vrijdag, november 24, 2006

ouw dozen: voormiddag

Scène III
Salon: kaarttafel
Anna:
(gaat naar de kaarttafel) ‘Die twee, dat belooft.’
(de anderen bevestigen en gaan ook aan de kaarttafel zitten ?)
Andreas:
(schudt de kaarten) ‘Wie wint mag als eerste de Story lezen, OK?’
Roos:
(speels) ‘Puh, ‘k ben toch als eerste wakker.’
Gina:
‘Ah , het plezier van die ongekreukte pagina’s.’
Roos:
(overdreven) ‘De bedwelmende geur van verse print.’
Andreas:
(diezelfde toon) ‘De verrukking om als eerste te weten…wie zijn geld verloren heeft…’
(de anderen lachen)
Gina:
‘En als eerste je gok te kunnen inzetten op wie in het volgende nummer gaat trouwen, scheiden, bevallen…’
Anna:
‘Over geld gesproken, wat vinden jullie van die galerij-sponsoring?’
Gina:
‘Iets om over na te denken.’
Andreas:
‘Past perfect in Out-Roze: een ruimte van traagheid, stilte, nadenken, communicatie.’
Roos:
‘Hm we hebben ons geëngageerd om 20% van onze gasten te kiezen uit de groep die het niet of niet helemaal kunnen betalen, dat…’
Anna:
‘Maar daar houden we toch rekening mee voor iedere belegging die we doen…’
Andreas:
‘Wat ik vooral goed vind is dat het de hokjesmentaliteit doorbreekt.’
Gina:
‘Je bedoelt over de leeftijdsgrenzen heen?’
Andreas:
‘Absoluut, dat ook. Maar de grenzen tussen kunstenaar en niet-kunstenaar.’
Anna:
‘Moeten we laten vervagen. Dat vind ik belangrijk. We moeten mogelijkheden creëren.’
Roos:
‘Mensen die geen tijd hebben, of niet de middelen, die moeten we sponsoren.’
Gina:
‘En hoe zouden we dat kunnen doen?’
Roos:
‘Ik zou kiezen voor een fonds en niet alleen voor beeldende kunsten. Ik weet het niet maar ergens lijkt er mij een tegenstelling te bestaan tussen lesbisch zijn en een schilderij of een foto of zelfs een beeldhouwwerk.’
Anna:
‘Daar heb ik nog nooit van gehoord.’
Roos:
‘Ik vind dat literatuur bij ons hoort.’
Anna:
‘En waarom?’
Roos:
‘In een beeld zit je gevangen zoals een boeket bloemen in een vaas, afgesneden van je wortels.’
Louisa:
(komt op) ‘Goed nieuws!’
(De anderen schrikken op en Louisa ziet dat)
Louisa:
‘Is er iets gebeurd?’ (verontrust, stijgende intonatie)
Anna:
‘We zijn ons medium aan’t zoeken.’
Louisa:
‘Waar?’ (kijkt rond)
Andreas:
‘Nee Louisa, of een lesbienne haar essentie kan uitdrukken in film, beeldhouwkunst of literatuur.
Louisa:
(kijkt naar het publiek met rollende ogen) ‘Waarom?Is hier een tekstboekvirus of wattem?’
Gina:
‘Ja, zonder antivirus. (lacht) Nee, ’t gaat over die galerij. Wat vind jij?’
Louisa:
‘Oh ik weet dat niet. Ik lees graag liefdesromannetjes…maar daar gaat het niet over zeker? (kijkt de anderen aan) Hoe kon ik het raden (zelfspot)
Anna:
‘Welk goed nieuws heb je, Louisa?’
Louisa:
‘Over Cluny’
(allen enthousiast)
10
Louisa:
‘Awel het zit zo. Ik ben ervan uitgegaan dat jullie vier meegaan.’
(allen instemmend)
Louisa:
‘Hoe kon ik het raden? Enfin dat maakt dat we met 10 gaan. Nu, Roos en Andreas willen jullie dit jaar nog rijden?’
Beiden:
‘Da’s zeker da.’
Louisa:
‘Hoe kon ik het raden? (met zichzelf ingenomen) Awel mijn voorstel is dan dat we met één busje gaan, dat we er twee dagen heen en twee dagen terug over doen, we hebben 4 chauffeurs en die moeten dan telkens maar een paar honderd kms rijden. Met Frits heb ik afgesproken dat we maar 4 dagen blijven. Dat was ok. Ik hoop wel dat hij het gehoord heeft, want zonder gehoorapparaatje…’
Anna:
‘Misschien toch nog maar een briefje schrijven.’
Louisa:
‘Dan zijn we acht dagen weg en van Hans krijgen we het busje binnen ons abonnement.’
Anna:
‘ ’t Is een schatje.’
Louisa:
‘Wat denken jullie, dames?’
Andreas:
‘Chapeau, Louisa.’
Anna:
‘Ja, absoluut…en snel.’
Roos:
‘En die hotelletjes.’
Louisa:
‘Die ga ik nu boeken, als jullie akkoord gaan.’
Gina:
‘Volste vertrouwen.’
Louisa:
‘Dan ben ik er weer vandoor zie. (Louisa af)
Gina:
(pakt Roos vast) ‘Die mannen in dat cafeetje gaan niet begrijpen waarom wij daar nu per sé naar het voetbal willen kijken. (gegiechel)
Andreas:
‘Och als Frankrijk niet speelt, dan zijn we daar alleen.’
Roos:
‘En Frankrijk…’ (Friedl op) ‘Hi Friedl’
Friedl:
(bedeesd) ‘Ik kom jullie bedanken voor de mand met fruit. Dat was een hart (krijgt krop in de keel)’
Anna:
‘Ach meiske,’
Friedl:
‘Ik ben zo kwaad op mezelf.’
Gina:
‘Je moet niet zo…’
Friedl:
‘Ik weet precies wat het systeem is, maar och tegen beter weten in.’
Gina:
‘Hoofd en hart.’
Friedl:
‘Ik kan er niet mee leven’
Gina:
‘Verliefd worden’
Friedl:
‘Met mezelf, dat ik niet nagedacht heb.’ (stilte)
Gina:
‘gebeurt buiten je wil om.’
Friedl:
‘Niet te lief zijn.’ (draait zich om) ‘Ik ga nog wat papieren in orde brengen en dan’
(Ché op)
Ché:
‘Friedl’ (blij verrast)
Friedl:
(knikt afwezig) ‘Ik stap maar weer eens op.’
Ché:
‘Zal ik meegaan?’
Friedl:
(ongelovig) ‘Naar mijn kantoor?’
Ché:
(blozend) ‘Ikke’ (Friedl af) ‘Wat kwam Friedl doen?’
Anna:
‘Volgens mij is ze dat zelf vergeten.’
Roos:
‘Het zal niet gemakkelijk zijn, maar voor haar andere cliënten is het een slag in hun gezicht.’
Gina:
‘Voor jou ligt dit nog moeilijker, hm lieve schat.’
Louisa:
(op, gaat zitten en wrijft over haar benen) ‘Cluny is rond en de kunst?’
Gina:
(ironisch) ‘Zo goed als.’
(iedereen lacht)
11
Andreas:
‘Voor ons lesbiennes is zo’n expressiekanaal, ruimte , platvorm nochtans erg belangrijk. De psychologie heeft ons proberen te verklaren en de sociologie heeft gezocht naar een plaats voor ons maar kunst…kunst laat ons zien…zowel wij onszelf, als de anderen ons…niet als meer van hetzelfde…maar anders.’
Anna:
‘Zoals een Margaret Mead en dan zijn wij eu…de inheemse bevolking?’
Andreas:
‘Het verschil verdiepen, ons stil doen staan, vragen laten stellen over onszelf, ons in verwarring brengen én tegelijkertijd in contact brengen met onszelf, onze kern.’
Anna:
‘Da’s veel meer dan wat Mead deed.’
Andreas:
‘Mead observeerde en beschreef, vulde gaten in onze kennis, kunst creëert gaten, openingen, zuurstof, leegtes.’
Anna:
‘’t Is precies alsof jij leegte als iets positiefs ziet.’
Andreas:
‘De leegte als absoluut begin van jezelf, als dat niet positief is.
Anna:
‘Voor mij is het een zwart gat, waarin je gevangen zit, verdoofd, eenzaam. (zucht) Zo eenzaam. De leegte van Irma...’
Andreas:
‘Dat is inderdaad vreselijk. Afscheid moeten nemen en dan nog op die manier. Toch geloof ik, Anna, dat je in dat rouwproces ook die oerleegte tegenkomt. De leegte van waaruit je je zintuigen, je huid, je hele wezen kunt ontdekken, en kunt groeien tot wie je bent.’ (nadruk op bent)
Roos:
‘Niet tot wie je moet zijn.’
Ché:
‘En hoe ga je ervoor zorgen dat de wereld met al haar do’s en don’t’s niet binnensluipt?’
Andreas:
‘De wereld buiten krijgen is het voor mij…mijmerend…(triestig) en voor sommigen is dat een eindeloos gevecht.
Louisa:
‘Misschien moeten we dan een leegte maken.’ (iedereen kijkt argwanend) ‘Nee, nee ik ben ernstig. Een leegte in ons huis waar mensen op zoek kunnen gaan naar deze …eerste leegte?’
Roos:
‘En daar mogen kunstenaars komen werken?’
Louisa:
‘Ik kan een kunstenaar niet onderscheiden van de niet-kunstenaar.’
Roos:
‘Iedereen die wil?’
Andreas:
‘Lesbiennes?’
Roos:
‘En werk aankopen of publiceren of tentoonstellingen organiseren die rond dit thema draaien?’
Gina:
‘Gecombineerd met jouw fonds voor beginners, Roos.’
Ché:
‘Betekent dat dan ook dat wij, hier in onze groep, gaan kijken naar wat er gebeurt en niet naar wat er moet gebeuren?’
Louisa:
‘Wat bedoel je?’
Ché:
‘Ik bedoel dat als we op zoek gaan naar het begin van ons ikje, dan moeten die beginnende ikjes ook ergens kunnen samenkomen.’
Louisa:
‘Ja?’ (aarzelend)
Ché:
‘Dan zou je kunnen zeggen dat iedereen hier mag leven zoals zij wil, en niet zoals zij moet of zoals het hoort.’
Roos:
‘Ik dacht dat we dat hier probeerden?’
Louisa:
‘Dat dacht ik niet.’ (gretig)
Ché:
‘Ik heb toch vaak het gevoel dat jullie een modelhuis willen creëren. Het goede vb.’ (begint te huilen)
iedereen gaat naar haar toe: ‘Ché’
Ché:
(door haar tranen heen) ‘Mensen maken fouten, (snik) heel goeie mensen maken fouten. Sorry.’ (staat op en rent weg)
De anderen kijken elkaar verbaasd aan.
Roos:
‘Mogen wij hier geen fouten maken?’
12
Andreas:
‘Fouten? Wat een ouderwets begrip. (schudt het hoofd) Volgens mij proberen wij een vierde hoofdstuk te schrijven, een hoofdstuk dat voor ons nog niet bestond…’
Gina:
(woorden wegend) ‘Een vierde hoofdstuk’
Roos:
‘Huize Outroze. Eerst dartelen we onschuldig rond als doornroosjes in het kasteel van onze ouders, dan twijfelen we als viooltjes, vervolgens worden we zelfbewuste orchideeën en nu klaprozen in Outroze.’
Louisa:
‘En daar ben ik blij om. Ik moet er niet aan denken om alleen in mijn appartement te zitten wegkwijnen.’
Andreas:
‘Misschien moet iedereen eens opschrijven wat zij denkt dat ze moet doen. We mogen geen Pleasantville worden. Het volmaakte bestaat niet.’
Gina:
‘Dat is waar. (theatraal) Kijk naar mij: ik ben onvolmaakt, maar daarin ben ik volmaakt!’
DOEK
13

Geen opmerkingen: