Bedrijf 3
Scène I
Kelder
Louisa:
‘Joehoe’
(Anna, Andreas en Roos schijnen vanuit verschillende hoeken met hun zaklantaarn naar de joehoespot. De zaklantaarns beschijnen telkens de sprekers.)
Anna:
‘Wie is daar?’
Louisa:
‘Lou-i-sa’
Andreas:
‘Wie is daar?’ (alsof de vraag aan Anna gesteld wordt) (komt naar Anna)
Louisa:
‘Den decorateur-general.’
Roos:
‘Wie is er?’ (wandelt ook naar Anna)
Gina:
‘Louisa en ik, Krimmeke. We kunnen het licht niet vinden.’
Roos:
‘Dat is ook niet te vinden, want er is geen.’
Gina:
‘En hoe…’
Roos:
‘We hebben zaklampen gelegd op het kastje van de spiegel, zie je ze?’
Gina:
‘Ah ja.’(Gina en Louisa komen voorzichtig naar beneden)
Gina:
‘Ik haat trappen.’
Louisa:
‘Spijtig dat de lift ook niet naar de kelder gaat.’
(Louisa en Gina op, de drie zaklantaarns schijnen naar hen, één zaklantaarn verdwijnt)
Louisa:
‘Ik pleit onschuldig.’
Gina:
‘Ik ook, meneer de juge, ook al moet ik zeggen dat ge hier in een stinkend, muf, vochtig akelig kot zit.’
Anna:
‘En ’t ritselt hier ook iets te veel naar mijn goesting.’
Roos:
‘Hier is totaal geen licht, geen enkel raam, ik kan hier niet lang blijven.’
Gina:
‘Ik vind het hier ook maar akelig, kil, vochtig.’
Andreas:
(zaklantaarn gaat opnieuw aan) ‘Ik heb nog eens rondgewandeld. Ik zie toch een aantal mogelijkheden, maar we zullen eerst aan Tatjana moeten vragen of zij en haar ploeg dit willen schoonmaken. Ik geloof dat ik vol spinnenwebben hang.’
Anna:
‘Ook dat nog?’
Louisa:
‘Mogelijkheden waarvoor?’
Anna:
‘Voor de artistieke ruimte.’
Louisa:
‘Of voor de omatijd.’(eerder een suggestie dan een vraag)
Roos:
‘Goh daar moeten we ook nog een ruimte voor vinden.’
Andreas:
‘Waarom zou dat moeten?’
Louisa:
‘Hoezo waarom zou dat moeten? Je hebt een speelkamer nodig met meubeltjes op hun maat en roze poppemiekes en playstations en’
Andreas:
‘Dat wil ik niet.’
Louisa:
‘Gij niet, maar die kindjes wel.’
Andreas:
‘Ik laat ze toe in mijn wereld. Ik denk dat kinderen dat nog het liefst van al willen: je laat hen meeleven in jouw leven en zij laten jou meeleven in hun wereld, niet door al dat namaakspul maar door verhaaltjes en samen dingen te doen.’
Louisa:
‘Nooit kinderen van dichtbij gezien zeker.’
Andreas:
‘Helaas niet.’
Anna:
(sust) ‘Dames, mijn kinderen en kleinkinderen wilden ze alletwee: veel aandacht, samen dingen doen en al eens een cadeautje.’ (genietend) ‘De favorieten zijn altijd samen iets koken of bakken: zowel de jongens als de meisjes deden dat graag, of hen een filmpje laten huren en er dan samen naar kijken. Veel nieuwe films gezien, moet ik zeggen. Of petanquen, daar hebben we ons ook mee
27
geamuseerd. (zucht) Heerlijke uren.’
Gina:
(kucht) (zij is tijdens het debat over omatijd naar Roos gelopen en heeft zich tegen haar aangedrukt omdat ze het koud heeft) ‘Beste oma’s, ik vind dit wel heel interessant maar…’
Anna:
‘Ja we wijken af.’
Olga:
(op) ‘Ik kan Friedl en Ché niet vinden, bah dat is hier akelig.’
Roos:
‘Akelig: ik vind het hier verschrikkelijk.’
Olga
‘Hm doodskist.’
Andreas:
(grijpt snel in) ‘Het blijft natuurlijk niet zo.’
Louisa:
(lamp onder haar kin) ‘We gaan herrijzen.’
Andreas:
‘Er moeten natuurlijk een paar ramen in.’
Louisa:
‘Natuurlijk want dan kunnen we naar wormen en de bloemenworteltjes kijken.’
Roos:
‘Dan zou ik de zieke worteltjes al dadelijk’
Gina:
‘hun leven kunnen laten leiden. De oorlog is voorbij Krimmeke, laat de plantjes hun wortels en vooral (geeft haar een kus) wij ons leven.’
Roos:
(trekt haar wat dichterbij) ‘Ja Florreke, waar zou ik toch zijn zonder jou’
Louisa:
‘Onder de grond misschien…’
Olga:
‘Ik val toch dood van jouw…’(stampt en bijt op haar lip)
Gina:
‘De dood, daar denken we nu precies allemaal aan…deze ruimte.’
Andreas:
‘Natuurlijk maar ik heb altijd gezegd tegen de mensen voor ze gingen verbouwen, voel de ruimte, wandel eens rond, kijk naar de omgeving.’
Anna:
(legt haar hand op Andreas’ arm) ‘Andreas, ik begrijp’
Andreas:
‘We hebben hier 4 grote kamers naast deze ontvangstruimte, dat zou…we kunnen toch even gaan zien?’
Anna:
‘Andreas’
Andreas:
‘Nee dus’
Anna:
‘Raiders of the lost Ark. Dat heb ik eens moeten meekijken eu enfin voor geen geld…’
Louisa:
(venijnig) ‘Wou je toen meespelen. En jullie Florreke en Krimmeke.’
Gina &Roos:
(tegelijkertijd) ‘Ee, ee dat kan niet, Louisa.’
Louisa:
(handen omhoog) ‘Wat heb ik nu weer gedaan?’
Roos:
‘Alleen wij kennen een Florreke en Krimmeke.’
Gina:
‘Ja ??? onze wereld’
Louisa:
(zucht) ‘Moeilijke mensen. Het is mijn indruk dat hier eigenlijk niemand echt voorstander is van Andreas’ idee (vanaf hier naar Olga) met respect voor al haar expertise natuurlijk. Of…’
Roos:
‘Hm ik wil hier eigenlijk zo snel mogelijk weg…’
Allen:
‘Ik ook.’
Andreas:
‘Ok (iedereen gaat zo snel als ze kan naar de trap) dan is het…(niemand luistert nog) goed zeker…(iedereen weg, Andreas af)
Volgende scène onmiddellijk nadat Andreas licht heeft uitgedaan. De dames kloppen hun kleren af. Ze staan allemaal tussen de spiegel en de lift.
Louisa:
‘Wat als we eens naar de zolder gaan kijken?’
Gina:
‘Geen kopje koffie?’
Olga:
‘Ik heb daar wel zin in’
Roos:
‘Hm ik ook… maar ik vind de zolder wel een goed idee.’
Anna:
‘Ik wil ook.’
Andreas:
‘Naar de zolder. Dit is inderdaad wel een goed idee, Louisa.’
Louisa:
(drukt op de liftknop) ‘Zal ik al gaan kijken terwijl jullie’
28
De anderen:
‘Nee, dan gaan we nu maar allemaal.’
Gina:
(de lift pingt) ‘Allez nu naar de hemel.’
Louisa:
‘Oei moeten we dan niet eu’
Olga:
(snijdend) ‘Biechten’
Roos:
‘Dan doen we dat maar op zolder.’
Anna:
‘Ik wacht wel.’
Andreas:
(al lachend) ‘Begin al maar, Louisa.’
(de liftdeur gaat dicht en Anna en Andreas staan in alle stilte voor de liftdeur) (Ping en gelach en gestommel van de anderen boven)
Louisa:
‘Joehoe?’
Andreas:
‘Ja Louisa.’
Louisa:
‘We hebben geen sleutel, we geraken niet binnen.’
Anna:
‘Och’ (en haalt de sleutel uit het kastje naast de deur)
Anna en Andreas in de lift
Anna doet de deur open en doet het licht aan: één peertje.
Gina:
‘Een stinkend, vochtig, muf akelig kot.’
Louisa:
‘Een héél verschil.’
Gina:
‘Kil, stil, dreigend.’
Roos:
‘Geen ramen.’
Een duif fladdert weg, Olga slaakt een gil.
Louisa:
‘’t Is maar een duifje.’
Olga:
‘Ik had ze niet gezien.’
Roos:
‘Dat zal wel. Andreas, kan ik hier ne stap zetten of zak ik dan door het plafond? (stilte) Andreas?’
Andreas:
‘Wat?’ (met gedachten ergens anders)
Roos:
‘Kunnen we hier rondlopen zonder met ons klikken en klakken naar beneden te donderen?’
Andreas:
‘Als we op de balken blijven.’
Gina:
‘De balken?! Kunnen we niet beter rondschijnen (stilte) Andreas?’
Andreas:
‘Rondschijnen, ja, dat kunnen we.’
Roos:
‘Andreas gaat het wel?’
(iedereen rond Andreas)
Andreas:
‘Ik…ik…’
Anna:
(In paniek en kwaad) ‘Verdomme, er is hier nergens een stoel.’
Andreas:
‘Laat maar.’
Anna:
‘Waar zijn we toch mee bezig?’
Andreas:
‘Het gaat al beter.’
Anna:
‘We zijn geen twintigers meer.’
Andreas:
‘Anna’
Anna stopt
Andreas:
‘Ik moest aan Angèle denken.’
Gina:
‘Dat drankorgel dat jou geen kans geeft om een eigen leven te leiden.’
Andreas:
‘Ik ben haar enige lichtpuntje.’
Louisa:
‘Dan moeten we haar dringend een paar zaklampen kopen.’
Olga:
‘Die van mij krijgt ze.’
Roos:
(verbazing) ‘Olga’
Andreas:
‘Eeuwige trouw…dat heb ik haar beloofd.’
Gina:
(verbazing) ‘Maar Andreas je…’
Andreas:
‘Ja, ik weet het.’
29
Olga:
‘Zij moet haar zelfmedelijden loslaten.’
Andreas:
‘Incest, baas die haar voortdurend getreiterd heeft, ex die met haar geld ervandoor gegaan is…en dat zijn nog maar de hoogtepunten, Olga.’
Roos:
‘Toch ga ik haar mijn zaklamp ook geven, Andreas.’
Andreas:
(verbazing) ‘Jij?’
Roos:
‘Ja, ik. (kijkt liefdevol naar Gina) Het kan niet eeuwig oorlog blijven.’
Gina:
(liefdevol) ‘Mijn oudstrijderke.’
Anna:
‘Misschien zou een kopje koffie’
Olga:
‘Goed idee, ik ga al.’ (geeft zaklamp aan Andreas)
Louisa:
‘Ik help wel.’ (geeft zaklamp aan Andreas)
Roos&
Gina:
‘Tijd om aan jezelf te denken, Andreas.’ (zaklampen)
Anna:
(knippert met haar zaklamp een paar keer)(zucht) ‘Het is moeilijk.’ (geeft zaklamp ook af.)
30
vrijdag, november 24, 2006
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten