vrijdag, november 24, 2006

ouw dozen:klaprozen

Bedrijf 2
Scène II
Friedl op, begint te zwemmen (heel regelmatige slagen, kopje naar omlaag, absoluut geen spatje wit in haar badpak)
Roos:
(zwempak met witte vierkantjes) zwemt achterwaarts crawl, wacht tot Friedl terug aan de zwembadrand is
‘Stoor ik?’
Friedl:
(schudt het hoofd)
Beiden zwemmen een tijdje zonder iets te zeggen. Roos draait zich om en stoot zich af, trappelt met haar voeten, blijft met het hoofd onder water. Ché komt binnen en ruimt lege glazen op. Zij kijkt even en gaat weg.
Roos:
‘Jammer dat ik moet ademen…anders bleef ik onder water…alleen water…zacht, dragend, strelend water…een omarming van stilte… een koestering die je langzaam verder laat gaan. (zucht) Na Alines dood heb ik uren aan één stuk gezwommen, op en af, in hetzelfde ritme, alleen verdriet, één met het verdriet…’
Ché komt binnen en zet twee kopjes, een theepot, theemuts en koekjes op tafel.
Ché:
‘Kopje troost.’ (Ché af)
Roos:
‘Dank je, Ché.’
Roos stopt met zwemmen en droogt zich af, doet badjas aan en schenkt zich een kopje thee in, kijkt naar Friedl maar die geeft geen kik, verdwijnt helemaal in haar badjas en slurpt mijmerend van haar thee. (Friedl komt ook uit het water.)
Roos:
‘Wij bestelden onze thee bij Taylor&Harrogate (slurpt) Yorkshire Tea.’
(Friedl trekt haar badjas aan, aarzelt)
Roos:
‘Soms gingen we naar York, naar Betty’s.’
(Friedl besluit om erbij te gaan zitten en schenkt zich ook een kopje in)
Roos:
‘Ik at altijd cucumber sandwiches…Zij een toetje.Ik heb nu toch al veel gewandeld, zei ze dan…(slurpt, kijkt verdrietig) altijd maar een reden zoeken waarom ze mocht genieten. Ze kon nooit iets kopen zonder dat het een goede investering was, zinvol, verantwoord…Ze sportte want dat was gezond (bitter) dan kon ze meer werken (zucht) en ook daar moest ze de beste zijn. Aline won altijd. Niemand mocht weten dat ze lesbisch was, dat ik bestond…dat was verliezen. Fouten die mocht ze niet maken, want dan zou men dat tegen haar gebruiken, want ze zochten haar omdat ze lesbisch was. Voor haar collega’s was ze een alleenstaande, iemand die alleen voor haar werk leefde. (handen in het haar) Ik voelde mij machteloos, zo machteloos. Meer en meer werk want ja zij had geen kinderen, geen huishouden…Ik wou…(staat op en schenkt zich nog wat thee bij, Friedl steekt haar kopje ook uit, Roos schenkt bij)…Ik wou dat ik thuis was geweest (weent, Friedl gaat naar haar toe en omarmt haar) Iedereen dacht dat zij gelukkig was (door haar tranen heen) Alleen ik…ik zag…’ (krijgt het niet gezegd)
Friedl:
(zachtaardig) ‘Roos’
Roos:
‘Zij kon niet tegen deze nepwereld, die haar verplichtte om iemand anders te zijn.’
Friedl:
(aait haar haar) ‘Roos’
Roos:
‘Zij geloofde niet dat zij zichzelf mocht zijn (bitter) op het laatste wist ze zelfs niet meer wie dat was.’
Friedl:
‘Roos jij hield van haar.’
Roos:
(snuift)
Friedl:
‘Roos jij hield van haar en bij jou kon ze zijn wie ze was.’ (kordaat)
Roos:
‘Ik heb druk op haar gezet.’
Friedl:
‘Jij wou het beste voor haar.’
Roos:
‘Druk op haar gezet om te zeggen dat ze een relatie had.’
Friedl:
‘Je wou dat ze voor zichzelf opkwam.’
18
Roos:
‘Ik wou gezien worden, Friedl.’
Friedl:
‘Jij was ook haar partner, Roos.’
Roos:
‘Ik wou hand-in-hand met haar kunnen lopen.’
Friedl:
‘Jullie waren toch ook al lang een koppel.’
Roos:
’12 jaar…geen familiefeestjes’
Friedl:
‘Wisten haar ouders’
Roos:
’12 kerstavonden alleen gezeten’
Friedl:
‘Oh Roos’
Roos:
‘Ons huis was precies een…een museum.’
Friedl:
‘Een museum?’
Roos:
‘Een museum?’
Friedl en Roos kijken elkaar beduusd aan en schieten dan aarzelend in de lach
Friedl:
‘Een museum dat heb ik nog nooit gehoord.’
Roos:
‘Toch is het juist.’
Friedl:
‘Dat zal wel, ik betwijfel het niet’
Roos:
‘Alles stond er, maar het was alsof er niemand woonde.’
Friedl:
‘Dat gevoel had ik ook in Buckingham Palace.’
Roos:
(half ironisch/sarcastisch?) ‘Ja ik woonde in Buckingham Palace, maar ik was de butler.’
Friedl:
‘Dat kan ook leuk zijn.’ (stout, seks zinspeling)
Roos:
‘Friedl’ (verbaasd)
Friedl:
‘Wat zeg ik nu’ (Antwerps accent)
Roos:
(grinnikt) (gespeeld onschuldig) ‘Ik zou het niet weten! (?)’
Andreas komt binnen
Andreas:
‘Wat zou je niet weten?’
Roos:
‘Hoe het is om butler te zijn.’
Friedl:
‘In Buckingham Palace.’
Andreas:
(perplext) ‘Hoe het is om butler te zijn in BP?’
Roos en Friedl:
(onschuldig in koor) ‘Jaaa’
Andreas:
‘Maar waarom?’
(Friedl staat op)
Friedl:
‘Ik ga nog maar wat werken.’
Andreas:
(protesterend) ‘Friedl’
Friedl:
‘Ik moet nog een aantal subsidiedossiers afwerken.’
Andreas:
‘Oei dan gaan we je niet tegenhouden, hé Roos.’
Roos:
(staat ook op) ‘Nee, dan zwijgen we. Friedl (geeft haar een warme knuffel) bedankt, ’t heeft mij deugd gedaan, ik moet er nog altijd …’
Friedl:
‘’t Is in orde Roos, ze moet erg belangrijk voor je geweest zijn.’
Roos:
‘Hm’ (Friedl af)
Andreas:
‘Aline?’
Roos:
(zucht)
Andreas:
‘Is ‘t vandaag’
Roos:
‘31 jaar geleden’
Andreas:
‘Mm. Jo is volgende maand 10 jaar dood.’
Roos kijkt naar haar
Andreas:
‘Soms praat ik met hem over Angèle.’
Roos:
‘Hoe is het met haar?’
Andreas:
‘Ze kan moeilijk met haar zelf leven, zegt ze, zo’
Roos:
‘Zonder’
19
Andreas:
(snel) ‘Ja. Nu moet ze dus al haar angsten en pijnen toelaten.’
Roos:
‘Hm dat is zwaar.’
Andreas:
‘Absoluut. Ze ziet er ook verschrikkelijk uit.’
Roos:
‘Maar ze is in goede handen.’
Andreas:
‘Ja, dat stelt me wel gerust. Ze weten waarmee ze bezig zijn, daar.’
Ché:
(komt op) ‘Is Friedl niet meer’
Andreas:
‘Nee die is’
Roos:
‘naar haar kantoor gegaan.’
Andreas:
‘Subsidies’
Ché:
(kan haar ontgoocheling nauwelijks verbergen) ‘Ah dan zal ik haar maar met rust laten.’ (ruimt op en luistervinkt)
Roos:
‘Ik denk dat Friedl dat wel kan gebruiken, ja.’
Andreas:
‘Heeft ze iets…’
Roos:
(verontschuldigend) ‘Nee, niets, maar ik heb dan ook zitten praten over Aline.’ (Nu wil Ché vertrekken)
Andreas:
(naar Ché) ‘Ken jij die Ly?’
Ché:
‘Nee, nog nooit van gehoord.’
(Olga komt binnen en kijkt naar Andreas)
Roos:
‘Komt van Beverly, naar ’t schijnt. Beverly Claes.’
Ché:
(gruwt) ‘Djeezes, wat een naam.’
Olga:
‘Ik dacht dat jij…’
Andreas:
‘Oh rats vergeten, sorry.’
Olga:
(wuift het weg) ‘We hebben geen zin meer.’
Roos:
‘Zin!’
Andreas:
‘Om te kaarten. Ik kwam een vierde…’
Olga:
‘Wie is Beverly Claes?’
Ché:
‘De toethoela die Friedl aangeklaagd heeft.’
Olga:
(fronsend) ‘De toethoela?’
Ché:
‘De toethoela.’
Olga:
‘Ik zou toch denken dat Friedl’
Ché:
‘Goedgelovig was, ja ik ook.’
Olga, Andreas
en Roos tegelijkertijd:
‘Goedgelovig?’
Ché:
‘Ik denk dat Friedl hier het slachtoffer is, ja.’
Roos:
‘Slachtoffer?’
Olga:
‘Ze is toch’
Ché:
‘Veroordeeld omdat ze de theorie tegen zich had ja…
Andreas:
(peinzend) ‘Je bedoelt dat ze’
Ché:
(heftig) ‘Niet de initiatiefneemster was’
Olga:
‘Maar Ché’
Ché:
‘Olga, ik ben hier de verpleegster en jullie zijn de oudjes.’
Olga:
(gechoqueerd) ‘Oudjes!’
Ché:
‘Zorgbehoevenden dan’
Olga:
‘Wat?’
Andreas:
‘Dames op rust’
Roos:
‘Klaprozen’
Ché:
(geïrriteerd) ‘Ik moet toch zien dat jullie gezond blijven, jullie helpen, medicamenten’
Andreas:
‘Jij de kwaaltjes, wij het leven, ja.’
20
Ché:
‘En maakt dat van mij de verantwoordelijke.’
Olga:
‘Hier niet, nee.’
Ché:
‘Voila! Ik ga naar Friedl. (af)
Allen verbaasd. Pauze.
Roos:
‘Amaai, zo ken ik ons Ché niet.’
Olga:
‘ ‘k ben blij dat er wat temperament inzit.’
(Anderen lachen)
(Louisa komt op, ploft neer en begint te lezen)
Olga:
‘Ik heb precies toch zin om te kaarten?’
Roos en Andreas:
‘Ik ook en jij Louisa?’
(Alledrie af)
21

Geen opmerkingen: