’
Andreas:
‘Ja, dat stelt me wel gerust. Ze weten waarmee ze bezig zijn, daar.’
Ché:
(komt op) ‘Is Friedl niet meer’
Andreas:
‘Nee die is’
Roos:
‘naar haar kantoor gegaan.’
Andreas:
‘Subsidies’
Ché:
(kan haar ontgoocheling nauwelijks verbergen) ‘Ah dan zal ik haar maar met rust laten.’ (ruimt op en luistervinkt)
Roos:
‘Ik denk dat Friedl dat wel kan gebruiken, ja.’
Andreas:
‘Heeft ze iets…’
Roos:
(verontschuldigend) ‘Nee, niets, maar ik heb dan ook zitten praten over Aline.’ (Nu wil Ché vertrekken)
Andreas:
(naar Ché) ‘Ken jij die Ly?’
Ché:
‘Nee, nog nooit van gehoord.’
(Olga komt binnen en kijkt naar Andreas)
Roos:
‘Komt van Beverly, naar ’t schijnt. Beverly Claes.’
Ché:
(gruwt) ‘Djeezes, wat een naam.’
Olga:
‘Ik dacht dat jij…’
Andreas:
‘Oh rats vergeten, sorry.’
Olga:
(wuift het weg) ‘We hebben geen zin meer.’
Roos:
‘Zin!’
Andreas:
‘Om te kaarten. Ik kwam een vierde…’
Olga:
‘Wie is Beverly Claes?’
Ché:
‘De toethoela die Friedl aangeklaagd heeft.’
Olga:
(fronsend) ‘De toethoela?’
Ché:
‘De toethoela.’
Olga:
‘Ik zou toch denken dat Friedl’
Ché:
‘Goedgelovig was, ja ik ook.’
Olga, Andreas
en Roos tegelijkertijd:
‘Goedgelovig?’
Ché:
‘Ik denk dat Friedl hier het slachtoffer is, ja.’
Roos:
‘Slachtoffer?’
Olga:
‘Ze is toch’
Ché:
‘Veroordeeld omdat ze de theorie tegen zich had ja…
Andreas:
(peinzend) ‘Je bedoelt dat ze’
Ché:
(heftig) ‘Niet de initiatiefneemster was’
Olga:
‘Maar Ché’
Ché:
‘Olga, ik ben hier de verpleegster en jullie zijn de oudjes.’
Olga:
(gechoqueerd) ‘Oudjes!’
Ché:
‘Zorgbehoevenden dan’
Olga:
‘Wat?’
Andreas:
‘Dames op rust’
Roos:
‘Klaprozen’
Ché:
(geïrriteerd) ‘Ik moet toch zien dat jullie gezond blijven, jullie helpen, medicamenten’
Andreas:
‘Jij de kwaaltjes, wij het leven, ja.’
20
Ché:
‘En maakt dat van mij de verantwoordelijke.’
Olga:
‘Hier niet, nee.’
Ché:
‘Voila! Ik ga naar Friedl. (af)
Allen verbaasd. Pauze.
Roos:
‘Amaai, zo ken ik ons Ché niet.’
Olga:
‘ ‘k ben blij dat er wat temperament inzit.’
(Anderen lachen)
(Louisa komt op, ploft neer en begint te lezen)
Olga:
‘Ik heb precies toch zin om te kaarten?’
Roos en Andreas:
‘Ik ook en jij Louisa?’
(Alledrie af)
21

ouw dozen: kunst

Bedrijf 2
Scène I
Aan het zwembad
Roos, Gina,Olga en Anna liggen in ligzetels. Roos snurkt en slaapt met schokjes.
Anna:
(naar Gina) ‘Dat ziet er geen gelukkige slaap uit.’
Gina:
(legt liefdevol de badhanddoek over de schouders van Roos) ‘Moeilijke periode nu.’
Anna:
‘Nu?’
Gina:
‘Haar vorig leven.’
Anna:
‘De verjaardag van een herinnering.’ (bevestigend)
Gina:
‘Een heel pijnlijke...’
(Ché komt binnen met een hartmeter)
Ché:
‘Wie heeft er gezwommen?’
(Gina, Olga en Anna steken hun hand op. Ché begint bij Gina. Louisa komt binnen in een bloedrode badjas, een gele zonneklep en een wit vierkant op haar boezem.)
Louisa tegen Ché:
‘Druk eens op mijn leeg plekske.’
Anna tegen Ché:
‘Niet op letten.’
Louisa:
(gespeeld verontwaardigd) ‘Nee,nee. Dit is kunst, hier op mijn leeg plekske.’
Gina:
‘Hier leeg plekske.’ (duwt op het vierkantje)
Louisa veert recht, salueert twee keer en stapt elegant naar achter twee keer. Verbazing alom
Gina:
‘Wat krijgen we’
Louisa:
(steekt boezem uit) ‘Leeg plekske’
Gina:
(schatert het uit maar drukt opnieuw)
Louisa:
(zelfde vertoning en huppelt naar achter naar Anna, gegiechel, maar kan het niet laten)
Anna:
‘Allez, Louisa!
Olga:
(krijgt ook het leeg plekske en duwt ook) ‘Zo zot als het achterste van een deur, zouden ze bij ons zeggen.’
Louisa:
‘Hela, dit is lesbische kunst.’ (nog eens met het beentje)
Olga:
‘Lesbische’ (stijgende intonatie)
Louisa:
‘Jep? (wijst op het vierkantje) de leegte en ik daar rond.’
Olga:
(bedenkelijk) ‘De leegte en jij daar rond? Is dit de essentie van wie jij bent?’
Louisa:
‘Jep’
Olga:
‘En als we op jouw (slikt) leegte duwen dan krijgen we die belachelijke tics nerveux.’
Louisa:
(draait met haar ogen) ‘Geen tics scha…zoe…Olga (Olga kijkt waakzamer, Louisa draait wat ongemakkelijk rond, maarhervindt dan haart bravoure en theatraliteit, en herhaalt de vertoning) ‘c’est moi!’
Olga:
(ironisch) ‘Ah oui!’
Louisa:
(wijst rond het vierkantje) ‘decorateur (salueert) general (kijkt triomfantelijk)’
Olga:
‘En dat eu huppeltje’
Louisa:
(doet het snel en zegt snel) ‘Lesbisch’
Gina, Roos en Anna die ondertussen allemaal langzaam zijn beginnen luisteren roepen: ‘wat!?’
Louisa:
(doet het opnieuw) ‘Lesbisch’
14
Olga kijkt aandachtig naar Louisa
Gina:
‘Waarom moet dat lesbisch erbij?’
Louisa:
‘’t ging toch over de lesbische kunst, nee?’
Gina:
‘Jaaa’ (stijgende intonatie)
Louisa:
‘Awel, ik heb daarover nagedacht, efkes (draait met haar ogen) en ik vond niks.’
Gina:
‘Efkes’ (stijgende intonatie) (in twee duidelijk lettergrepen)
Louisa:
(draait zich frontaal naar het publiek) ‘Is hier iemand, dat vraag ik me af, is hier iemand die weet wat lesbische kunst zou moeten zijn?’ (wat pauze, de anderen doen alsof ze nadenken)
(afhankelijk van de reactie van het publiek, reageert niet is reactie 1, zegt wel iets is reactie 2)
1 Louisa:
‘Tja, van dat zwembad hier zal ik geen antwoord moeten verwachten.’
2 Louisa:
(naar het publiek toe) ‘Nee (met het wijsvingertje) jullie zijn het zwembad en volgens mijn tekst spreekt dat niet.’
Roos:
‘Ik vraag mij af of er wel zo veel verschil is.’
Anna:
‘Mijn Irma vond van wel. Zij was woest op dat homohuwelijk. (zucht, wrijft over haar ringvinger) Woest dat de totalitaire staat gewonnen had. Woest dat de blindheid opgelegd werd. Woedend dat we gereduceerd werden tot een oppervlakkig verschil…’
Roos:
(legt haar arm om Anna) ‘Sorry dat was een domme.’
Anna:
(met tranen in haar stem) ‘We zijn getrouwd…aan het einde (bitter) ’t was van te moeten.’
(Roos geeft haar een zakdoek)
Anna:
(huilend) ‘In het stadhuis heeft Irma heel de tijd geweend. De schepen dacht van ontroering’
Roos:
‘Tegen het systeem verlies je altijd.’
Anna:
‘Ze is altijd helder gebleven, hoeveel pijn ze ook had. Maar met het huis en de kinderen…om zeker te zijn…’ (snuit haar neus, schudt haar hoofd)
Andreas komt binnen moe en uitgeput. Zij doet haar kamerjas los en zet haar badmuts op. Louisa schiet recht en trippelt naar haar toe. (badpak Andreas is helemaal zwart en zij draagt zwarte broekkous voor de spataders)
Anna:
‘Ieder individu zou het recht moeten hebben om zichzelf te blijven respecteren’, ‘en zelfrespect verlies je als je tegen je geweten in moet leven.’
Ondertussen staat Louisa te fluisteren met Andreas, gesticulerend dat het geen echt zwembad is. Andreas bekijkt Louisa niet begrijpend en doet dan staande telkens dezelfde zwembeweging met haar armen en één been. Louisa kijkt even ongelukkig naar het publiek.
Louisa:
(terug in het stuk) ‘Ik ben altijd jaloers geweest op hoe Andreas kan zwemmen.’
De anderen negeren haar
Anna:
‘Maar hoe zorg je ervoor dat de anderen je niet kneden tot hun evenbeeld?’
Gina:
‘Goed kunnen toneelspelen helpt. Dan kun je doen alsof.’
Olga:
‘Of cynisme’
Roos:
‘En als je dat niet in huis hebt…’
Gina:
‘Alcohol’
Olga:
‘Literatuur’
Roos:
‘Als je de werkelijkheid in al haar rauwheid voelt.’
Gina:
‘Mode’
Olga:
‘Sport’
15
Roos:
‘je niet wil laten verblinden’
Gina:
‘Vakanties’
Olga:
‘Film’
(Andreas stopt met zwemmen en droogt zich nauwkeurig af, luistert)
Roos:
‘niet wil voelen hoe het systeem je kapotmaakt’
Gina:
‘Voetbal’
Olga:
‘Etentjes’
Roos:
‘Zelfmoord (iedereen schrikt en kijkt naar Roos) als enige manier om je zelfrespect te bewaren.’
Andreas:
‘Ook fysiek?’
Roos:
(dof) ‘Ook fysiek’ (dalende intonatie)
Andreas:
‘Dat zal wel het minst pijnlijke geweest zijn, zeker.’
Roos:
(zacht) ‘Ik hoop het, ik hoop het, uit de grond van mijn hart.’
Andreas:
(legt haar arm rond haar en strijkt haar door haar haar) ‘Jij hebt haar gevonden.’
Roos:
‘Linkerpols, in bad.’
Louisa:
‘Je t écris de la. main’
Olga:
(vliegt uit) ‘Buiten (gooit met haar badjas) buiten’
Louisa:
‘’k wou alleen maar…’
Olga:
‘Grappig zijn,zeker!!!’
Louisa:
‘De spanning breken (kleintjes)’
Olga:
(heeft haar niet gehoord) ‘Want lesbiennes zijn altijd grappig. (wordt steeds kwader, stampvoetend) Ze hebben geen kinderen, en geen man niet te vergeten, hebben niks aan hun hoofd. Ze flierefluiten er op los want ze hebben toch niks anders te doen’
Louisa:
(stamelend) ‘Ik ik’
Olga:
‘en dan zien ze zo nen deco en dan zeggen ze ‘ziede wel’’
Louisa:
(handen afwerend) ‘Ol-ga’
Olga:
‘Seks dat is het enige, dan met de één, dan met de ander, dat is het toch hé deco (spuwt het uit) seks met zoveel mogelijk vrouwen.’
Louisa:
(verstopt haar hoofd in haar handen. Roos zit versteend, Andreas geef haar een hele warme knuffel, Anna gaat naar Olga en Gina naar Louisa. Ché kijkt besluiteloos met haar hartslagmeter om van de een naar de ander.)
Anna:
‘Sht reageer je niet af op Louisa.’
Olga:
(huilt woedend) ‘Ach ja ons arme Louisa’
Anna:
‘Zij heeft je toch niets gedaan’ (wiegend)
Olga:
(meer huilen)
Gina:
(tegen Louisa) ‘Je weet dat dit niks met je te maken heeft.’
Louisa:
(huilt) ‘Jawel, ik zeg altijd het verkeerde.’
Gina:
(sust) ‘Dat overkomt iedereen wel eens, Louisa.’
Louisa:
(huilt harder) ‘Als jullie maar eens wisten’
Gina:
‘Wat voor een slecht mens je echt bent zeker’ (ironisch)
Louisa:
‘wie ik echt ben’
Gina:
(sussend) ‘Dat komt nog wel.’
Louisa:
(bitter,snuit haar neus) ‘Op m’n 80ste zeker.’
Gina:
‘Komaan Louisa, sommige mensen komen nooit te weten wie ze zijn, willen dat zelfs niet.’
Louisa:
‘Pluim voor hen, ik wou dat ik het ook kon.’
Gina:
‘Dat meen je niet, Louisa.’
Louisa:
‘Toch wel. Vanaf dat ik wist dat ik lesbisch was, heb ik niks anders gedaan dan zoeken wie ik ben, van de éne therapie, naar de andere zelfhulpgroep…’
16
Gina:
‘En ziet eens wat een mooi mens je geworden bent…’(pakt haar hoofd vast en kijkt haar recht in de ogen, voorzichtig) ‘in die 25 jaar?’
Louisa:
(kijkt haar aan, lacht lichtjes) ‘Gij durft’
Gina:
(doet alsof ze zich wat koelte moet toewuiven) ‘Ja, ik ben d’er ook niet goed van.’
Louisa en Gina lachen, Louisa geeft Gina een dikke knuffel. Olga is ook rustig en Gina gaat naar Roos,gaat achte haar zitten, slaat armen om haar heen, benen aan iedere zijde (wordt zetel waarin Roos kan wegkruipen).
Anna:
‘Ik denk dat we wel een kopje thee verdiend hebben, nee? Een beetje troost voor onze oorlogswondes. Hm?
(Iedereen staat op en af)
17

ouw dozen: voormiddag

Scène III
Salon: kaarttafel
Anna:
(gaat naar de kaarttafel) ‘Die twee, dat belooft.’
(de anderen bevestigen en gaan ook aan de kaarttafel zitten ?)
Andreas:
(schudt de kaarten) ‘Wie wint mag als eerste de Story lezen, OK?’
Roos:
(speels) ‘Puh, ‘k ben toch als eerste wakker.’
Gina:
‘Ah , het plezier van die ongekreukte pagina’s.’
Roos:
(overdreven) ‘De bedwelmende geur van verse print.’
Andreas:
(diezelfde toon) ‘De verrukking om als eerste te weten…wie zijn geld verloren heeft…’
(de anderen lachen)
Gina:
‘En als eerste je gok te kunnen inzetten op wie in het volgende nummer gaat trouwen, scheiden, bevallen…’
Anna:
‘Over geld gesproken, wat vinden jullie van die galerij-sponsoring?’
Gina:
‘Iets om over na te denken.’
Andreas:
‘Past perfect in Out-Roze: een ruimte van traagheid, stilte, nadenken, communicatie.’
Roos:
‘Hm we hebben ons geëngageerd om 20% van onze gasten te kiezen uit de groep die het niet of niet helemaal kunnen betalen, dat…’
Anna:
‘Maar daar houden we toch rekening mee voor iedere belegging die we doen…’
Andreas:
‘Wat ik vooral goed vind is dat het de hokjesmentaliteit doorbreekt.’
Gina:
‘Je bedoelt over de leeftijdsgrenzen heen?’
Andreas:
‘Absoluut, dat ook. Maar de grenzen tussen kunstenaar en niet-kunstenaar.’
Anna:
‘Moeten we laten vervagen. Dat vind ik belangrijk. We moeten mogelijkheden creëren.’
Roos:
‘Mensen die geen tijd hebben, of niet de middelen, die moeten we sponsoren.’
Gina:
‘En hoe zouden we dat kunnen doen?’
Roos:
‘Ik zou kiezen voor een fonds en niet alleen voor beeldende kunsten. Ik weet het niet maar ergens lijkt er mij een tegenstelling te bestaan tussen lesbisch zijn en een schilderij of een foto of zelfs een beeldhouwwerk.’
Anna:
‘Daar heb ik nog nooit van gehoord.’
Roos:
‘Ik vind dat literatuur bij ons hoort.’
Anna:
‘En waarom?’
Roos:
‘In een beeld zit je gevangen zoals een boeket bloemen in een vaas, afgesneden van je wortels.’
Louisa:
(komt op) ‘Goed nieuws!’
(De anderen schrikken op en Louisa ziet dat)
Louisa:
‘Is er iets gebeurd?’ (verontrust, stijgende intonatie)
Anna:
‘We zijn ons medium aan’t zoeken.’
Louisa:
‘Waar?’ (kijkt rond)
Andreas:
‘Nee Louisa, of een lesbienne haar essentie kan uitdrukken in film, beeldhouwkunst of literatuur.
Louisa:
(kijkt naar het publiek met rollende ogen) ‘Waarom?Is hier een tekstboekvirus of wattem?’
Gina:
‘Ja, zonder antivirus. (lacht) Nee, ’t gaat over die galerij. Wat vind jij?’
Louisa:
‘Oh ik weet dat niet. Ik lees graag liefdesromannetjes…maar daar gaat het niet over zeker? (kijkt de anderen aan) Hoe kon ik het raden (zelfspot)
Anna:
‘Welk goed nieuws heb je, Louisa?’
Louisa:
‘Over Cluny’
(allen enthousiast)
10
Louisa:
‘Awel het zit zo. Ik ben ervan uitgegaan dat jullie vier meegaan.’
(allen instemmend)
Louisa:
‘Hoe kon ik het raden? Enfin dat maakt dat we met 10 gaan. Nu, Roos en Andreas willen jullie dit jaar nog rijden?’
Beiden:
‘Da’s zeker da.’
Louisa:
‘Hoe kon ik het raden? (met zichzelf ingenomen) Awel mijn voorstel is dan dat we met één busje gaan, dat we er twee dagen heen en twee dagen terug over doen, we hebben 4 chauffeurs en die moeten dan telkens maar een paar honderd kms rijden. Met Frits heb ik afgesproken dat we maar 4 dagen blijven. Dat was ok. Ik hoop wel dat hij het gehoord heeft, want zonder gehoorapparaatje…’
Anna:
‘Misschien toch nog maar een briefje schrijven.’
Louisa:
‘Dan zijn we acht dagen weg en van Hans krijgen we het busje binnen ons abonnement.’
Anna:
‘ ’t Is een schatje.’
Louisa:
‘Wat denken jullie, dames?’
Andreas:
‘Chapeau, Louisa.’
Anna:
‘Ja, absoluut…en snel.’
Roos:
‘En die hotelletjes.’
Louisa:
‘Die ga ik nu boeken, als jullie akkoord gaan.’
Gina:
‘Volste vertrouwen.’
Louisa:
‘Dan ben ik er weer vandoor zie. (Louisa af)
Gina:
(pakt Roos vast) ‘Die mannen in dat cafeetje gaan niet begrijpen waarom wij daar nu per sé naar het voetbal willen kijken. (gegiechel)
Andreas:
‘Och als Frankrijk niet speelt, dan zijn we daar alleen.’
Roos:
‘En Frankrijk…’ (Friedl op) ‘Hi Friedl’
Friedl:
(bedeesd) ‘Ik kom jullie bedanken voor de mand met fruit. Dat was een hart (krijgt krop in de keel)’
Anna:
‘Ach meiske,’
Friedl:
‘Ik ben zo kwaad op mezelf.’
Gina:
‘Je moet niet zo…’
Friedl:
‘Ik weet precies wat het systeem is, maar och tegen beter weten in.’
Gina:
‘Hoofd en hart.’
Friedl:
‘Ik kan er niet mee leven’
Gina:
‘Verliefd worden’
Friedl:
‘Met mezelf, dat ik niet nagedacht heb.’ (stilte)
Gina:
‘gebeurt buiten je wil om.’
Friedl:
‘Niet te lief zijn.’ (draait zich om) ‘Ik ga nog wat papieren in orde brengen en dan’
(Ché op)
Ché:
‘Friedl’ (blij verrast)
Friedl:
(knikt afwezig) ‘Ik stap maar weer eens op.’
Ché:
‘Zal ik meegaan?’
Friedl:
(ongelovig) ‘Naar mijn kantoor?’
Ché:
(blozend) ‘Ikke’ (Friedl af) ‘Wat kwam Friedl doen?’
Anna:
‘Volgens mij is ze dat zelf vergeten.’
Roos:
‘Het zal niet gemakkelijk zijn, maar voor haar andere cliënten is het een slag in hun gezicht.’
Gina:
‘Voor jou ligt dit nog moeilijker, hm lieve schat.’
Louisa:
(op, gaat zitten en wrijft over haar benen) ‘Cluny is rond en de kunst?’
Gina:
(ironisch) ‘Zo goed als.’
(iedereen lacht)
11
Andreas:
‘Voor ons lesbiennes is zo’n expressiekanaal, ruimte , platvorm nochtans erg belangrijk. De psychologie heeft ons proberen te verklaren en de sociologie heeft gezocht naar een plaats voor ons maar kunst…kunst laat ons zien…zowel wij onszelf, als de anderen ons…niet als meer van hetzelfde…maar anders.’
Anna:
‘Zoals een Margaret Mead en dan zijn wij eu…de inheemse bevolking?’
Andreas:
‘Het verschil verdiepen, ons stil doen staan, vragen laten stellen over onszelf, ons in verwarring brengen én tegelijkertijd in contact brengen met onszelf, onze kern.’
Anna:
‘Da’s veel meer dan wat Mead deed.’
Andreas:
‘Mead observeerde en beschreef, vulde gaten in onze kennis, kunst creëert gaten, openingen, zuurstof, leegtes.’
Anna:
‘’t Is precies alsof jij leegte als iets positiefs ziet.’
Andreas:
‘De leegte als absoluut begin van jezelf, als dat niet positief is.
Anna:
‘Voor mij is het een zwart gat, waarin je gevangen zit, verdoofd, eenzaam. (zucht) Zo eenzaam. De leegte van Irma...’
Andreas:
‘Dat is inderdaad vreselijk. Afscheid moeten nemen en dan nog op die manier. Toch geloof ik, Anna, dat je in dat rouwproces ook die oerleegte tegenkomt. De leegte van waaruit je je zintuigen, je huid, je hele wezen kunt ontdekken, en kunt groeien tot wie je bent.’ (nadruk op bent)
Roos:
‘Niet tot wie je moet zijn.’
Ché:
‘En hoe ga je ervoor zorgen dat de wereld met al haar do’s en don’t’s niet binnensluipt?’
Andreas:
‘De wereld buiten krijgen is het voor mij…mijmerend…(triestig) en voor sommigen is dat een eindeloos gevecht.
Louisa:
‘Misschien moeten we dan een leegte maken.’ (iedereen kijkt argwanend) ‘Nee, nee ik ben ernstig. Een leegte in ons huis waar mensen op zoek kunnen gaan naar deze …eerste leegte?’
Roos:
‘En daar mogen kunstenaars komen werken?’
Louisa:
‘Ik kan een kunstenaar niet onderscheiden van de niet-kunstenaar.’
Roos:
‘Iedereen die wil?’
Andreas:
‘Lesbiennes?’
Roos:
‘En werk aankopen of publiceren of tentoonstellingen organiseren die rond dit thema draaien?’
Gina:
‘Gecombineerd met jouw fonds voor beginners, Roos.’
Ché:
‘Betekent dat dan ook dat wij, hier in onze groep, gaan kijken naar wat er gebeurt en niet naar wat er moet gebeuren?’
Louisa:
‘Wat bedoel je?’
Ché:
‘Ik bedoel dat als we op zoek gaan naar het begin van ons ikje, dan moeten die beginnende ikjes ook ergens kunnen samenkomen.’
Louisa:
‘Ja?’ (aarzelend)
Ché:
‘Dan zou je kunnen zeggen dat iedereen hier mag leven zoals zij wil, en niet zoals zij moet of zoals het hoort.’
Roos:
‘Ik dacht dat we dat hier probeerden?’
Louisa:
‘Dat dacht ik niet.’ (gretig)
Ché:
‘Ik heb toch vaak het gevoel dat jullie een modelhuis willen creëren. Het goede vb.’ (begint te huilen)
iedereen gaat naar haar toe: ‘Ché’
Ché:
(door haar tranen heen) ‘Mensen maken fouten, (snik) heel goeie mensen maken fouten. Sorry.’ (staat op en rent weg)
De anderen kijken elkaar verbaasd aan.
Roos:
‘Mogen wij hier geen fouten maken?’
12
Andreas:
‘Fouten? Wat een ouderwets begrip. (schudt het hoofd) Volgens mij proberen wij een vierde hoofdstuk te schrijven, een hoofdstuk dat voor ons nog niet bestond…’
Gina:
(woorden wegend) ‘Een vierde hoofdstuk’
Roos:
‘Huize Outroze. Eerst dartelen we onschuldig rond als doornroosjes in het kasteel van onze ouders, dan twijfelen we als viooltjes, vervolgens worden we zelfbewuste orchideeën en nu klaprozen in Outroze.’
Louisa:
‘En daar ben ik blij om. Ik moet er niet aan denken om alleen in mijn appartement te zitten wegkwijnen.’
Andreas:
‘Misschien moet iedereen eens opschrijven wat zij denkt dat ze moet doen. We mogen geen Pleasantville worden. Het volmaakte bestaat niet.’
Gina:
‘Dat is waar. (theatraal) Kijk naar mij: ik ben onvolmaakt, maar daarin ben ik volmaakt!’
DOEK
13

ouw dozen: morgen

Scène II
Salon
Louisa komt al zingend op. Anna, Roos, Olga en Andreas zitten met een kopje koffie of thee hun krant, boek of Story te lezen. Andreas de Fet, Roos de Standaard, Olga de Morgen en Anna het Belang.
Louisa:
(met theatrale danspasjes) ‘Goeiemorgen, morgen, goeie dag, blij dat ik u weer verwelkomen mag. Goeiedag iedereen blij dat ik weer… (dansen, springen. Vanaf ‘de wereld is een schouwtoneel’ springen de anderen op en beginnen mee te zingen en te dansen. Iedereen doet het hare maar een aantal bewegingen is op elkaar afgestemd, zodat het duidelijk is dat zij dit al eerder gedaan hebben. Aan het einde is iedereen aan het lachen.
Louisa:
(geeft iedereen een ochtendkus en Anna een knuffel) ‘Dag schattekes’
Anna:
‘Hm jij ruikt nog lekker naar slaap.’
Lousia:
(rekt zich uit) ‘Ik heb ook geslapen als een roos.’
Roos:
‘Allez dan, deze roos heeft anders de hele nacht door gesudokuut.
Louisa:
(schenkt zich een kopje koffie in) ‘Da’s toch al beter dan onze statuten herschrijven.’
Olga:
‘We moeten daar anders wel werk van maken, straks gebeurt er iets en staat alles op zijn kop omdat niets geregeld is.’
Louisa:
‘Mmm geregeld! Olga, Olga. Je kunt niet alles regelen. Wij leven samen en als er problemen zijn dan moeten we die dan maar oplossen. Ik wil niet dat heel mijn leven al vaststaat. Straks moeten we nog een contract opmaken waarin we (overdreven intonatie) stipuleren wanneer we wensen te sterven, wie we nog allemaal wensen te zien en hoeveel kaarsjes er rond ons bed moeten staan als we de doodsprik krijgen, welke muziek…’
Andreas:
‘Louisa.’
Louisa:
(onverstoord) ‘en dit liefst drie maanden vooruit melden…’
Andreas:
‘Louisa, asjeblieft’ (zacht smekend)
Louisa:
‘zodat ze je aandeel op tijd kunnen doorverkopen. Het leven is onvoorspelbaar enneu…’
Anna:
(begint te huilen) ‘Oh Louisa’ (snuit haar neus, Andreas slaat arm om haar heen)
Ché:
(komt binnen met gekleurde kleine glaasjes) ‘Jullie cocktails,dames.
Roos:
‘Moet je weer werken, Ché?’
Ché:
‘Jamils ma is zwaar ziek en ik val voor hem in.’
Roos:
‘Oei, dan zal Jamil wel over zijn toeren zijn.’
Ché:
(zucht) Ja, ze is nog maar 59, maar ze is totaal op.
Roos:
‘Hm, hard leven.’
Ché:
‘en Jamil raast van de ene naar de andere dokter, praat tegen 200 per uur, slaapt niet meer, eet nauwelijks nog…’
Roos:
‘Totaal op. Hij moet zich ziek melden en wij moeten een vervanger zoeken. Jij moet ook rusten, Ché.’
Ché:
‘Ik kan het wel aan.’
Roos:
‘Rusten en een eigen leven leiden. Wij wonen hier. Jij niet. Vergeet dat niet.’
Ché:
‘Och Roos’ (ruimt de glaasjes op en vertrekt)
Roos:
‘Ik zal Jamil eens bellen en hem zeggen dat we het waarderen dat hij zijn ma zo verzorgt.’
Andreas:
‘En verzeker hem dat de job voor hem blijft.’
Roos:
‘Zal ik doen…Zou er iets aan de hand zijn met Ché, denk je’
Andreas:
‘Vermoeidheid misschien.’
Louisa:
(stijgende intonatie) ‘Of liefdesverdriet?’
6
Olga:
‘Grrr’
Louisa:
‘Of verliefd…dat is hetzelfde gevoel.’
Olga:
(kan zich niet meer inhouden) ‘Of misschien is het een lesbienne die haar puberteit niet heeft mogen beleven en dit trauma opnieuw en opnieuw opvoert in volcontinu puberaal gedrag en onnozele opmerkingen.’
Louisa:
(speels naïef+verbaasd+verbijsterd) ‘Waaat!? (pauze en kijkt de anderen aan) ‘Heb ik nu een probleem of een oplossing?’
(De andere drie lachen stilletjes)
Olga:
(furieus) ‘Met jou valt niet te praten.’
Louisa:
(imitatie gekwetst) ‘Schatje’ (stijgende intonatie)
Olga:
‘En stop met mij te schatten!’
Louisa:
‘Zoet..?’
Olga:
(woeste blik)
Louisa:
(zucht) ‘Olga,’ (heel officieel en namaak ernstig) ‘met jou valt ook niet te praten.’
Olga:
‘Hm da’s een goeie.’
Louisa:
‘Dat is, (met veel nadruk) Olga, jij gebruikt wel veel woordjes maar het is precies of ik het orakel van Delphi hoor.’
Olga:
(snerend) ‘Het orakel van Delphi!?’
Louisa:
‘Ja, Olga (nadruk), (nu met diepe stem, traag, zet handen aan de mond, spreekt en kijkt naar omhoog) U heb één vader en drie moeders. Op uw reis heeft u een stuk weg gemist. U zult uw leven opnieuw beginnen en eindeloos dat stuk weg bewandelen.’ (echo in bewandelen)
Olga:
‘Lach maar, Louisa (evenveel nadruk) hoeveel relaties heb je eigenlijk gehad? (agressief)
Louisa:
‘Oei, moet ik die allemaal tellen?’ (blokt agressie met humor af)
Olga:
‘Relaties Lou-is-sa, geen flirts of one-night-stands.’
Louisa:
‘Wat blijft er dan over?’ (gespeeld onschuldig)
Olga:
‘Een relatie, Louisa, waar je samen woont, kookt, kuist.’
Louisa:
(trekt een vies gezicht) ‘Eikes!’
Olga:
‘Een relatie is niet enkel plezier: je deelt elkaars lief én leed, je neemt je verantwoordelijkheid…’
Louisa:
(die per woordje dieper in haar zetel zakt en nu doet alsof ze gevloerd is) ‘Mijn god, wat ben jij een tekstboeklesbo!
Gina:
(op) ‘Soep!’
Roos:
‘Oh, je komt als geroepen.’ (staat op en geeft Gina een kus)
Gina:
‘Witloof- Kerry- en kokosmelksoep.’ (de anderen snuiven en staan met hun soepkommetje aan te schuiven)
Andreas aan Anna:
‘Gaat het?’
Anna:
‘Ja, ik ben heel gelukkig geweest.’ (zelfreflecterend)
Andreas:
‘Ja’ (en kijkt weg)
Roos:
(naar Gina met een arm om haar heen) ‘Mijn kookpotje’
Gina:
‘Wel zonder schone slaapster.’ (liefdevol)
Roos:
‘Ach mijn oorlogswonde.’
Gina:
‘Ik weet het (kijkt haar in de ogen) wordt dus een rustige dag vandaag.’
Roos:
(speels, liefkozend, namaak-onderdanig) ‘Ayay commandanté.’
Andreas:
‘Komt Ché geen kommetje soep eten?’
Gina:
‘Ik heb haar niet gezien.’
Roos:
‘Ik zal haar gaan halen (Gina, ongelukkige blik) op mijn gemakske.’ (Roos af)
7
Andreas:
‘Friedl is vandaag zeker niet komen opdagen?’
Anna:
‘We moeten haar wat tijd geven.’
Andreas:
(instemmend) ‘En wat begrip.’
Olga:
‘Ik heb Friedl altijd heel bekwaam gevonden.’
Louisa:
‘Oei-oei, hier gaan we’t horen.’
(Roos en Ché komen binnen en Ché neemt kommetje soep, eet heel traag en met duidelijk veel moeite.)
Olga:
‘Hoeveel jaren heeft de beweging niet gewerkt om de schadelijke gevolgen van misbruik van vertrouwen aan te tonen’
Anna:
(zucht) ‘Ja en er zijn ook gruwelijke getuigenissen gepubliceerd.’
Roos:
(heel stil en ingetogen) ‘En hoeveel mensen hebben er niet mee kunnen leven en zijn blijven zwijgen…ten koste van zichzelf.’
Louisa:
‘Maar het gaat toch over twee volwassen mensen of mis ik iets’
Gina:
‘Ja, absoluut. ..Voor iemand van 25’
Louisa:
‘Ola’ (protesterend)
Gina:
‘gek op verse heterootjes’
Louisa:
‘Ik…’
Gina:
‘moet dat toch duidelijk zijn.’
Louisa:
(kijkt sprakeloos rond) ‘Als jij dat zegt’ (hulpeloos)
Olga:
‘We weten allemaal dat er een verschil is tussen fysieke en emotionele leeftijd. Toen ik dertig was bijvoorbeeld, heb ik Adelheid leren kennen. 44, woonde nog altijd thuis. Pa zorgde voor haar papieren, auto, beleggingen. En ma (schudt haar hoofd) ze gingen zelfs naar dezelfde kapper. Moeder-beste vriendin, ken je dat?’
Anne:
‘Zou verboden moeten zijn’
Gina:
‘Hoezo?’
Olga:
‘Enfin om een lang verhaal kort te maken’
Louisa:
(op het puntje van haar stoel) ‘Niet nodig!’
Olga:
‘Ik werd haar ma en pa, luisterde eindeloos naar haar verhalen, alles was nieuw voor haar en alles was moeilijk. Een keuze kon ze niet maken. Alle beslissingen nam ik.
Anna:
(tut) ‘Wél een vreemde definitie van een relatie.’
Olga:
(verbitterd) ‘Ze kon zich niet losmaken van haar ouders, dus stapte ze op. Ja, zij heeft mij laten zitten en met ma en pa, die toch oh zo blij waren dat ze hun ‘baby’ terug hadden, heb ik toen wel mijne ‘pere’ gezien.’
Louisa:
(medelevend) ‘Dat wist ik niet.’
Olga:
(zucht) ‘Mijn pedofiele relatie noem ik het…’
Gina:
‘Allez’
Anna:
(sussend) ‘Dat is wat’ (zoekt naar het juiste woord)
Olga:
‘Ik dertig en zij…negen?’
Ché:
‘Maar dat kon je toch niet weten, Olga.’
Gina:
‘En het loopt ook vaak anders.’
Olga:
‘Wat ik eigenlijk wou zeggen is dat mensen niet evenwaardig zijn omdat ze fysiek dezelfde leeftijd hebben.’
Andreas:
‘Ik herken dat wel. (peinzend) Vlak voordat Jo stierf, heb ik Sofie leren kennen…Ik wist niet wat mij overkwam. De ene dag was ik de sterke, die mijn man kon verzorgen en de zaak runde, offertes uitschreef, materiaal aankocht, werven checkte, werk verdeelde… en op de andere dag was ik de meest onhandige puber, stotterend, onzeker, niet wetend wat te doen, wat kon of niet en zooo…kwetsbaar.’
Gina:
‘Ja, Roos en ik kenden elkaar al, maar toch, toen we door hadden dat we verliefd
8
op elkaar waren, maakte mij dat eigenlijk bang.
Olga:
‘Kom (staat op) decorateur-general. Wij moeten de tafel dekken en het eten afwerken.’ (goedmoedig, lachend)
Louisa:
(staat gespeeld slaafs op) ‘Goed, zeg maar wat ik moet doen (kleine pauze) tekstboeklesbo.’
Groep:
(Half lachend half kreunend)
Gina:
‘Er zit al genoeg peper in, hé dames.’
Louisa:
(schalks) ‘In ’t eten?’
Gina:
(onmiddellijk) ‘Ook ja!’
9

ouw dozen: vergadering

Scène I
Salon
(Iedereen behalve Ché en Friedl)
Louisa:
‘Waarom laten we geen heterovrouwen toe?’
Anna:
‘Waarom heb ik dit al zo vaak gehoord?’
Louisa:
‘ ’t Is toch waar. Al die potten kennen mijn versiertrucs al. Maar zo’n vers heterootje…’
Olga:
‘Hou toch op. Op jouw leeftijd’
Louisa:
‘Mijn leeftijd?! Wat is dat?’
Olga:
‘Oei als ik dat al…’
Louisa:
‘Ben ik dan 73 omdat ik toevallig 73 jaar geleden geboren ben of 25?
Anna:
’25?!’
Louisa:
‘omdat ik toen voor het eerst met een vrouw gevrijd heb?’
Allen :
Ah (geveinsd ontroerd, dalende intonatie)
Louisa:
Niks te A die keer(dubbelzinnig)
Allen:
(gelach)
Louisa:
‘Sindsdien ben ik niet meer te stoppen’ (dramatisch)
Anna:
‘En ben je daardoor dan tegen de tijd gegroeid?’
Louisa:
‘Daardoor ben ik 25, ja’
Olga:
‘Leeftijd geeft aan hoe lang je geleefd hebt’
Louisa:
‘25 jaren van versieren, versierd worden of versierd zijn’ (triomfantelijk)
Gina:
‘Allez, zitten we toch met ne decorateur-general!’
Ché:
‘Dames, tijd voor jullie medicijntje’ (karretje met 2 ijskoelers en 2 flessen Veuve-Cliguot, en een aantal flessen Spa. Ché opent de flessen en begint de glazen te vullen)
Louisa:
Ché, op jou heb ik zitten wachten’ (melodramatisch)
Olga:
‘Ge meent het…’ (verontwaardigd)
Ché:
(onmiddellijk na Olga) Beter het werkschema…
Louisa:
(onverstoorbaar) ‘Ik dacht, ik ga onze Ché vanavond eens verwennen’
Anna:
(gegeneerd) ‘Hou op deco’
Olga:
(verontwaardigd) ‘Dat ik dit nog moet meemaken’
Louisa:
‘Ik dacht Ché verzorgt ons zo goed, het wordt tijd dat ik eens iets terug doe’
Ché:
(speels onschuldig) ‘Loonsverhoging. Dat apprecieer ik enorm,Louisa.’
Olga:
(schamper lachje) ‘Heel mijn leven tegen het seksisme gevochten’
Gina:
(sussend) ‘Trek het je niet aan, Olga. Ché redt zich wel.
Olga:
‘Het is ronduit beschamend. Zo’n lesbiennes zouden we buiten moeten zetten.’
Louisa:
‘Schatje, een beetje plezier maken.’
Olga:
(declamerend) ‘De vrouw als lustobject’
Louisa:
(ironisch krijsend) ‘Ei! Een feministe. Help!’
(Friedl komt binnen en ineens zijn ze allemaal stil. Friedl is helemaal in het zwart. Haar ogen opgezwollen van het huilen.)
Andreas:
‘Friedl kom hier’(en geeft haar een knuffel, Friedl gaat naast Andreas zitten.) ‘Het is niet makkelijk, hm.’
Ché:
‘Wil je iets warm drinken Friedl’
(Friedl knikt en Ché verdwijnt)
Gina:
(schraapt haar keel en kijkt vragend naar Friedl die naar haar knikt) ‘Oké dames, dan kunnen we nu met de vergadering beginnen. Wie schrijft het verslag?’ (Gina kijkt rond)
Anna:
‘Dat zal ik doen’
(Ché komt binnen en geeft Friedl haar thee met citroen en honing, Friedl lacht
3
zwakjes.Ché af)
Gina:
‘Bon, ik begin met een agendapunt van vorige vergadering: bloemen. Roos en haar team hebben keihard gewerkt aan onze prachtige tuin en daarom zou het tuinteam het appreciëren mochten ook wij geen bloemetjes uit den hof plukken. Ook geen bloemen uit de wildtuin want die gaan onmiddellijk dood. Dat evenwicht is veel fragieler daar. De voorraad geurkaarsen en wierrookstokjes is ook aangevuld. Iedereen mag daaruit wel zoveel plukken als zij maar wil? Ons reservefonds groeit, onze beleggingen doen het nog altijd goed. Er zijn een paar aanvragen die we moeten bespreken..’
Friedl:
(geeft aan dat ze ook nog iets wil zeggen, fluisterend) ‘Ik heb een mededeling…aan het einde.’
Gina:
‘OK Friedl. Researchfonds, interview, galerij en voetbalvakantie van volgend jaar?...Geen andere punten meer?’
Andreas:
‘Omatijd’
Gina:
‘en omatijd’
(Ché komt op met hapjes)
Anna:
‘hm Ché, dat ziet er lekker uit!’
Olga:
(verrukt) ‘Sushi! Oh Ché, mijn lievelingsgerecht (grijpt gretig naar de stokjes)
Louisa:
(imiterend Ché wordt lievelingsgerecht) ‘Oh Ché, mijn lievelingsgerecht!’
Anna:
(waarschuwend)’Deco!’
Louisa:
(gespeeld onschuldig) ‘Ja?’
Anna:
‘Hier heb je je stokjes’
Louisa:
(protesterend+dubbelzinnig) ‘Ik gebruik liever mijn vingers.’ (neemt de stokjes wel aan)
Gina:
‘Ik begin al met puntje één, ok? Er is een aanvraag binnengekomen van een studente psychiatrie die het verband tussen lesbianisme en burn-out wil onderzoeken.’
Louisa:
‘Waarom niet tussen lesbianisme en humor?’
Anna:
‘Hm, altijd wel zware onderwerpen. Ze kunnen toch ook eens onderzoeken waarom lesbiennes zelfredzaam zijn, of gelukkig.’
Olga:
(kucht)Mythes en vooroordelen in de lesbische gemeenschap.’
Friedl:
‘Ik vind dat we haar onderzoeksvoorstel eens moeten bekijken. Ik zou haar uitnodigen.’
Andreas:
‘Ik ook.’
Gina:
‘Ok, Friedl en Andreas nodigen haar uit.’
Olga:
‘Mij interesseert het ook wel.’
Gina:
‘Ok jullie drie dan? Iedereen akkoord?’
Allen:
‘Hm.’
Gina:
‘We zijn uitgenodigd door kanaal Z om te komen praten over ons samenlevingsproject Outroze, daarna zouden we nog een chatsessie moeten houden van een uur.’
Andreas:
‘Is dat wel iets wat we willen doen?’
Olga:
‘Wat wil je zeggen, Andreas?’
Andreas:
‘Ik vraag mij af of wij dit wel moeten doen. Persoonlijk vind ik dat we ons huis gesloten moeten houden. Anders worden we zo’n freakshow.’
Olga:
‘We kunnen toch het goede vb geven?’
Andreas:
‘Och Olga, het goede vb, wat is dat? Wij hebben een model dat voor ons werkt. Ik hoop dat iedereen de kans krijgt om haar eigen model te creëren.
Olga:
‘ Maar als we in de media komen’
Anna:
‘ dan kneden ze ons tot hun model’
Andreas:
‘en wij mogen dan blijven spelen in een soort kijkdorp.
4
Olga:
‘Hm, je hebt gelijk. Straks moeten we nog in een pleasantville gaan wonen.
Gina:
‘We weigeren dan? Ok, ik zal terugmailen. De galerij. Zijn we bereid om een galerij voor lesbische kunstenaars te sponsoren.’
Olga:
‘Ik zou ja zeggen. De kunstwereld is er eentje van ons kent ons én het is vooral een mannenwereld. Ik geef jou een goede kritiek, als jij in de galerij mijn werk exposeert.’
Anna:
‘Ik vind wel dat het kunst moet zijn.’
Olga:
(vol vuur) ‘Natuurlijk, maar in Vlaanderen word je doodgeknuffeld als je tot het juiste kliekske behoort en met kunst heeft dat niets te maken.’
Louisa:
‘Ik vind zo’n ruimte toch ook belangrijk. Je kunt heel moeilijk iets verkopen als je geen aangename plek hebt waar de klanten eu ‘de waar’ kunnen bekijken.’
Andreas:
‘Maar ga je hen dan niet veroordelen tot een klein clubje? Welke lesbiennes kopen kunst?’
Gina:
‘Gertrude Stein?’
Anna:
‘Kunst en geslacht, kunst en geaardheid. (zucht) Laten we die vraag op onze website zetten.’
Louisa:
‘Ja, waarom doen we dat niet?’
Gina:
‘De website?’ (iedereen knikt) ‘Cluny. Volgend jaar gaat de wereldbeker voetbal door. Gaan we het huis in Cluny nog huren?’
Louisa:
‘Absoluut.’
Olga:
‘Da’s zeker dat.’
Andreas:
‘Ik kan de pastis al ruiken.’
Gina:
‘Pétanque, eten op het terrasje en gokken op de winnaar.’
Andreas:
‘Zwerven door Cluny, mijmeren in de schaduw en vol verwondering de uren zien groeien.’
Allen:
(gelach)
Gina:
‘Dus Cluny akkoord?’
Louisa:
‘Ik zal het praktische wel regelen.’
Gina:
‘Omatijd?’
Andreas:
----------
Gina
‘Indertijd heb ik beslist geen kinderen te nemen, voelde mij er ongeschikt voor. Geen kinderen, geen kleinkinderen. Gelukkig is er meer dan biologie. Genoeg ouders en grootouders met weinig tijd en genoeg kindjes die graag zo’n trage, tijdhebbende oma willen hebben. Dus …
------------------------------------------------------------------------------------------------------
stel jij je groot hart open voor die kleintjes. Ik wil dat ook wel en er zullen er nog zijn.’
Allen:
‘Ja lijkt mij ook, vind ik ook, denk ik ook’
Andreas:
‘Zal ik dan rondvragen en volgende keer verslag uitbrengen?’
Gina:
‘Goed idee. Friedl?’
(een stilte valt)
Friedl:
(met bevende stem) ‘Ik zou een mededeling willen doen. Ik wil het alleen maar vertellen, mijn vraag stellen, maar ik wil nu geen reacties, geen enkele.’ (kijkt rond, iedereen knikt) ‘Vandaag ben ik naar de rechtband gemoeten. Ik ben veroordeeld, misbruik van vertrouwen. Het is aan jullie of jullie mij nog als directrice willen. Ik begrijp iedere beslissing.’ (Iedereen kijkt weg. Friedl staat als eerste op)
DOEK
5

Ouw dozen in’t Outroze’ setting en karakters

GL
echt toneelstuk
is dit speelbaar én zou men er naar toe gaan?

Patricia Huion
15 maart 2006
‘Ouw dozen in’t Outroze’
met dank aan Marieke Huion voor het uittikken van mijn onleesbaar handschrift. Moed en volharding kennen vele gedaantes en contexten!

Salon: leren fauteuils, gegroepeerd, groen of donkerbruin, er hangt kunst aan de muur, beeldjes en verse bloemen, geurkaarsjes
Biljartzaal: pooltafel met filmaffiches, gemakkelijke zetels
Zwembad: vooraan blauw, achteraan een tekening op tegeltjes van Frida Kahlo. Allemaal relaxstoelen.
Kelder: helemaal grijs
Louisa: decorateur-generaal. (73-25j.) Altijd op jacht. Heeft een goede relatie met man achter de rug, is moeder van 2 zonen en heeft 3 kleinkinderen. Gebroken hart door heterovrouw? Heeft haar eigen fruitwinkel gehad (rode bordjes met wit vierkantje).
Olga: de feministe. (72-51j.) Is verbitterd, heeft drie relaties achter de rug, en heeft nu een platonische relatie, geen kinderen, werkte op een advocatenkantoor, tekstboeklesbo
Anna: zangeres. (78-34j.) Heeft haar partner Irma verloren aan kanker, heeft de 2 kinderen van haar partner opgevoed en zo heeft ze 2 dochters en 4
kleinkinderen.Zij bleef thuis, leeft in het verleden.
Gina: (70-30j.) Gortdroge humor, getrouwd met Roos, de tuinvrouw. Heeft altijd administratief werk gedaan. Heeft voor haar ouders gezorgd tot haar 40ste .
Roos: tuinvrouw. (65-47j.) Gaf wiskunde, heeft 31 jaar geleden een relatie gehad met een vrouw die zelfmoord gepleegd heeft, zeer zachtaardig, financieel experte, zwart pak met witte stippen
Ché: verpleegster.(30-16) Werkt voltijds in het rusthuis, is verliefd op Friedl .
Friedl: psychiater. (40-25) Runt het rusthuid, heeft een relatie aangegaan met één van haar patiënten (Beverly). Toen ze de relatie wou verbreken, werd ze
aangeklaagd voor misbruik en geschorst voor 6 maanden.Volledig gekleurd
badpak.
Andreas: (70-90) Heeft het bouwbedrijf van haar man Jo gerund. Is zeer
handig.Financieel experte. Verliefd geweest op een alcoholiste (Angèle) die nu in een gesloten inrichting zit. Heel zwart badpak. Jo is tien jaar dood.
2

La Nina Mala: fini

La Nina Mala blijft in je geheugen hangen. Ik ben blijven nadenken over de relatie tussen werkelijkheid en fictie. Gebruik ik literatuur als golfbreker? Absoluut. Is dit boek een golfbreker? Ja, ik heb veel nagedacht over de vergankelijkheid van de werkelijkheid en de tijdloosheid van de literatuur. In mijn jachtig leven creëert literatuur eilandjes van stilte. La Nina is ook een reis naar onthechting en sinds Siddhartha en Steppenwolf ben ik daarnaar op zoek. Ricardito groeit ook in zijn schrijverschap maar blijft steeds een buitenstaander. OOk dat gevoel herken ik sterk. Noch met het brave jongetje, noch met het stoute meisje kon ik mij identificeren. Ik geraakte ondergedompeld door de structuur, de herhaling had iets hypnotiserends, bezwerends. Op een dieperliggend niveau stelde La Nina mij gerust: je hoeft geen angst te hebben om alles los te laten. Ik heb het boek 's avonds gelezen en in hoofdstukken, vaak moest ik mij bedwingen om niet twee hoofdstukken ineens te lezen. Maar ik had het gevoel dat mocht ik het sneller lezen, ik de essentie zou missen. La Nina krijgt een prominente plaats in mijn bibliotheek. Ik weet zeker dat ik het na een paar jaar opnieuw ga lezen en er weer helemaal ingezogen ga worden.

donderdag, november 23, 2006

book lover: fini

Vind ik het een goed boek: het leest gemakkelijk, gaat over thema's die mij raken, heeft een romantische plot met een knipoog, geloofwaardig karakter, ook iemand die ik in mijn vriendenkring zou willen, ze is heel erg belezen en eigengereid, heeft een goed hart toch voor het arme verwaarloosde meisje en de onbegrepen, ondergewaardeerde moeder. Voor elk wat wils blijkbaar. The good and the bad guy.Goedkope psychologie, geen gelaagd en zeker geen stilistisch sterk verhaal. Humor had pittiger gemogen. Onderzoek over lezers zit niet in het verhaal verweven. Heb doorgelezen omdat het weinig inspanning kostte en omdat de citaten en de verwijzingen naar andere boeken mij nieuwsgierig maakte. Had al op pag 12 door wie the good guy zou zijn. Cover, achterflap en titel hebben mij niet misleid.Eerlijk en lekker ontspannend boek dus
Kaufman Jennifer,Mack Karen (2006).Book Lover. A novel. London:HarperCollinsPublishers

book lover: leesgroep

Frankly, I'm not a huge fan of this whole phenomenon of book clubs, although the concept is appealing - deep and incisive conversations on the merits of a certain turn of a phrase or an unexpected plot twist. But nobody I know reads the same books I do. They read self-helps and thrillers and bios of movie stars. There's no end to the crap that's around. This same crap is made into movies and pretty soon they won't even read the crap anaymore. So joining one of my friends'book clubs is out.
I have this fanatsy book club in my mind where other people feel as passionately as I do about reading. As if it wre a really good kiss. The sheer pleasure and intimacy of having a relationship with a novelist and all the characters is transcendent - even sensual. Certain passages keep resonating in my head long after I've closed the book, and I often can't wait to get back to the story, as if it were a secret lover.
When I tell Virginia this, she thinks it's all too extreme. She reads, she tells me, to find out what happens. And she doesn't get half as caught up with the language and the stories behind the stories.
But for me, reading is so much more. Books teach you how other people think, and what they're feeling, and how they change from ordinary beings to extraordinary ones. Often they are so appealing and intelligent, you'd rather spend time reading about them than doing anything else.
And unlike life, if you don't like what you're reading, you can slam the book shut and then ...peace. That friendly cajoling voice is cut off until you decide to open the book again. Which is why I may not be the best candidate for book clubs. I like to read on my own terms, in my own time. And the same goes for in-depth discussions. I'm just too opinionated and outspoken. I'd alienate everyone in the room. No one would like me. They'd kick me out(70-71)

book lover citaten

Is dat iets waarin wij goed zouden moeten zijn. Ik ben er heel slecht in:
I think the only time I'm really happy is when I'm reading. 'Books make sense of life (Julian Barnes, Flaubert's Parrot) (111)
'I think reading a novel is almost next best to having something to do. (Margaret Oliphant, Scottish novelist (1827-1897)(80)
Classic. A book which people praise and don't read. Mark Twain (1835-1910)(65)
I divide all readers into two classes: Those who read to remember and those who read to forget. (William Lyon Phelps (1865-1943) (37)
I never travel without my diary. One should always have something sensational to read in the train (Oscar Wilde (1854-1900) The Importance of Being Earnest)(30)
I have always imagined that Paradise will be a kind of library (Jorge Luis Borges (1899-1986)(1)
All the best stories in the world are but one story in reality, the story of escape. It is the only thing which interests us all and at all times, how to escape
(Arthur Christopher Benson (1862-1925)(6)
Lily prided herself on her broad-minded recognition of literature and always carried an Omar Khayyam in her travelling bag (Edith Wharton (1862-1937), The House of Mirth (128)
You should only read what is truly good or what is frankly bad. (Gertrude Stein (1874-1946)(223)
Een boekenliefhebber kan natuurlijk praten over boeken en het is wel leuk om te zien welke boeken ze leuk vindt.
Moby Dick en l'éducation sentimentale zal ik ook eens lezen als ik ooit eens vijf...

book lover: welke lezer

GL
eigenlijk is book lover een lekker wegkruipboek: een onhandige maar goedbedoelende heldin, een beetje bevooroordeeld en met een verlangen naar ouderwetse dingen zoal een moeder, een man en een kind. Ze verleis haar book lover, maar ze krijgt wel wat ze wil: een modern sprookje.Zij heeft wel een duidelijke mening over leesgroepen en deelt de lezers ook wel in: een beetje een snobje. Lees maar mee (zei ze tegen haar alter ego)
When Palmer and I first started dating we used to joke about the unspoken hierarchy of readers and the private way in which they tackle a book. At the top of the heap are the purists - people who read to soak up the elegantly constructed literary style and savor the brilliant metaphors, inventive characters, breathtaking imagery, and sparkling dialogue. The story is beside the point. I had a lit prof once who preached that one should always read the end of a novel first so the plot won't be distraction.
Not far behind are the academics - readers who never quite got over how they read a book in ther freshman English class, underlining or highlighting, turning down pages, looking up words they're not familiar with, and scribbling pithy comments in the margins.
The book worshipers come next. They keep their books covered (and not because they are romance novels), use bookmarks, and absolutely never let the book touch the floor. They look at the book as a sentient being, a living, breathing object of desire that needs to be treated with absolute respect. They read every word, even teh footnotes.
Then there are the readers who just want a good old-fashioned story and make no bones about it. They skip over long descriptive passages, skim through digressions, and zero in on who, what, and where to the nth degree.A subcategory of this is people who read books for sex, violence, or any other proclivity, and speedread passages that don't interest them.
Or how about the multitask readers, those who read while cooking, cleaning,talking on the phone, or driving. Which is stupid - not that I haven't done it.
The bottom-feeders come next and include the status readers, a group of wannabes who don't really want to read the book at all but want to be seen with it, like arm candy, the proverbial young blonde on the arm of a tycoon. They skim the book for plot and carry it around like a designer bag. Even worse are the people who listen to audio books, the new version of condensed books, or read novelizations of current movies. These people consider themselves readers, but they're not. What's most annoying is when they join in a conversation and act as though they've actually read it. I group the narcoleptic readers in this nonreader category. People who use books as Ambien and have had the same book sitting on their bedside table for the last six months. Also the bathroom readers - you know, the ones with the magazine racks near their toilets that hold old New Yorkers, Chicken Soup for the Soul books, and dog-eared collections of dirty jokes. (...)
Then there are the readers who like to hang out in bookstore cafés nursing tepid cappuccinos, hogging the table for hours while they leisurely read unpurchased books, leaving them in piles on the table for the salespeople to put away.
And let's not forget the hopeless unfinishers - people who like choosing books, buying books, starting books, but the one thing they can't seem to do is finish books.They continually deceive themselves, thinking this is the one book they are going to read all the way through, and I do think they are well-intentioned, but like diets and New Year's resolutions, the will to persevere usually fades. (...)
The most frustrating category of all includes people who read a book and just don't get it. I know, I'm a snob. I admit it. But once they tell you their analysis, there is really nothing you can do except change the subject.(72-74)

zero points

GL
dit wordt toch echt wel heel erg pijnlijk. Ik heb de keuze gemaakt om geen samengestelde karakters te gebruiken, want dan zou iedereen toch maar aan zoeken en ik had angst om met mijn vrijbuiters humor brokken te maken. Kan ik nu wel of niet nog een mail sturen? Zal ik bellen? Wat maakt dat mijn leesvriendinnen niet reageren?
Heb ik de verkeerde dingen onthouden, niet juist geselecteerd? Hoe achterhaal ik het?
Ik kan mijn onderzoeksvraag niet verraden want dan beïnvloed ik het onderzoek? Ik kan ook niet zeggen wat ik ervan vind want dan...bah wat een impasse. Behoort geduld ook tot de competenties van een onderzoeker? Leesvriendinnetjes heb meelij

maandag, november 20, 2006

werkelijkheid en fictie bc

mystory

Goedemiddag GL
Het toneelstuk over het boekenclubje zet de discussie over de relatie tussen werkelijkheid en fictie verder. Het traject wordt steeds boeiender.
Ook al heb ik zo waarheidsgetrouw vanuit mijn beleving het bc uitgeschreven, toch wordt dit al een vertaling in een medium. Ik heb het nog niet echt vertoneeld: toch stuur ik de werkelijkheid al door de keuze van de titels en hoe ik de personages en het decor beschrijf. Uitspraken zullen misschien bij de verkeerde spreker terechtgekomen zijn, maar doet dit afbreuk aan de conversatie binnen de bc. Maw: is wie het zegt, belangrijker dan wat er gezegd wordt en waarom.
De werkelijkheid op zich kan niet in haar onmiddellijkheid weergegven worden en dus hebben we een medium nodig. Dat medium stuurt de werkelijkheid.
Volgens Vargas gaat de werkelijkheid op zoek naar haar meester: de fictie. Mijn volgende stap moet nu gaan in de richting van bewerking en het creëren van betekenis: door de afstand met de werkelijkheid te vergroten, verdicht ik ook de werkelijkheid.
In de volgende posts het afgewerkt toneelstuk: helemaal onwaar en daarom volledig waarheidsgetrouw.

zondag, november 19, 2006

het cognacske

mystory
Het cognacske
GL
Ik heb nu na de leesgroep en het toneel precies nog meer vragen. Ik heb sterk het gevoel dat mij iets ontgaat. Uiteraard gaat ook dit boek over de aard van literatuur: metafictie. Wij hebben daarover niet doorgeboomd. Maar als je zo alles op een rijtje zet, krijgt literatuur toch een aparte invulling.
Normaalgezien bespreken we ook de titel. Marleen gaf het al aan in haar mail: la nina mala. De volledige titel luidt: Travesuras de la nina mala. Is het ongrijpbare meisje dan een goede vertaling ? Travesuras zijn dat overtochten of zoiets ? Ook het vertelstandpunt hebben we hier niet aan verbonden: door het vertelstandpunt trekt hij immers alle aandacht naar Ricardito. Dat is toch vreemd, niet?

Japan is een kantelmoment : daarna sterven er geen gidsen meer, alleen het stoute meisje sterft nog.Is zij de laatste gids? Gaan we dan over naar de helers? Wat is de rol van zijn buren, met het niet-sprekende kind?Van de neef-ingenieur en arquimedes, decorbouwster? Gebeurt er dan iets anders in zijn ontwikkeling?

Hoe word je schrijver: je blijft buiten de werkelijkheid, doodt de werkelijkheid en maakt haar eeuwig. De werkelijkheid moet begeerlijk zijn, van daar de erotische aantrekkingskracht tussen werkelijkheid.De schrijver lijkt wel op de vrouwtjesspin. Na het paren doodt hij de werkelijkheid. De werkelijkheid erkent de literatuur niet. Hij wist ook dat ik haar drie keer gevraagd had en dat zij drie keer nee gezegd had: verraad bijbel.
Wat is de betekenis van het huisje? Subsidie schrijvers?

Het loslaten van de orde en het onderdompelen in de chaos hebben we ook laten liggen.
De relatie tussen de werkelijkheid en fictie is obsessief
De werkelijkheid is op zoek naar haar meester in de fictie?
Voor vertaler komt de lezer.
Literatuur als golfbreker voor het leven?
Wat heeft de zwaartekracht met literatuur te maken?
Wat heeft ziekte met literatuur te maken( heler en vereeuwigen)
Leven (het stoute meisje) spreekt gebrekkige taal
Taal ondergeschikt aan betekenis: maar andere taalstaat ook voor vrijheid: Lily en Lucy spreken Chileens en dat geeft hen een vrijheid die de Peruaanse jeugd niet kent.
De link met Tsjechov hebben we ook niet uitgewerkt?
Enfin, als jullie de antwoorden hebben, graag.

Twee warme choco’s, twee lindethees, twee koffies

mystory
Twee warme choco’s, twee lindethees, twee koffies

Marleen: Ik heb nog wat uit de recensies.Die geven Greta gelijk: etaleren, hij jent de lezer, clichématige beschrijving van de steden.
Greet: hoe zou hij die steden zo goed kennen?
Marie-Anne: via Google Earth. Dat is prachtig.Wij hebben onze reis in Afrika zo helemaal opnieuw bekeken. Je kunt daar ook zien hoe je woont.
Greet: op Google Earth?
Greta: maar hij zal wel in Parijs gewoond hebben zeker.Iedereen wou toen toch naar Parijs en daarna naar Londen.
Marleen: wat vonden jullie nu van werken met een vragenlijst.
Marie-Anne: ik vond dat goed. Ik heb ze afgeprint.
Renilde: ik ook.
Greta: ik weet het niet. Ik zeg altijd tegen mijn studenten: geen lijst met moeilijke woordjes, schrap dat, dat heeft niets met literatuur te maken. Maar aan de andere kant vond ik het toch wel goed.Ik neem altijd nota’s en soms weet ik niet wat ik moet opschrijven en nu heb ik mij toch door de vragen laten leiden ja.
Renilde: maar ik hoop toch dat we nog spontane vragen mogen stellen
Patricia: heeft iemand mijn blog gelezen?
Anne: ja en ik vond dat heel leuk.
Marleen: ik heb het ook gelezen, maar ik kon niet reageren.Die aanvaardt mijn identiteit niet.
Greta: ik heb het u al gezegd. Ik lees het pas nadat ik het boek gelezen heb.
Renilde: ja en ik wacht nog altijd op jouw link.
Patricia: ik denk dat ik een fout in jouw mailadres geschreven heb. Ik heb er een h aan toegevoegd.
Marleen: maar dat is ze niet.
Renilde: ja dan komt het niet aan
Marleen: Reinhilde.
Patricia: dames, ik zit met een vraag.
Greta: zeg het eens
Patricia: ik zou voor mijn doctoraat een toneelstuk over onze boekenclub willen schrijven.
Greta: doe je nog verder aan je doctoraat.
Patricia: ik probeer toch
Greta: amai dat vind ik goed.
Patricia: ik zet dat dan op de blog
Greta: een toneelstuk over ons.
Patricia: en dan zou ik graag hebben
Greta: we worden beroemd
Greet: Greta, laat Patricia nu eens uitspreken, ze krijgt het amper gezegd
Patricia: dus ik schrijf het toneelstuk, jullie geven feedback of veranderen er aan totdat het een juist beeld geeft van onze leesgroep.
Marie-Anne: een toneelstuk voor je doctoraat?
Patricia: ja, maar ik heb schrik dat ik mijn maagdelijkheid als leesgroeplezer verloren heb.Mijn lezen is bezoedeld door wat ik voor mijn literatuurstudie gelezen heb.
Marie-Anne: ik heb dat ook.
Greta: ook uw maagdelijkheid verloren?
Marie-Anne: sinds ik in de boekenclub ben, lees ik ook anders, met al die Germanisten hier.Ik lees toch anders.
Renilde: ik vind dat juist goed.Ik vind dat we meer andere mensen in onze boekenclub moeten hebben.
Greta: ja, daarom vind ik het zo spijtig dat dingske, hoe heet ze ook al weer
Patricia: Lisette
Greta: ja, Lisette, die kon zo vanuit een ander standpunt een boek bespreken.
Patricia: ik kan het haar nog eens vragen
Renilde: we kunnen nog eens andere mensen aanspreken, nee.
Greta: ik heb wel ondervonden dat 8 het maximum is, anders krijgt niet iedereen de kans om zijn gedacht te zeggen. En dat is toch belangrijk.
Renilde: dat vind ik ook. Ik heb eens in een andere leesgroep gezeten en dat was een lezing. Iemand zat vooraan en besprak het boek.
Patricia: wat ik graag zou hebben is dat jullie bijsturen.
Marleen: en waarom een toneelstuk, Patricia, en geen roman.
Patricia: ja dat heb ik mij ook afgevraagd want eigenlijk lezen wij ook geen toneelstukken
Renilde: en ook geen poëzie
Patricia: maar wat wij hier doen, is een performance en een toneelstuk sluit het beste aan bij het levendige van onze groep. Bovendien heb ik al een ander toneelstuk geschreven en dat ging goed.
Greta: heb je een toneelstuk geschreven?
Patricia: over een lesbisch bejaardetehuis, als jullie willen, zet ik het ook op de blog?
Renilde: dat lijkt dan op dat stuk van Bart waarin hij gespeeld heeft.
Marleen: ja?
Marie-Anne: die waren toch niet lesbisch
Marleen: nee want als daar een man in de buurt kwam.
Renilde: och ja. Allez, Patricia: een toneelstuk.
Marleen: en wordt dat dan ook opgevoerd?
Patricia: dat zou de bedoeling zijn. De boekhandel Bert Van Sande stelt haar ruimte beschikbaar.
Marie-Anne: ik doe mee.
Marleen: Renilde kunnen we daar geen subsidies voor krijgen?
Renilde: dat kan niet, want ik zit in de groep
Marie-Anne: moet jij meegaan?
Renilde: maar er is wel een Grundvig project rond leesgroepen
Patricia: dat meen je niet
Renilde: jawel, read.com. Ik heb het doorgemaild aan iedereen want er was een plaats voor Vlaanderen.
Patricia: niet aan mij.
Greta: jij zit niet in de lerarenopleiding.
Patricia: kan ik er nog in?
Renilde: ah nee, want iemand van de Katholieke hogeschool van Leuven heeft gereageerd.
Patricia: dat meen je niet.
Greta: och maar die onderzoeksresultaten zijn toch openbaar
Patricia: maar Renilde
Renilde: ja kijk. Ik kan jullie wel in contact brengen met elkaar.
Marie-Anne: en wat moeten wij dan doen?
Patricia: ik bekijk jullie commentaar als onderzoeksgegevens
Marleen: en spelen we dat dan hier in het cultureel centrum?
Patricia: of misschien organiseert Stichting Lezen wel iets?
Greet: en maken we dan ook een kalender?
Patricia: een kalender?
Greet: zoals die dames
Patricia: in Yorkshire!
Greet: ja , niet?
Marleen: oei hebben ze zo kleine boekjes?
Patricia: dichtbundels
Renilde: ik ben februari
Marie-Anne: dan vraag ik een encyclopedie
Greet: en dan krijg je zo twee schijfjes.
Renilde: ik ben februari
Marie-Anne: februari?
Renilde: de kortste maand
Patricia: ik zie mij dat wel niet tegen Ronald zeggen.
Greet: wat
Patricia: ze willen ook een kalender.
Greet: ik zal wel full monty gaan
Marleen: Greet!
Greet: dat kan mij allemaal niet meer schelen. Spreken wij nog iets af want ik moet naar huis.
Greta: wij hadden al een afspraak
Marleen: 12 december: Witte Oleander.
Greet: gaat dat nog door? Ik heb de film op schijfje voor wie het naderhand nog wil zien.
Greta: en wij gingen niet op weekend? Marleen in dat huis van uw schoonzus?
Marleen: ja maar het is bezet en het is vaak verhuurd.
Greta: Eddy had nog een huisje in Roest-Brugge.
Marie-Anne: Roest-Brugge?
Greta: dat is aan uw kanten daar.
Marie-Anne: dat is wel ver
Greta: ik weet het. Naar Heure is maar een uur en hier zijn we algauw twee uur aan het rijden.
Greet: dat is te ver.
Marleen: maar we kunnen ook iets doen in de kerstvakantie, nee?
Greta: dat vind ik ook goed.
Patricia: in het Paleis voor Schone Kunsten, schijnt er een interessante tentoonstelling te zijn rond het oog.
Marleen: is dat die niet rond Spillaert.
Patricia: ik weet het niet meer precies.
Marleen: is het Spillaert of
Anne: Spilliaert. Ik zie die wel graag.
Marleen: en Brussel is ook wel leuk.
Marie-Anne: wanneer gaan we dan? In de eerste of de tweede week?
Marleen: in de eerste week gaan Bart en ik al naar Düsseldorf.
Patricia: ja, dat schijnt een prachtige stad te zijn en daar is nu een hele goede tentoonstelling over Francis Bacon.
Greet: Düsseldorf is een artistieke stad en die ligt ook langs de Rijn, lijkt erg veel op Keulen met die Kaufmansallee
Patricia: is zo’n twee uur rijden, denk ik.
Marleen: heeft ook een goede treinverbinding.
Patricia: dat wist ik niet.
Greet: maar we kunnen ook naar Aken gaan
Marleen: daar zijn we ook nog niet geweest.
Greet: en daar kan ik jullie wel gidsen en daar is ook een heel goed museum voor moderne kunst.
Greta: dat kunnen we ook doen.
Greet: en als jullie dan naar mij thuis komen, dan kunnen we met twee auto’s rijden. Het is maar een goed half uurtje van thuis. En ik weet waar we kunnen parkeren.
Marie-Anne: laten we dat dan maar doen.
Marleen: Aken dan en wanneer?
Greta: de vijfde op een vrijdag.
Marleen: dat gaat niet want dan verjaart Bart en hij wordt vijftig.
Renilde: dat gaat dan niet
Marleen: dat is toch een speciale verjaardag
Greet: dat is allemaal overroepen.
Marleen: maar donderdag zou gaan
Patricia: kan niet, moet naar therapie
Greet: in de voormiddag?
Patricia: nee in de namiddag, maar het kan zijn, dat hij dan niet werkt.
Greta: of dat je het niet meer nodig hebt.
Patricia: dat geloof ik niet. Maar misschien neemt hij dan verlof. Ik zal het aan hem vragen en dan zal ik het op de mail zetten.
Greet: donderdag dan onder voorbehoud. Ik ben weg, want anders wordt het te laat voor mij.
Renilde: en dames hebben jullie gereageerd op mijn kaastafel
Marleen: ik geloof dat ik die mail per toeval vewijderd heb, zou je
Renilde: ja maar Marleen toch
Patricia: Ik heb hem nog niet gevonden, ik moet nog veel mails lezen.
Renilde: en wie kan vrijdag meegaan naar het Parfum?
Greta: speelt hem al
Renilde: jaja
Marie-Anne: ik heb aan Jan beloofd om samen met hem te gaan.
Greta: ik heb het te druk. Ik vertrek naar Gran Canaria.
Marleen: naar Gran Canaria? op vakantie?
Greta: nee een uitwisseling
Patricia: amai
Renilde: en jij Anne?
Anne: vrijdag is onze avond.
Patricia: ik zou wel kunnen.
Marie-Anne: hij is niet gruwelijk, want ik ken mensen die hem al gezien hebben.
Patricia: och god dat is waar ook.
Marie-Anne: nee, het gaat want die mevrouw kon niet naar Silence of the Lamb kijken, maar dit vond ze te doen.
Patricia: Anne en wat vond je van mijn blogstem. Herkende je mij?
Anne: nee, dat niet, het was wel een stem van een belezen iemand.
Patricia: vind je dat goed?
Anne: het is geen kwestie van goed of slecht… ik moet daarover nadenken.
Patricia: het is misschien wat te narcistisch.
Anne: nee, ik zal erover nadenken.
Pallieter: nog iemand iets drinken?
Anne: koffie verkeerd.
Marleen: koffie
Renilde: koffie
Marie-Anne: rozebottelthee
Greta: dat hebben ze hier niet, Linde, camillethee,
Marie-Anne: lindethee dan
Greta: mij ook
Patricia: warme choco
Anne: doe mij dan ook maar een warme choco?
Marleen: en wat vonden jullie nu van het boekenclubje
Greta: ik vond het één van de beste boekenclubjes. Echt waar. Ik vind het boek niet goed, maar er waren verschillende meningen en er was niet zo één mening die domineerde.
Patricia: en Greet heeft het blijkbaar mee naar huis genomen.
Marie-Anne: ja ze wou het toch lezen.
Patricia: dan is het zeker een geslaagd boekenclubje.
Marleen: en Anne heb je genoeg kunnen zeggen?
Anne: ik zeg hier heel veel.
Greta: meer dan anders?
Anne: ja.
Marleen: Patricia, ik heb hier nog een goed boek voor het volgend boekenclubje in uw toneelstuk misschien: ‘Het ware leven, een roman.’Dat gaat over de rol van de critici voor de schrijver.
Patricia: dat lijkt mij goed ja aangezien wij toch niet zo positief tegenover critici staan.
Marleen: staan wij niet positief tegenover critici?
Patricia: oh ik weet niet. Wie heeft het geschreven?
Marleen: Ilja Leonard Pfeijffer.
Patricia: mag ik eens zien?
Marleen: je mag het houden.
Marie-Anne: mogen wij betalen?
Patricia: ik moet ook naar huis, ik ben moe.
Marleen: wij zijn ook nog met een interessant project bezig.
Renilde: ja?
Marleen: wij gaan kleuterboekjes multimediaal maken. Daar is enorm veel vraag naar.
Greta: uw studenten?
Marleen: neen wij als docenten. En dan moeten onze studenten daarmee werken.
Renilde: dat is wel interessant.
Marleen: en Clavis is ook wel geïnteresseerd.
Greta: is er iemand die mij naar mijn auto rijdt?
Renilde: ik zal dat wel doen.
Patricia: hoeveel moet ik?
Pallieter: zeven euro veertig, voor degenen die de wijnfles gedeeld hebben is het 10 euro.
Renilde: moeten we ook voor de zoutjes betalen?
Pallieter: nee,nee, van het huis
Marleen: dag he, Patricia
Patricia: ja saluukes allemaal.

1 fles rode wijn, een dubbele trappist, een plat waterke én zoutjes!

mystory
1 fles rode wijn, een dubbele trappist, een plat waterke én zoutjes!

Marleen: allez,ik probeer. Zullen we beginnen met de eerste vraag?
Greta: ik heb mij rot geërgerd. Telkens opnieuw een ander verhaal en telkens ontdekte hij daarin toevallig dat meisje.
Patricia: Gaat het niet over wat we leuk vinden
Greta: of niet staat hier tussen haakjes.
Patricia: ok
Greta: ik vond het bij de haren getrokken
Patricia: vreemd, ik vond dat ook wel verwarrend, ja, maar ik denk dat het mij net in het verhaal trok. Het maakte mij alleszins nieuwsgierig. Waar wil hij naartoe en wat moet ik doen?
Greta: ik voelde mij gemanipuleerd.
Marie-Anne: ik vond die verschillende periodes wel interessant. Dat was zo precies of ik door mijn leven reisde.
Greta: ja de revolutie en de flower power…
Marie-Anne: mijn mama was in Parijs toen de studentenrevolutie uitbrak.
Patricia: wouw, zo’n historisch moment meemaken
Marie-Anne: zij vond dat niet zo leuk, voor die éne keer dat ze dan eens in Parijs kwam. En ze konden ook niet naar huis
Renilde: dat had wel iets vond ik, wij hebben die geschiedenis toch ook een beetje meegemaakt.
Anne: ik heb het niet uitgelezen.Ik ergerde mij aan zijn etaleren. Kijk eens wat ik allemaal weet.
Patricia: ik vond het wel leuk om te zien hoe hij telkens een situatie creëerde, zelf er buiten bleef staan, een vriend vond die hem naar die wereld en naar het stoute meisje gidste. Die vriend moest dan wel telkens sterven.
Greet: dat haat ik in boeken als je zo moet gaan zoeken.
Anne: ik ook, wat heb je nu aan zo’n boek?
Renilde: dat zegt niets over mijn leven of het leven dat ik ken.
Patricia: het zegt iets over de literatuur
Anne: en die karakters waren vlak.
Marleen: ja wat vond je van de karaktertekening, de evolutie in de karakters
Marie-Anne: die bleven toch hetzelfde?
Anne: dat vond ik ook. Hij bleef het brave jongetje en zij het stoute meisje. Dat zijn kartonnen karakters.
Marie-Anne: en dat die Ricardito dat allemaal neemt?Jongens toch, dat maakt mij kwaad.
Marleen: vlakke karakters, dus.
Patricia: maar hij groeide toch van vertaler, naar literair vertaler, naar schrijver?
Marleen: dat vind ik wel interessant
Anne: die personages leven niet.
Patricia: is typisch voor een allegorie.
Anne: ja het boek deed mij aan Elcerlyck denken.
Greet: een allegorie?
Anne: iedere brave jongen, ieder het stout meisje. Dat soort boeken lees ik niet graag.
Renilde: ik vond dat een sm-relatie.
Greta: wat?
Renilde: dat is toch zo. Ik heb gelezen dat dat zo gaat.
Patricia: sm…dat is nu helemaal niet bij me opgekomen!
Renilde: allez, dat is toch niet normaal, ik bedoel, voor ons normaal. Maar er zijn mensen die dat graag hebben, die vernedering.
Marleen: maar met die winden
Marie-Anne: ja wat was daar de bedoeling van?
Renilde: maar bestaat dat?
Marie-Anne: dat weet ik niet.
Renilde: er bestaan toch middelen ertegen?
Marleen: bonen en ajuinen zullen ze dan verwerken zeker.
Marie-Anne: maar hoe kan die zo’n relatie beschrijven? Is dat iets uit zijn leven?
Marleen: wacht , dat heb ik opgezocht.Hij is geboren in Peru in 1936. Dan is hij nu…
Patricia: 70
Marleen: 80
Patricia: 80?
Marleen: Ah nee, 70.Zijn ouders waren gescheiden. Tot zijn tiende woonde hij in Bolivia bij zijn moeder, die mishandelde hem.Dan is hij terug naar Peru gegaan, naar zijn vader. Daar woonde een tante bij hen in en die mishandelde hem ook.
Marie-Anne: ah
Marleen: wacht, het strafste komt nog: met die tante is hij op negentienjarige leeftijd getrouwd.
Marie-Anne: dat moet wel, want daar zo over schrijven.
Greet: ja Marleen, waarom heb jij dit boek gekozen?
Marleen: eu, ik had het nog niet gelezen.
Greet: dat kan wel niet.
Marleen: maar ik had wel een recensie in De Standaard gelezen en het cadeau gegeven aan Renilde.
Renilde: dus ik moest het wel lezen.
Marleen: er stond in dat het humoristisch was.
Anne: humoristisch.Dat staat op de achterflap, maar ik vind het boek helemaal niet humoristisch.
Marie-Anne: dat vind ik nu ook niet.
Anne: wat mij irriteert, is dat haar lichaam telkens zo in detail beschreven wordt.
Greta: is dat zo?
Anne: niet alleen haar lichaam, maar wat zij aan heeft
Patricia: misschien heeft dat wel een functie?
Anne: het irriteert mij, jong strak
Marie-Anne: ik vond het wel ongeloofwaardig dat dat stoute meisje zich zo kon vermommen in al die situaties.
Renilde: en zo al die accenten kon spreken.
Marleen: dat zal wel door die armoede komen zeker.
Patricia: er bestaat een speigelwerking tussen die brave jongen en dat stoute meisje.Ze blijven allebei zichzelf. Alleen stond Ricardito altijd naakt buiten de groep en zij verkleedde zich en ging altijd op, als een kameleon, in die tijd en ruimte.
Greta: vorm en inhoud, dan.
Patricia: dat heb ik eraan verbonden
Greet: het kan wel goed zijn, he, dat dat allemaal zo bedoeld is, maar vind je dat dan niet zo bewerkelijkt.
Patricia: bewerkelijkt?
Anne: zo gezocht. Je moet toch een roman kunnen lezen, zonder daar allemaal rekening mee te houden. Die roman moet toch bestaan zonder naar de vorm te moeten kijken?
Greet: dat vind ik ook: de vorm verdwijnt in een goede roman.
Anne: het moet toch plezierig blijven om een goede roman te lezen.
Marleen: vorm creëert betekenis.
Anne: oh betekenis. Vind je niet dat alles tegenwoordig betekenis is, ik vind dat zo… ik lees een boek omdat ik daarin kan opgaan.

Pallieter pauzeert aan de tafel. Alle tafels zitten ondertussen vol.

Pallieter: willen jullie nog iets drinken?
Marie-Anne: zullen we een fles bestellen? Drinkt iedereen van op het vat?
Anne: nee, ik had de fruitige besteld, maar doe maar.
Greta: voor mij een Westmalle
Pallieter: dubbel of tripel
Greta: dubbel
Patricia: een plat waterke

Pallieter gaat weg

Patricia: vind je de wijn lekker?Hij is nogal zuur.
Marie-Anne: valt wel mee.
Patricia: Hij heeft wel een fruitige afdronk ,maar ik ga hem toch niet opdrinken.
Marleen: ik heb dat niet zo graag, een hele fles. Met een karafke kan ik beter bijhouden wat ik drink.
Marie-Anne: dan zullen we voor jou streepjes zetten.
Greet: op het glas.
Renilde: nog tot daar

Pallieter brengt de drankjes.

Marleen: en wat is de betekenis, eu de rol van het jongetje?
Greta: dat vond ik ongeloofwaardig. Dat zij hem ineens leerde praten.
Marleen: ze hadden allebei wel een trauma te verwerken.
Greta: en dat hoorde hij al aan de telefoon?
Patricia: een voorbode dat zij de schrijver een stem kan geven.
Marleen: een hint van interpretatie?
Marie-Anne: waren daar nu normale mensen in dat boek?
Renilde: ik vond dat koppel, die buren, wel normaal ja.
Greta: en nog wel een Belg.
Patricia: wetenschappers, medici en schrijvers maken de mens gezond.
Marleen: en waarom komt zij altijd terug naar hem?
Marie-Anne: waarom laat hij haar altijd toe, eerder?
Marleen: en geeft hij aan haar al zijn geld.Hij moet zelfs zijn appartement op het laatst verkopen?
Greta: maar zij houden toch van elkaar.Want als hij daar die ander heeft, daar in Madrid, dan is zij toch niet min.
Renilde: maar zij vindt dat ook niet goed voor hem.Ze zegt dat ook tegen hem. Dit appartement is een grote rommel en jij stond altijd zo op orde.
Patricia: dat leek mij ook maar een oppervlakkige relatie.
Renilde : waarom denk je dat?
Patricia: hij gaf haar toch gemakkelijk op.
Marleen: hij zal ook wel geweten hebben dat die relatie niet lang kon duren.
Renilde: denk je dat?
Marleen: ja, hij wist toch ook wel dat zij veel jonger was.Hij zal zich wel beveiligd hebben tegen de pijn.
Marie-Anne: ik denk ook dat hij niet meer zo in de liefde wou opgaan.
Greta: die relatie met het stoute meisje heeft hem toch wel getekend.
Renilde: dat was een obsessie.
Patricia: obsessie?
Renilde: ja, hij kon toch niet zonder haar en zij niet zonder hem?
Marleen: ja, ik vond dat zo erg dat hij niet in Peru kon blijven toen zij de telefoon niet opnam.
Greta: en dan zijn opluchting toen hij thuiskwam en zij op hem wachtte.Dat vond ik wel ontroerend.
Marie-Anne: en dan die telefoon om te zeggen dat de telefoon terug gemaakt is.
Patricia: ik dacht dat zij toen loog.
Renilde: meen je dat?
Patricia: dat dacht ik, ja.Ze had toen toch al die oudere man, volgens mij. Dat was opgezet spel.
Renilde: ja dat kan.Dan wordt het wel helemaal arme Ricardito.
Marie-Anne: maar waarom deed ze dat toch allemaal?
Marleen: uit armoede
Anne: maar dan was ze toch bij de eerste man gebleven: die had toch genoeg geld.
Greta: of bij die Japanner.
Anne: zou dat er echt zo aan toe gaan in Japan?
Greta: ik weet het niet.Mijn schoonzus zit nu in Japan.Ik zal het haar eens vragen.
Renilde: maar die Japanner dat het was toch het kantelmoment, nee.
Marie-Anne: dat kunt ge wel zeggen.
Anne: ik snap dat niet dat vrouwen dat nodig hebben.
Renilde: maar nu was het wel omgekeerd.Nu was zij de slaaf en hij de meester.Dat verweet zij hem toch.Dat hij altijd zo braaf bleef.
Greta: zij was op zoek naar haar meester.
Marie-Anne: maar dat ging wel heel ver.
Renilde: tot haar leven op het spel stond.
Patricia: Die Japanner had haar toch buitengezet.
Renilde: neenee, dat had zij toch verzonnen.
Patricia: och god ja.
Marie-Anne: dat zei die dokter toch
Greta: die vond dat ook heel sterk van haar.
Anne: verslaafd aan vernedering.
Marleen: ik ken ook zon koppel.Hij kijkt helemaal naar haar op en doet alles voor haar.
Greta: ja, maar wat die Japanner allemaal met haar gedaan heeft.
Marleen: wat zegt dit allemaal over de liefde?
Marie-Anne: gaat het over liefde?
Patricia: dan vind ik dat A S Byatt veel meer over liefde ging.
Marleen: Obsessie
Patricia: Possesion, ja.

Renilde steekt haar hand op. Pallieter komt naar de tafel

Greet: ja Renilde
Renilde: krijgen wij nog wat zoutjes?
Pallieter: zeker.
Greet: oh, ik dacht dat je een vraag ging stellen.
Renilde: Ik heb een vraag gesteld,ja.

Pallieter zet twee schaaltjes met zoutjes op de tafel

Marleen: en die Arquimedes?
Anne: dat vond ik een goedkope truc.
Greta: dat was die met zijn golfbrekers.
Renilde: toch wel straf dat dat haar pa bleek te zijn.
Greta: met die neef die geen neef was.
Patricia: de lezer die een boek zo goed vindt, dat hij alles over die schrijver wil weten.
Marleen: ik vond dat wel een goed beeld, verklaart de aantrekkingskracht van Ricardito voor haar. Hij is haar golfbreker?
Patricia: waarvoor stond Archimedes?
Marleen: dat is haar vader.
Patricia: de wetenschapper, bedoel ik.
Marleen: denk je niet dat Arquimedes gewoon een veelvoorkomende naam is?
Greet: is dat die niet van de zwaartekracht?
Marie-Anne: ja, dat is die met zijn bad.
Marleen: ik heb het niet opgezocht.
Patricia: zwaartekracht?
Greta: dat was toch geen positieve relatie met haar vader.
Renilde: hij wou via haar naar Parijs.
Marleen: zij wou ook niet terug naar Peru.
Anne: dat vond ik wel een prachtige scène met dat meisje, het roze varkentje.
Marleen: op dat feestje?
Anne: toen ze ontdekten dat zij geen Chileense was.Geen enkel karakter leefde in dit verhaal maar dat roze varkentje, schitterend beschreven.
Marleen: dat meisje wist dat wel niet.
Anne: nee die was te goeder trouw (zoekt passage)
Marleen: maar misschien kunnen we dan overgaan naar het belang van de taal.
Renilde: heel belangrijk.
Marie-Anne: hij was ook vertaler.Ik vond dat ook prachtig hoe hij dat uitlegde dat zij andermans taal gebruikten (zoekt passage)
Renilde: en ook dat zij geen sporen nalaten.
Marie-Anne: en dat je als vertaler alleen de woorden gebruikt maar niet naar de betekenis hoeft te kijken.
Greet: dat kan toch niet.Je kunt toch niet vertalen zonder interpretatie.
Renilde: dat moet nochtans.Bij ons krijgen die mannen een lijst van vakjargon, dat moeten zij voorbereiden.Die hebben daar toch wel veel werk mee.
Marleen: maar in een literaire vertaling, daar speelt de interpretatie wel mee.
Greet: in iedere vertaling.
Renilde: nee, dat kan helemaal niet want vaak wordt er vertaald naar het Engels en vanuit het Engels naar een andere taal.
Greta: als ik dan denk aan die oefening van een zinnetje doorzeggen.
Renilde: ze moeten precies vertalen wat er gezegd wordt.Dat is intensief werk.Die mannen mogen maar 20 minuten werken en dan moeten ze rusten.En die hebben ook recht op anderhalf uur lunchpauze en wij moeten dat respecteren.Als bij ons een vergadering, bijvoorbeeld, uitloopt en wij willen nog wat langer werken of vroeger beginnen, dan mogen wij dat niet.
Anne: dat lijkt mij ook wel moeilijk, zo simultaan vertalen.
Marleen: in het boek wordt ook veel vertaald.
Greta: ja dat vond ik wel erg irritant.Iedere conferentie kon hij laten zien wat hij erover wist.Eentje over de arme landen, dan kregen we daar ook weer zijn opinie.Allez dacht ik dan, dat weten we ook weer.
Marleen: dat hij Russisch ging leren, vond ik toch wel indrukwekkend.
Renilde: en dan Tsjechov gaat vertalen.
Marleen: en zij spreekt ook verschillende talen.
Greta: maar altijd gebrekkig
Marie-Anne: sprak zij ook Japans?
Patricia: of Engels?
Renilde: Japans denk ik, want ze bestelde toch thee in het Japans en ze verstonden haar niet goed.
Anne: ik heb die passage gevonden met het roze varkentje. ‘Een blij varkentje wier vetrolletjes werden opgestuwd door haar roze jurk met een grote strik op de rug’. Het was dus geen roos varkentje, maar een blij met een roze jurk.Op pagina 17.
Greta: Die Miraflores wijk leeft ook wel.
Anne: je voelt dat hij daar gewoond heeft.

Een groep installeert zich rond de piano

Greet: och, nu krijgen we nog Porky and Bess
Greta: musicals vandaag
Marleen: en wat zegt het boek over oud worden?
Greet: dat het een goed idee is?
Greta: Ik vond die multiculturele wijk in Madrid wel iets hebben, ik wil daar wel eens op bezoek gaan.
Renilde: en die jonge vriendin.
Marleen: hij kon wel niet geloven dat ze bij hem zou blijven.
Renilde: maar hij vond haar verhaal wel interessant. Als zij beschrijft wat zij in de etalages ziet.
Greta: hij leert met andere ogen kijken
Patricia: maar dat is toch een oppervlakkige liefde. Dat zit toch in haar decor bouwen.Het stoute meisje zijn innerlijk en de andere het uiterlijk.
Renilde: zo zie ik dat wel niet.Decor is toch een visualisering van de binnenwereld. Het decor versterkt toch de betekenis van de werkelijkheid?
Patricia: ja ,je hebt gelijk.
Marleen: maar dat kon het stoute meisje toch niet zo goed hebben.
Anne: Waarom ging ze naar hem terug toen ze doodziek was?
Patricia: Eros en Thanatos?
Greta; ze heeft zelfs een detective ingehuurd om hem te vinden.
Patricia: ik vind dat oud worden getoond wordt als de kans om authentiek te worden, de periode waarin je je maskers kunt afgooien.
Greta: dat zij haar vrouwelijkheid kan loslaten?
Marleen: dat was toch een belangrijk wapen, daarmee bereikte ze toch alles.
Marie-Anne: kan! Ze heeft toch geen keuze? Ze wordt verteerd door kanker en hij heeft een hersenbloeding gehad.’t Is van te moeten ja.
Renilde: ja, hij kan niet meer vertalen.
Patricia: maar hij bereikt toch wat hij altijd wou, is niet meer vervreemd in zijn vertalerschap.
Marie-Anne: en moet hij daarom ziek worden?
Greta: je moet iets verliezen, om iets anders te krijgen?
Patricia: ik begrijp ook niet waarom zij zo gruwelijk ontvrouwd moet worden.
Marie-Anne: maar zij heeft geen keuze…
Anne: ja maar de schrijver wel, waarom moet zij geslachtsloos worden, bedoel je?
Patricia: hij krijgt toch geen kanker die hem ontmant?
Renilde: hij krijgt wel een huisje.
Marleen: zij had ook een relatie met een oudere man.
Greta: die zijn kinderen rebelleerden daar wel tegen.
Marie-Anne: zij heeft hem ook teruggestuurd naar zijn kinderen.
Greta: toen ze al ziek was.
Greet: en zij krijgt dan een huisje van hem?
Renilde: dat huisje geeft ze dan wel aan Ricardito.
Greta: na alles wat hij voor haar gedaan heeft.
Marleen: waarom ben je het verhaal blijven lezen?
Marie-Anne: ik vond dat het vlot las.
Greta: ik niet, dat telkens opnieuw beginnen.
Patricia: ik ben blijven lezen omdat ik het niet begreep en ook door het vertelperspectief
Marleen: ja dat was speciaal.
Patricia: een oudere man die terugblikt op zijn leven en soms kondigt hij al aan dat het anders gelopen is. Ik wou weten hoe de oude man zo geworden was.
Marleen: gelukkig doet hij dat alleen maar soms.
Renilde: maar het is toch een open einde.
Patricia: dat vind ik niet: hij heeft het boek toch geschreven.
Greta: dus hij heeft de vraag van het stoute meisje gevolgd.
Marie-Anne: moest zij daarom sterven?
Anne: is die zus nog teruggekomen?
Marleen: nee, die komt alleen in het begin voor. Wat vonden jullie van de politieke context?
Greta: die revolutionair, heeft die echt bestaan?
Marleen: dat zal wel, maar dat heb ik ook niet opgezocht.
Renilde: toch straf dat je revolutionair wilt worden zonder dat er een reden toe is.
Patricia: en dan je land ontwricht.
Marie-Anne: heeft hij ook meegedaan aan d revolutie?
Marleen: hij is wel politiek geëngageerd.Hij heeft de vorige keer zelfs meegedaan aan de presidentsverkiezingen, maar hij heeft het net niet gehaald. Toen hij jong was, steunde hij de links, maar hij is opgekomen voor de conservatieven.
Greta: en dan die homo die met al die vrouwen vrijde.
Marleen: die relatie met die oude vrouw was toch ook ongeloofwaardig
Patricia: dat was een vroegere madam, nee?
Renilde: een madam?
Marleen: een verpleegster.
Greta: en hij lag op straat en zij pikte hem dan op.Dat vond ik ook zo ongeloofwaardig.
Patricia: een soort van mecenaat?
Greta: en waarom moesten wij nu telkens in een ander verhaal stappen?
Patricia: ik heb dat verbonden met luminality van Victor Turner, de antropoloog.
Greta: Turner?
Patricia: Ja, maar je moet er wel Victor voor zetten, want er is ook nog een Mark. Ik heb geen juist Nederlands woord voor luminality: het is een gemoedstoestand, periode waarin alles kan veranderen en luminal personages die behoren nergens toe.Ricardito en het meisje zijn luminal personages: hij is wees, immigrant, vertaler, engageert zich nergens toe. Luminality is een veranderingsritueel. Het kent een voorbereidende fase, waarin je je moet ontdoen van alle oppervlakkige identiteitskenmerken, dan de luminal fase waarin ruimte bestaat voor alternatieven, experimenteren, en dan de fase waarin de verandering is opgeslagen.
Greta: moet je dat zo ver gaan zoeken.
Patricia: Het is op zoek gaan naar de kern van het mens-zijn, humanitas. Wij kennen dat systeem wel, als iemand trouwt bijvoorbeeld
Greta: dan is de vrijgezellenavond zo iets
Patricia: ja, of als je je totem krijgt bij de scouts
Greta: ik was bij de gidsen
Patricia: in ieder geval, je wordt daar ook helemaal uit je rol en plaats ontvoerd…
Marie-Anne: drinken we nog iets?