Bedrijf 2
Scène III
Louisa:
(grinnikt) ‘Kaarten, alsof ik niets beters te doen heb.’
Louisa is een liefdesromannetje aan het lezen en Gina komt binnen en gaat besluiteloos op de rand van het zwembad zitten, naast Louisa ligt nog een stapeltje romans.
Louisa:
(kreunend en zuchtend, ironisch) ‘Oh zo schoon.’ (gooit het gelezen romannetje aan de ene kant en pakt een nieuwe van de stapel) ‘Eens zien wie we hier hebben.’
Gina:
(grinnikend) ‘Ik verslind ze ook.’
Louisa:
‘Kwamen ze mij maar eens verslinden.’ (met veel verlangen in haar stem)
Gina=
‘Ik kijk altijd op welke blz. ik precies weet wie op wie verliefd wordt en wie het daar moeilijk mee gaat hebben. Wie hetero blijft, wie lesbisch is en wie het gaat worden.’
Louisa:
‘én’
Gina:
‘Eén keer heb ik zelfs tot pag. 12 moeten lezen!’
Beiden lachen.
Louisa:
‘Ik wou dat ik ooit eens zo’n hoofdrol mocht meespelen.’
Gina:
‘In een toneelstuk of zo?’
Louisa:
‘Nee nee daar ben ik veel te verlegen voor.’
Gina:
‘Jij verlegen?’
Louisa:
‘Absoluut. Nee, in het echt. Ik ben dan de goddelijk ongenaakbare gaste in een wellnesscenter en zij is de eigenares.’
Gina:
‘Dan ga je haar wel niet zien.’
Louisa:
‘Tuttut deze eigenares, hoewel héél rijk, houdt er van om haar klanten te masseren.’
Gina:
‘En jij neemt zoveel massages dat je bijna een vijg bent zeker.’
Louisa:
‘Nee’ (verontwaardigd) ‘Ik gun haar geen blik en zij heeft mij (heel nadrukkelijk) om één of andere mysterieuze reden, nog nooit gemasseerd.’
Gina:
(leeft zich helemaal in) ‘Zij haat lesbo’s’
Louisa:
(theatraal) ‘en dan ineens is er een blik’
Gina:
‘Die van de bliksemschicht of van de donderwolk?’
Louisa:
‘De bliksem en dan is er de smachtende blik en vervolgens een veelbetekenende.’
Gina:
‘Eu dat moet andersom zijn (Louisa kijkt) eerst veelbetekenend en dan eu weet je wel.’
Louisa:
‘Is dat zo?’
Gina:
‘Da’s zeker dadde: eerst begrijpen dat je hetzelfde wil en dan kun je beginnen (theatraal) smachten.’
Louisa:
(herneemt) ‘Eerst is er die blik die ik haar geef en die als een bliksemschicht door haar heen jaagt. Plots lijkt het alsof zij nog maar één klant heeft en dat niets belangrijker is dan die volgende blik van mij. Ik, daarentegen, laat mijn gezicht masseren met een komkommercrème en drink mijn groene thee (hand met uitstekende pink). Zij begint haar personeel uit te vragen maar ik ben, zeggen ze, een zwijgzaam type.’
Gina:
‘Jij!? Een verborgen trekje, zeker.’ (plagerig)
Louisa:
‘Zij weten wél allemaal dat ik zachtaardig, vriendelijk, gul ben én ze hebben allemaal de indruk dat (heel theatraal) er een groot verdriet in mij verborgen zit.’
Gina:
‘Olé daar gaat de hele potterie, als dominoblokjes: tjak, tjak een groot verdriet, tjak’ (doet met haar hand de vallende steentjes na)
Louisa:
‘Zij checkt mijn schema en zorgt ervoor dat ze mijn volgende massage kan doen.’
Gina:
‘Met haar speciale gave om het verdriet los te masseren zeker.’
22
Louisa:
‘Helaas, het lot is genadeloos, ik moet weg voor een eu spoedvergadering. Met lede ogen ziet ze mij in mijn Alfa Spark stappen.’
Gina:
‘Oei, we moeten nog turnen.’
Louisa:
‘Zij bewondert mijn lenigheid.’
Gina:
‘Arme auto.’
Louisa:
‘Ik kom terug, zie haar veelbetekenende blik, de massage, de smachtende (vanaf hier terug normaal) en dan groot feest en iedereen zei dat we voor elkaar geboren waren.’
Gina:
‘Oh (doet alsof ze een traan wegpinkt) zóó realistisch.’
Louisa:
‘Ja en ze leefden nog lang en gelukkig.’
Gina:
‘En zij wist al dat ze lesbisch was?’
Louisa:
(macho) ‘Na mij wel, ja.’
Gina:
(schudt hoofd al lachend) ‘Enneu jij had dat al eu gevoeld zeker.’
Louisa:
‘Ons zesde zintuig, Ginake.’ (sluit zich wat af)
Gina:
‘Ja, dat fameuze zesde zintuig. Dat hebben die vrouwen in die boekjes precies allemaal. Zien een vrouw, weten dadelijk dat ze lesbisch is, én wat ik nog straffer vind, is dat ze ook dadelijk weten of het de enige echte is.’
Louisa:
‘Ja…zo had ik het me ook voorgesteld, toen uiteindelijk mijn frank was gevallen dat ik op vrouwen viel.’
Gina:
‘Ja, die van mij is ook lang blijven hangen.’
Louisa:
‘Oh, ik was een echte oen.’
Gina:
‘Allez Louisa, in onze tijd was da allemaal niet zo gemakkelijk.’
Louisa:
‘Ik was een oen die leefde als een kip zonder kop, Gina.’
Gina:
(aarzelend) ‘Ik geloof dat ik dat diersoort ken, Louisa.’
Louisa:
‘Nen hoezovogel zullen we maar zeggen.’
Gina:
‘Hoezovogel?’
Louisa:
‘Ja, eentje die af en toe boven water komt en dan niet begrijpt waar zij in terechtgekomen is.’
Gina:
‘En geldt dat ook voor jou?’ (ongelovig)
Louisa:
‘Mijn hele leven al.’
Gina:
‘Jij jouw hele leven, ik mijn halve leven.’
Louisa:
‘Ik was getrouwd voor ik het wist. Ik trok nog juist mijn kanten voileke recht en toen zei meneer pastoor al ‘dan bent u nu man en vrouw.’
Gina:
‘Da’s wel heel snel.’
Louisa:
‘Ja. (sarcastisch) En dat is één: hoezo getrouwd (eerste vinger hand) en (met handen dikke buik vormend) bump bump tegen alles want mijn hoofd was ik maar zo (platte buik tonend) en dat is 2: (2 op haar vingers) hoezo zwanger? Ineens had ik 2 kinderen en ik was nog geen eens een moeder. (3 op haar vingers) En dit is drie: hoezo moeder? Die kinderen keken naar mij en ik naar hen. Ik wist niet wat ik moest doen, dus keek ik maar hoe andere vrouwen dat deden en ik las de Libelle. Moeder gevraagd: vrouw en kinderen overbodig.’
Gina:
‘Vrouw gevraagd: man overbodig?’
Louisa:
‘Ook dat ja, maar daar had ik geen flauw idee van. Mijn hele familie vond dat ik het goed deed, mijn huis was spik en span, alles in verschillende wit-tinten. Als de zon scheen, riskeerde je sneeuwblindheid.’
Gina:
‘Bewoners gevraagd: lichamen overbodig.’
Louisa:
‘Mm. Jan en ik werkten ons te pletter voor de zaak. Een goudmijn. Maar ons huwelijk…eerder een steenkoolmijn.’
Gina:
‘Steenkoolmijn?’
Louisa:
‘Fossiel en als brandstof voorbijgestreefd. Alleen de zaak telde…dat was ook het
23
enige waarover we praatten. De zaak…we stonden ermee op en gingen ermee slapen. De papieren deden we in de parelmoeren slaapkamer.’
Gina:
‘Leven gevraagd, zuurstof overbodig.’
Louisa:
‘De zaak. Dan voelde ik dat ik leefde.’
Gina:
‘En vrienden?’
Louisa:
‘Och ge kent dat, koppels onder elkaar…bowlen, wijnfeesten, safari’s’
Gina:
‘Gesprek gevraagd: bezigheden overbodig.’
Louisa:
‘En toen op een blauwe maandag kwam onze Jan-Louis één en al glunder naar de winkel: ne kilo appeltjes; bomma (4e vinger). Hoezo bomma?’
Gina:
(zegt samen met Louisa) ‘Hoezo bomma?’
Louisa:
(lacht wrang) ‘En dat was 4. Nog geen maand later kreeg Jan twee zware hartaanvallen, wou hij de zaak, ons huis, alles verkopen en naar Spanje trekken, mijn eigen meid. Ik hoefde nooit meer te werken!’
Gina:
‘Geluk gevraagd: zon overbodig.’
Louisa:
‘Spanje, rentenieren (zucht) en dat is 5. Ik kon de zaak niet opgeven. Ik had niet genoeg fantasie. Wat moest ik dag in dag uit doen? Hyperventileren in de zon?’
Gina:
‘Gevoel gevraagd, hart overbodig.’
Louisa:
‘Ik heb voorgesteld om de winkel alleen te doen en dat hij dan thuis kon rusten en met zijn hobby’s bezig zijn.’
Gina:
‘Maar dat wou hij niet.’
Louisa:
‘Hij kreeg bijna een derde hartinfarct. Hij wou dat we meer tijd samen zouden doorbrengen en op cruise zouden gaan en een wereldreis onder ons tweetjes zouden maken en romantische etentjes aan de Seine en een gondel in Venetië en het enige wat ik in mijn hoofd kon horen, was (strekt haar 5e vinger uit) Hoezo genieten?’
Gina:
‘Oh Louisa, hoelang ben je getrouwd geweest?’
Louisa:
‘Bijna 25 jaar. We hebben de zaak laten schatten en het huis. Jan wou of kon niets meer van ons leven zien. Ik heb hem uitgekocht. De zaak uitgebreid en dag en nacht gewerkt. En dat is zes: hoezo mijn eigen zaak.’
Gina:
‘En Jan?’
Louisa:
‘Nooit meer iets van gezien of gehoord.’
Gina:
(zucht en schudt haar hoofd) ‘Wist je toen al’
Louisa:
‘Nee, ik dacht, wat zeg ik, ik was ervan overtuigd dat ik een doodnormaal leven leidde en dat Jan, overgevoelig geworden was door z’n attackskes.’
Gina:
‘Verstand gevraagd, hersenen overbodig.’
Louisa:
‘Mijn wereld stortte in. Ik besef dat nu ook en hij was wel een lieve man. Alleen’
Gina:
‘Hadden jullie nooit mogen trouwen.’
Louisa:
‘Dat is zo.’
Gina:
‘En hoe?’
Louisa:
‘Eén van mijn klanten.’
Gina:
‘Natuurlijk. Wie anders.’
Louisa:
‘Da’s juist. Ik zag alleen maar klanten. Toen kreeg ik het ineens Spaans benauwd zo ineens. Het heeft lang geduurd voor ik mijn vapeurs aan een klant koppelde.’
Gina:
‘Dat ken ik, dat had ik ook met Roos.’
Louisa:
‘En mijn klamme handjes en mijn rood worden, en dan warm en koud krijgen ik dacht echt dat ik in den overgang zat.’
Gina:
‘Dat is ook nen overgang.’
Louisa:
‘Een persoonsgebonden overgang dan.’
Gina:
‘Ja zo eentje van tien minuutjes per week?’
Louisa:
‘Neenee. Ze at veel fruit en groenten..’
24
Gina:
‘Ah een biopotje.’
Louisa:
‘In het begin had ik het niet door. Ongelooflijk wat ik allemaal uitstak. Eén keer heb ik haar zelfs een kilo pruimen gegeven terwijl zij appels had gevraagd.’
Gina:
‘Hints?’
Louisa:
‘Dat was mij nog nooit overkomen. Ik was ook heel kortaf naar haar, op het botte af. Ik herkende mezelf niet. Plots besefte ik dat die 2 vriendelijke gasten, een koppel waren. Toen zei een klant van mij schat tegen een andere vrouw. Ineens waren al mijn klanten precies lesbisch of homo.’
Gina:
‘Ja wij eten gezond.’
Louisa:
‘Ik begon te dromen over Paulette, mijn beste vriendin vroeger. Wij waren onafscheidelijk. Zij is ook getrouwd, nog steeds denk ik.’
Gina:
‘En langzaam begon je je af te vragen of je misschien, eventueel.’
Louisa:
(steekt twee handen op) ‘Hoezo lesbisch. En dat is 7.’ (als het kan de zaal mee laten zeggen)
Gina:
‘En de klant?’
Louisa:
‘Ik ben lang verliefd op haar geweest. Maar ik durfde niets te vragen. Mijn zaak kon ik niet riskeren. Ik voelde mij zo al bekeken.’
Gina:
‘Heeft ze het ooit geweten?’
Louisa:
‘Nee en maar goed ook. Want op ne keer stond ze samen met haar man in de zaak.’
Gina:
‘Ai, pijnlijk.’
Louisa:
‘Maar ook duidelijk. Smoorverliefd waren die 2. Ik dacht dat wil ik ook voelen.’
Gina:
‘Ja, dat is een geschenk.’
Louisa:
‘Als ik jou en Roos zie, dan ben ik tegelijkertijd gelukkig en jaloers. Ik gun het jullie hé, maar ik wil het ook voelen, ook iemand hebben waarmee ik intens gelukkig kan zijn.’
Gina:
‘Dat komt nog.’
Olga:
(komt binnen) ‘Wat komt nog?’
Louisa:
(bravouregedrag) ‘De bevestiging van de hotelreservaties.’
Olga:
‘En keek je daarom zo zo…’
Louisa:
‘Ik heb geen zin om met z’n tienen de nacht in het busje te moeten doorbrengen. Jij wel?’
Olga:
‘Enfin ik kom jullie vragen of jullie het zien zitten om een deel van de kelder om te bouwen tot artistieke ruimte.’
Louisa:
‘Artistiek hol eerder.’
Olga:
(verontwaardigd) ‘Ruimte.’
Louisa:
‘Daar zijn geen ramen, ’t is daar donker, muf, de muren zijn grijs.’
Olga:
‘Andreas gaat een plan uittekenen waarin ramen zitten en hoe we met het licht moeten spelen.’
Louisa:
‘Ah gaan we nu met het licht spelen.’
Olga:
(geïrriteerd) ‘Andreas zegt dat er alleen maar noorderlicht mag komen.’
Louisa:
‘Dat wordt dan (nadrukkelijk) een koud kunstje.’
Olga:
(geïrriteerder) ‘Andreas gaat ook bekijken hoe we de ruimte kunnen verwarmen, de vloer moeten bekleden’
Louisa:
‘Amaai Andreas.’
Olga:
‘hoe we er een gezellige ruimte van moeten maken.’
Louisa:
‘Tjonge goeie ouwe Andreas.’
Olga:
‘Andreas, Louisa, heeft heel haar leven een bouwbedrijf gerund.’
Louisa:
‘En Jo dan?’
Olga:
(sissend) ‘Samen met haar man Jo, ja. Enfin we kunnen haar expertise heel goed gebruiken. We mogen blij zijn dat we zo iemand als Andreas in onze groep
25
hebben.’
Louisa:
‘Oh wat zijn we blij, blij, blij.’
Olga:
‘Het enige wat ik nu van jullie moet weten, is of jullie het goed vinden dat we de kelder als artistieke RUIMTE gaan inrichten. Dan kan Andreas al een voorstel uitwerken.’
Gina:
‘Uitstekend idee, Olga, ik ben benieuwd wat Andreas ervan gaat maken.’
Louisa:
(scandeert) ‘Andreas!’
Olga:
‘Goed, dan ga ik verder naar de anderen.’ (staat op en gaat af maar vooraleer ze verdwijnt zegt ze) ‘Enneu, praat nu maar verder over wat er nog moet komen. Bevestiging van hotelreservaties. Ik ben niet van gisteren.’
Louisa:
‘De groetjes aan Andreas.’
DOEK
26
vrijdag, november 24, 2006
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten