vrijdag, december 29, 2006

Maus ArtSpiegelman


Absoluut. Zeer goed boek voor de leesgroep. Origineel naar vorm en inhoud. Loepzuiver vertelperspectief. Ronde karakters, menselijk authentiek. Vladek zie ik zo voor me en ik kan me inleven in de kwetsbare Art . Meesterlijk hoe hij het persoonlijke zo in detail toont zodat het een publiek herkenbaar, tijd en ruimte overstijgend verhaal wordt. Subliem verhaal in laagjes: het diepmenselijke ambigue tussen vader en zoon in het nu en New York, het gruwelijke tijdens de tweede oorlog en in Polen, het onbegrijpelijke tussen de muizen enerzijds en de varkens en katten anderzijds in Polen en tijdens de tweede wereldoorlog, het tijdloze in de interactie tussen oorlogsvoerenden, het tijdloze van het verhaal van de overlevenden, het originele in de overgangen tussen het nu en toen. Art blijft niet alleen de zoon maar ook een Holocaustslachtoffer. Het stripmedium zet ons op het verkeerde been (ontspanning) maar werkt net daarom zo goed: verhoogt de gruwel van de oorlogservaring en de langdurige effecten op de mensen.. De ontmenselijking wordt krachtig getoond door de ‘lege diertekeningen’ én door alle oorlogsparticipanten te ‘verdieren’. Maus drukt het onzegbare uit, iets wat we met ons verstand en vanuit de geschiedenisboeken weten, maar nu ook ervaren, voelen. Maus heeft de oorlog in ons huis binnengebracht. Tijd, plaats, medium vertellen een uniek verhaal. Je kunt alleen maar dankbaar zijn dat je zo’n boek mag lezen, dat je zo’n gruwelijk verhaal op zo’n integere, authentieke manier ontsloten krijgt, dat er zo’n prachtige coherentie tussen vorm en inhoud gecreëerd wordt, dat je mag deelnemen aan dit verhaal.

Met ons gaat het goed. Arno Geiger


Dit boek zou ik niet voorstellen voor de leesgroep: het is te zwartgallig maar ook te cerebraal. Het boek past zeker in een literair-historisch overzicht en in een educatieve context. Geiger wordt immers de beste Duitstalige auteur van 2005 genoemd.Wie dus Duitse literatuur studeert, kan niet om hem heen. Wie de effecten van een oorlog nagaat, kan dit boek eventueel ook lezen. Als het echter over kwalitatieve literatuur gaat, dan vind ik dat hij te weinig diepgang bereikt, te weinig vernieuwend is, te veel vertelt en te weinig oproept of toont. Zijn postmoderne structuur benut hij te weinig, zijn personages, plaats, tijd leven niet. Goede literatuur overstijgt de dichotomie tussen vorm en inhoud, hypermediacy en immediacy, tussen suspension of disbelief en Verfremdungseffekt en daar slaagt Geiger niet in.

Ik weet dat uitgeverijen boeken moeten verkopen en dat familiegeschiedenissen, oorlogsverhalen populaire genres zijn en dus goed verkopen. Alleen had ik zo’n dominant commerciële strategie niet van de Bezige Bij verwacht. Wat is de verantwoordelijkheid van een uitgeverij nog tov de lezer, de literatuur?

Ik stel ook in vraag of wij nog nood hebben aan nationalistische prijzen (een beetje cynisch voor dit verhaal, trouwens). De relatie tussen nationaliteit en literatuur, nationaliteit en lezer lijkt mij voorbijgestreefd. Goede literatuur kent geen grenzen en echte lezers behoren tot literatuurland : een gebied dat zich niet door geografische anekdotiek laat vangen.

Met ons gaat het goed

Met ons gaat het goed. Arno Geiger

In onze leesgroep geldt de regel dat je het boek eerst gelezen moet hebben, vooraleer je het mag voorstellen. Mijn leesgroepvriendinnen verwachten een motivatie waarom ik het boek wil bespreken in de leesgroep.

Ik zou aarzelen om dit boek voor te stellen: de karaktertekening is niet erg geloofwaardig, de vorm vernieuwt niet. In een goede hypertekst voegen de links een belangrijke bijdrage tot de betekenis van het boek. Dat heb ik hier niet gevonden. Bovendien hebben we al verschillende verknipte verhalen gelezen. Ik heb mij daarnaast ook geërgerd aan het taalgebruik (‘zwetende warmhoudovens), de langdradigheid (de technische uitleg), het te expliciete (als lezer weet ik heus wel dat je werkelijkheid gefragmenteerd geraakt als je je geheugen niet laat werken), de clichés (Ingrid en haar perfecte vrouw status en de man die geen zorgtaken op zich neemt), de ‘link rots’ ( wat is de functie van Richards secretaresse?, Johanna’s achtergelaten fiets?, de zelfmoordauto?). Het boek heb ik ten slotte als erg deprimerend ervaren.

Mocht ik echter wel dit boek voor onze leesgroep voorbereiden, dan zou ik meer naar het reflectieve werken.Het boek leent zich niet tot onderdompeling: de suspension of disbelief wordt telkens onderbroken door de weerberichten en de postmoderne structuur of de hypertekst.. Ik zou dus focussen op hoe wij met geheugen, betekenis, liefde en overspel, neutraliteit ed omgaan. Dit is een risico: indertijd heb ik Mira en … van Marianne Frederiksson voorgesteld, aangekondigd dat ik het boek geen literair hoogstaande kwaliteit toedichtte maar dat ik het wou hebben over het thema vriendschap. Dat boek en mijn voorstel zijn toen vakkundig gekraakt. Gelukkig kan ik nu wel het Verfremdungseffekt als vorm belichten dat het gevoelsleven van de protagonisten vertaalt. Sterk vind ik ook hoe Geiger ons, lezers, in dezelfde positie ten opzichte van de fictie plaatst als die waarin de personages tegenover hun werkelijkheid staan: toeschouwer, puzzelaar, op de drempel.

Ik zou beginnen met informatie te verstrekken over Arno Geiger en de Deutscher Buchpreis. Deze informatie haal ik van het net. Ik heb één recensie gevonden in Elsevier, maar ik ben geen lid, dus geraakt ik hier niet in.

Arno Geiger

Leescafé 9 januari 2006: universiteit Amserdam
Arno GeigerEs geht uns gut. Roman.München: Carl Hanser Verlag 2004.ISBN 344 62065 07, € 21,50Dit jaar werd voor het eerst de Deutscher Buchpreis uitgereikt. De uitverkorene was de jonge Oostenrijkse schrijver Arno Geiger, die met zijn laatste roman Es geht uns gut de jury van zijn kunst en kunde wist te overtuigen. Jurylid Bodo Kirchhoff vond dat het de schijver was gelukt, Vergängliches und Augenblick, Geschichtliches und Privates, Erinnern und Vergessen in eine überzeugende Balance te brengen. Het was volgens Kirchhoff een roman die nauwkeurig maar licht over het gewicht van het leven wist te vertellen. Es geht uns gut is een familieroman die drie generaties Oostenrijkse geschiedenis samenvat. Die voorbije tijden worden vanuit de optiek van verschillende vertellers belicht, waardoor een boeiend samenspel tot stand komt tussen herinneren en vergeten

http://www.student.uva.nl/DUI/object.cfm/objectid=056F3F61-9E59-4951-8DC39E14C51B5996/templateid=04B04E87-C38D-4172-80EC5B843BD3EEC1
29 december 2006

Arno Geiger werd in 1968 geboren in Bregenz; studeerde geschiedenis en germanistiek, werkt sinds 1993 als schrijver

The German Book Prize
As an annual award for the best German language novel the German Book Prize was presented for the first time just before the start of the Frankfurt Book Fair 2005. Austrian novelist Arno Geiger recieved the Prize for his epic family novel „Es geht uns gut“ („We are doing fine“), published by Hanser. The winner of the German Book Prize 2006 is a woman writer: Katharina Hacker received the award for her novel "Die Habenichtse" (The Have-nots"), published by Suhrkamp.
Founder of the prize is the Börsenverein des Deutschen Buchhandels (German Publishers & Booksellers Trade Association). The Prize is intended to draw attention beyond national borders to authors writing in German, to reading and to the keynote medium of the book. The partners of the Book Prize are: Dr. Florian and Gabriele Langenscheidt, Spiegel-Verlag, the Frankfurt Book Fair and the City of Frankfurt am Main.
Publishing companies in Germany, Austria and Switzerland can apply for the award by direct nomination of their titles.
http://www.boersenverein.de/de/100014%20(29 december 2006)

Over het boek

http://www.verbodenrijk.nl/roosendaal/leestiptekst.php#geiger

Iets minder positief gestemd (maar toch) ben ik over een andere roman, Es geht uns gut van Arno Geiger (Carl Hanser Verlag, München-Wien, 2005), een Oostenrijker.
Ook in dit boek treedt een verstrengeling op van het persoonlijke en het politieke, maar met dit verschil dat er geen culminatiepunt is: de roman leest eerder als een kroniek van een familie, tussen 1938 en 2001, over drie generaties heen. En de data alleen al zeggen dat het politieke in het leven van deze familie snijdt: in 1938 vond immers da Anschluss van Oostenrijk aan het Duitse Rijk plaats, en in 1955 werd het Oostenrijkse Staatsvertrag ondertekend, waardoor Oostenrijk ten eeuwigen dage neutraal zou moeten blijven.
Al die gebeurtenissen en andere, die tot de geschiedenis van het naoorlogse Oostenrijk behoren, spelen inderdaad een rol, maar enkel en alleen op de achtergrond: je hoeft dus amper kennis te bezitten van de geschiedenis van Oostenrijk in die periode, om het boek te kunnen volgen. Beklemmende passages bv. zijn die van het einde van de oorlog, als kinderen van veertien, vijftien jaar nog werden opgehitst om tegen de Russen te vechten in Wenen. Maar het vertelstandpunt is steeds dat van de optredende persoon, het zijn zijn of haar gevoelens en waarnemingen die weergegeven of verteld worden. Op politieke gebeurtenissen wordt nooit in detail ingegaan, die spelen zich als het ware boven de hoofden van de mensen af, ook al is een van de hoofdpersonen minister in de regering die het Staatsvertrag onderhandelt met de Russen (en anderen).
De titel is niet enkel ironisch bedoeld: vanaf de ondertekening van dat Staatsvertrag is het in zekere zin inderdaad enkel beter gegaan met Oostenrijk; de ironie van de titel ligt dan in de relativiteit van het begrip ‘gut’, en meer nog misschien in een zekere leegte die daar gepaard mee gaat, en die door de auteur toch wel mooi opgeroepen wordt soms.
http://inktspat.akycha.com/spat/?p=71
Discussie

Welk gevoel roept dit boek bij je op?
Waarom ben je blijven doorlezen of ben je gestopt?
Wat is je grootste ergernis?
Wat vond je heel sterk?
Heb je een citaat opgeschreven, aangeduid? Waarom?

Ik zou het volgende citaat belichten

Moet hij dan nu de eenzame man gaan spelen? Moet hij nu net als Alma het ene boek na het andere lezen om wijzer te worden, maar dan zonder de mogelijkheid de nieuwe wijsheid nog ergens voor te gebruiken? (204).

Waarop slaat de titel?
Wat lijkt het sterkste thema?

Hoe ervaar je de structuur?
Waarom wordt dit verhaal zo gefragmenteerd gepresenteerd?
Hoe eindigt het verhaal? Welke betekenis koppel je hieraan?

Hoe ervaar je de personages?
Hun onderlinge interacties?
Is er een parallellie of een contrast tussen de verschillende personages? Waarom?
Wie gaat er dood? Waarom net zij?
Waarom wordt het vrijen en vreemdgaan naast de non-communicatie en het emotioneel analfabetisme geplaatst?
Wat is het belang van onzichtbaarheid, neutraliteit?
Welk verband is er tussen neutraliteit en geheugen, tussen communicatie en geheugen, tussen emoties en geheugen?

Waarom speelt dit verhaal zich af in Wenen? Leeft deze stad zoals Barcelona bij Zafon?
Hebben de locaties (zoals de Donau, op de drempel, pakhuis, bijenhuis, New York) een symbolische betekenis?

Wat zijn de mijlpalen in de tijd?
Verwijst die honderd jaar naar Marquez of naar doornroosje of…
Welke periodes krijgen meer of minder verteltijd? Waarom?

Hoe definieer je geluk?

Hoe herkenbaar is het verhaal? De thema’s? (Deze vragen zullen niet echt apart gesteld worden. De ervaring heeft mij geleerd dat ze aansluiten bij de vorige vragen en dat wij onze herkenning verweven met de analyse van het verhaal)

Hoe gaan wij om met commerciële prijzen? Verdient dit boek een prijs?
Hebben nationale prijzen nog zin? Voor wie?
Wiens verantwoordelijkheid is het om het correct taalgebruik te checken?
Waarom lijkt dit boek verkoopbaar?

donderdag, december 28, 2006

Met ons gaat het goed

Met ons gaat het goed

Geiger, Arno (2006). Met ons gaat het goed .Amsterdam: De Bezige Bij

Arno Geiger (2005) Es geht uns gut vertaald in 2006 door W. Hansenmet subsidies van het Goethe-Institut te Amsterdam.

Ongetwijfeld het meest zwartgallige boek dat ik ooit gelezen heb.Een gefragmenteerd verhaal dat een brij maakt van de familiegeschiedenis over drie generaties van non-communicatie, geheugenverlies, emotionele afgeslotenheid, trauma in een land dat geheugenverlies koestert: Oostenrijk. Zelf heb ik geen goede kennis van het Duits.De vertaling was te Hollands en haalde mij uit het verhaal. Uitdrukkingen zoals in mijn zak liegen, zijn mij totaal onbekend. De taal was stroef. Ik vraag mij soms af of het Nederlands nog wel een geschreven taal is, of wij niet naar het Engels (in mijn geval) als geschreven taal evolueren en het Nederlands gebruiken als lokaal patois.In ieder geval betrapte ik mij erop dat ik aandacht had voor de spelling ( ah tiens dit schrijft men aaneen), de vreemde uitdrukkingen en zinswendingen.

Te expliciet

Ook merk ik dat ik mij steeds meer erger aan boeken die te expliciet zijn: het gefragmenteerde wordt erg duidelijk uitgelegd wanneer Ingrid naar haar favoriete film zit te kijken.
Philipp wil zich niets herinneren, en dat passiveert hem.Ook dit wordt door zijn minnares Johanna zo benoemd.
Geieger trok mij in het verhaal door de enorme gaten in de beginpagina’s.Je stelt je zoveel vagen dat je je eigen leesmotivator wordt.
Alle karakters zijn vervreemd van zichzelf, hun geliefden, hun omgeving. Zij zitten allemaal vast in hun onvermogen om te leven: de tweede generatie sterft ook fysiek.
Dit boek is geschreven in de traditie van het Verfremdungseffekt: je kunt je niet onderdompelen in het verhaal, zeker niet in de personages. Philipp die veel vertelruimte krijgt werkte mij behoorlijk op de zenuwen: doe iets, nu en onmiddellijk schreeuwden mijn zenuwen. Ik ben blijven lezen vanuit ongeloof: ergens zal hij toch wel in actie schieten, een doel vinden, zich uit zijn apathie kunnen loswrikken. Deed mij terugdenken aan mijn kot in de Blijde Inkomstraat waar ik Eline Vere van Couperus las onder mijn open dakraam, genietend van de geladen Leuvense lucht. Ik geloof dat het het enige boek is, dat door mijn kamer gevlogen is. Indien ik gekund had, dan ad ik Eline zelf van haar chaisse longue gehaald en in gang gezet. Zo’n passieve karakters drijven mijn zenuwen tot het uiterste.

Geheugen(verlies)

Hij erft het huis van zijn grootmoeder en gooit alle documenten uit het verleden weg: de ene container na de andere. Volledig tegenovergestelde van de joodse literatuur waarin het niet mogen vergeten, het koesteren van documenten centraal staan. Hier moet de herinnering weg.
Zowel privé als publieke herinneringen. Oostenrijk gaat op een vreemde manier met het verleden om.
De fouten die je zelf maakt, vergeef je je slachtoffers nooit(32)
Ons verleden is te groot om door zo’n klein land verwerkt te kunnen worden (155)
Even later krijgt ze de vrolijke inval dat ze het allemaal doet om haar kinderen ooit een mooi verleden te geven (179)
Vergeetachtigheid ontbreekt in je opsomming. Een land waarin je bij binnenkomst het verleden moet of mag afgeven, al naargelang de omstandigheden.
(waarin je beloond of bestraft wordt met vergeten, afh vd vraag v welke kant je komt, van links of van rechts, net als in het wereldspel, waarmee Peter definitief failliet is gegaan) (197)
De kinderen maakten die opmerkingen omdat ze er een mogelijkheid in zagen bij het verleden van Ingrid aan te knopen, ex negativo: wij doen het en mama doet het niet meer (304)
Vergeten is de beste knecht van de beul. Je leeft niet eens één keer (378)

Analfabetisme

Emoties en communicatie zijn onbestaand, toch hebben de personages een seksuele relatie. Dat ervaar ik als vreemd, maar goed…
De personages staan op een afstand van de werkelijkheid: zij observeren en beschrijven. Interpreteren niet, stellen hoogstens een vraag. De werkelijkheid wordt wel geproblematiseerd: wat is dat? De Donau speelt de rol van ankerpunt.
Net als de vogelverschrikkers in het komkommerveld, niet tot praten in staat (249)

Karaktertekening

De personages zijn ééndimensioneel: Richard (anti-nazi, kiest voor onzichtbaarheid tijdens wo2,politicus, orde, privé afwezig, kiespijn, dementerend) getrouwd met Alma (bijenhuis, zwijgt, leest, stelt geen vragen), Otto( zoon van, heldhaftig gestorven in wo2 op 14-jarige leeftijd), Ingrid (dochter van, trouwt met Peter en krijgt twee kinderen, conflict met vader, perfecte vrouw, arts, verdrinkt), Peter (oorlogswonde, Ingrid, kelderman, kruispuntenbeoordelaar, speelt enkel met de kinderen, ontwikkelt spel, conflict met schoonvader, vader is een nazi, moeder sterft jong), Sissi (dochter en kleindochter, geïrriteerd door vader, babbelt veel, vertrekt naar New York), Philipp (zoon, kleinzoon,passief, minnaar Johanna, geen buren, geen vrienden, eenzaam). Er zijn geen verbanden tussen de mensen en geen verbanden tussen de rondslingerende herinneringen die geen eigenaar vinden.

Als ze terugkijkt, stelt ze dezelfde fragmentering in haar eigen leven vast. Er zit geen doorlopende orde in, geen strenge chronologie. Haar leven lijkt een chaotische verzameling schijnbaar op zichzelf staande episodes, waar ook haar optreden in de film bij hoort. Ze heeft dit gedaan en dat gedaan, en alles bij elkaar heeft ze niets gedaan wat haar in de volgende episode erg veel verder geholpen heeft. (153)

Eigenlijk is Philipp op alle muren van zijn leven een randfiguur, eigenlijk bestaat alles wat hij doet uit voetnoten, en de tekst die erbij hoort ontbreekt. (…) want de gedachte dat hij alleen contact zoekt als hij niet het gevaar loopt ingepalmd te worden lijkt hem even het bewijs van zijn soevereiniteit – hoewel hij zich er tegelijkertijd van bewust is dat hij zichzelf voor de gek houdt (290)
Want het gezinsleven vernietigt de persoonlijkheid (293)

Hij weet niet wat, dat gaat hem boven de pet, maar hij maakt ongetwijfeld fouten.
Ook met nietsdoen kunnen de dingen escaleren (320)
Of ze ook momenten kent waarop de muren en vloeren en zelfs de ogenblikken afwezig zijn. (…) ik ben en blijf wie en waar ik ben, zolang het me uitkomt. (…) Omdat alleen idioten niet veranderen. Ieder verstandig mens kijkt vooruit, en om vooruit te kunnen kijken moet je weten wat er achter je ligt. Je kunt het tegendeel niet in je eigen zak liegen ( 333)

Hij heeft er niet zoveel interesse in om iets wel of niet te doen, wel of niet iets te zijn, hij is veel geïnteresseerder in de mogelijkheid met bepaalde conventionele woorden aan allerlei mogelijkheden te denken (342).
Hoewel de gedachte dat de oorlog de vader van alle dingen is helemaal niet bij iemand op mag komen, het klopt ook niet, de oorlog is helemaal nergens de vader van, alleen van nog meer oorlogen. (355)
Ik geloof dat je wel eens vaker afwijzing verwisselt met afgewezen zijn (383)

Geen fantasie:

Fantasie en verbeelding kunnen de afstomping tegen gaan. Alleen worden ze niet ingebed in de opvoeding. Philipp doet wel pogingen maar realiseert niets.
‘het beklemt hem als hij aan de fantasie denkt die hij moet opbrengen om na te gaan hoe de dingen zouden kunnen zijn geweest’ (8)
Originele vondsten: alle familieleden in klassenfoto: allemaal dezelfde leeftijd (verbeelding Philipp)(14)
n alle kamers schrijftafels, iedere schrijftafel een verhaal van een familielid (52)

Geluk

Geluk lijkt niet te vatten. Mensen staan buiten het leven.
Ik heb wel geen voeling met heimatfilms, ben nooit tuk geweest op Heidi, ook al herinner ik me wel het idyllische en onschuldige van die levenswijze. Geen enkel huwelijk of relatie kan gezien worden als een gelukkige.
Het belang van heimatfilms: alle familieleden leken acteurs in een heimatfilm, alleen de mannen niet en dat was de tragiek (8) Der Hofrat Geiger van Hans Moser en Paul Hörbiger
Weer speelt een belangrijke rol als enig gespreksonderwerp
Om je gelukkig te voelen is het noodzakelijk de dingen mooier te zien dan ze in werkelijkheid zijn, en dat vermogen gaat met klimmen der jaren niet alleen verloren, maar verkeert ook langzaam in zijn tegendeel. (20)
Wat je weggeeft is van jou, wat je houdt voor altijd verloren (47)
I
Ik heb mijn gevoel van trots, dat voor mij iets behoudt wat met onschuld te maken heeft (139)
Geluk komt toe aan mensen die kunnen wachten (141)

Als kind in een huwelijk dat stuk is moet je minstens één ding leren (naast tederheid en het vermogen een gesprek te voeren): het omgaan met onzekerheid. In een slecht huwelijk bestaat geen continuïteit. Dat scherpt de blik voor het onberekenbare. Dat moet iemand helpen (help! Help!S.O.S.) zijn leven te organiseren. (…) Stiekem wil iedereen toch graag weten hoe de toekomst zal zijn, al was het maar omdat het je dan in het heden makkelijker valt je in te beelden dat je weet wat je doet. (…) Hoe vindingrijker je probeert te zijn, Philipp,hoe meer je voor jezelf op de vlucht bent. (…) Je passiviteit is strategisch: ze moet je voor het gevaar behoeden je bloot te stellen aan dingen die niet aangenaam zijn. (…) jij denkt dat je rampen kunt ontlopen of althans je problemen kunt versimpelen door je zo weinig mogelijk te verroeren (…) en de prijs daarvoor is dat het leven aan je voorbijgaat. (189)
Als Ingrid zich voorstelt dat toen ze nog een meisje was deze kitschfilm voor haar het summum van geluk betekende in het vertrouwde landschap (255)
Zolang je jezelf hoort praten, ben je gelukkig (301)

Tijd is het hoofdpersonage
Tijd wordt geprblematiseerd. Peter wordt als loser voorgesteld wat cynisch is aangezien hij een spel verkoopt ‘wie kent Oostenrijk?’. Niemand blijkbaar: dat is het probleem maar aangezien Oostenrijk dit niet onder ogen wil zien, gaat hij failliet. Succes wordt gedefinieerd door het systeem. Onzichtbaarheid , neutraliteit, geschiedloosheid zijn overlevingsstrategieën.
Of ook de tijd kan vergeten voorbij te gaan, tijd die is blijven liggen, die je aan moet raken om hem weer tot verstrijken te brengen? Honderd jaar, die in een oogwenk voorbijgaan, geheel pijnloos? (205) Is dit een verwijzing naar doornroosje?
Of je een wedloop met de tijd kunt winnen? Misschien in het sprookje van de haas en de egel, door zichzelf te reproduceren(205) Ergens anders worden kinderen als de toekomst van je verleden genoemd
Maar mogelijk was het wel geweest, denkt hij. Maar ja, de verleden tijd van het mogelijke is het vergeefse (290)
Wat elders net gebeurd was, was in Oostenrijk al oude koek, en wat elders al oude koek was, was in Oostenrijk een gekoesterd heden (355)

Op zoek naar betekenis

Betekenis is beangstigend. Als je je niets wenst te herinneren, dan kun je geen betekenis verlenen of toch?
Steeds hetzelfde opschrijven, tot aan de volledige afstomping toe, tot in een vrijblijvendheid waarin niets nog iets betekent (141)
Wie kent Oostenrijk?
Zo langzaam, jawel zo langzaam, inderdaad, vorm je je een beeld (324)
De situatie, in de file hutjemutje staan, bumper aan bumper, veroorzaakt een aangenaam gemeenschapsgevoel, dat des te aangenamer is omdat het tot niets verplicht (327)

Moet hij dan nu de eenzame man gaan spelen? Moet hij nu net als Alma het ene boek na het andere lezen om wijzer te worden, maar dan zonder de mogelijkheid de nieuwe wijsheid nog ergens voor te gebruiken? (204).
Zoiets wat pas in de toekomst betekenis krijgt (328)
Het is alsof met de vochtigheid langzaam ook de betekenis uit de dingen wordt geperst (369)

Leugen

Wordt de leugen een vervanging van de herinnering, de werkelijkheid, de betekenis van het leven?
Bedrog en verraad zouden een laatste opvlamming en daarmee de laatste hoop van de liefde zijn (280)
Je beheersen is ook een manier om steeds leugenachtiger te worden (288)

Nee, met ons gaat het goed, geloof ik (308)

Ook al heb ik me te pletter geërgerd aan het Nederlands en zou ik het boek geen tweede keer willen lezen, toch is het een schrijnende aanklacht tegen een land zonder geheugen, een pleidooi voor de herinnering, de toegang tot de toekomst door betekenis te geven aan het verleden. Blijkbaar moeten we leren om met het oorlogsverleden om te gaan, om met ons persoonlijk verleden om te gaan. Zolang we dat niet kunnen, belasten wij de volgende generaties, verplichten wij ze om in lege en half lege kamers te wonen. De joodse literatuur leert ons om met slachtofferschap om te gaan, maar zoals Spiegelman en Oz ons laten zien, ze confronteert ons ook met de slachtoffers van de slachtoffers.
Als lezer word je verplicht om te observeren, er buiten te staan en te ervaren wat de ongelukkige personages beleven. De kartonnen karaktertekening en het thematische, de caleidoscoop ipv een plot zorgen hiervoor.

woensdag, december 20, 2006

maus

GL
wat als dit een leesgroepboek zou zijn? Mij lijkt dit een delicaat onderwerp. Het oorlogsverleden van onze ouders blijft buiten het discours van de leesgroep. Mijn ouders waren allebei nog klein in de oorlog. Mijn vader heeft het alleen gehad over de fascinatie van het jongetje voor al die geweren en vliegtuigen, de sinaasappel toen ze in Bordeaux aankwamen. Mijn grootmoeder smokkelde, mijn grootvader leefde in een doodskist onde de grond en deelde bonnetjes uit aan andere ondergrondse. Ze hebben hun huis opgegeten, mijn grootmoeder heeft altijd heimwee gehad naar dat huis. Mijn pa verjaart op 10 mei en toen hij 7 werd kreeg hij geen verjaardagstaart omdat de oorlog toen begonnen was. Blijkbaar maakte mijn bonma zo'n veelkleurige jellytaart brrr. Mijn grotvader verjaarde op 8 mei. Ze hebben geprobeerd om opnieuw in Engeland te geraken. Mijn moeder herinnert zich het verhaal van het varkentje dat boven gekweekt werd, de schuilkelder, de Engelsen van de bevrijding, nonkel Piet die opgepakt werd omdat hij de spoorlijnen geboycot had. Mijn grootmoeder die ineens wel kon fietsen en in haar jas genoeg eten verstopt had om haar zoon terug vrij te praten. Haar broer kon ze niet redden: die is voor de ogen van vrouw en kind doodgeschoten omdat hij wapens voor het verzet verstopte. Zouden mijn ouders ook nog gedrag vertonen dat ontstaan is in de oorlog? En welk effect heeft dit op mij?
Heeft literatuur de functie van ons collectief geheugen? Bij deze joodse schrijvers lijkt dit wel de voornaamste motivatie. Dat vind ik één van de krachten van goede literatuur: een teletijdmachine naar de beleving op een andere plaats en tijd.
Het stripmedium vervreemdt. De zwartwit tekening ontmenselijkt, maakt het rauw. Zou literatuur dit zo rauw kunnen brengen? Hier zouden we vurig over debatteren.
De tekeningen zorgen ervoor dat wij de mensen in hun rol als muis, varken of kat blijven zien. We kunnen niet opgaan in hun menselijke conversatie. Dat 'spelen' met die diermaskers heeft een erg ontheemdend effect.
Na de oorlog blijven de mensen objecten. Kun je zo'n verleden niet uitwissen? Ik zie toch hoe ik met het verleden van mijn vader moet knokken en hoe mijn pa nog als het kleine mannetje kan reageren.
Vladek is enorm narcistisch. Hoe kun je er nu aan denken om het dagboek van je vrouw te verbranden? Nu nog ben ik op zoek naar de fotoalbums van mijn grootouders, heb ik spijt dat ik de kaarten die ik van mijn grootouders gekregen heb, niet bijgehouden heb. Mijn 'boin' schreef nog 'groote'. Ik heb een foto van het handschrift uit het tuinwerkboek van Vita-Sackville West als schermbeveiliger.
Ik kan mij herkennen in Artie wanneer hij zich een hoedje schrikt als zijn vader hem vertelt dat hij bij hen wil wonen of zij bij hem. Oh boy, ik weet dat ik dat ook niet zou kunnen.
De pa die alles beter kan, zeer herkenbaar.
Het dode kind dat altijd beter is dan het levende kind, is het dram van mijn grootmoeder wiens oudere zus, Gabriella, op zesjarige leeftijd gestorven is. Mijn grootmoeder werd daarna pas geboren. second best.
Het gevoel van geen succes te mogen hebben en terug een kleintje te worden wanneer al die journalisten hun vragen op hem afvuren, ja.
Het luisteren naar het verhaal van de ouder en eigenlijk je eigen verhaal of identiteit niet kunnen communiceren, zal ook wel voor een heftig debat tekenen.
En uiteraard zouden we urenlang over het moreel besef van de mens praten. Zou ik echt de angst en de rotzooi van mensen uitbuiten? Ik heb via de dienstencheques (kan dit) eens een kuisvrouw gehad die zo in de knoei zat, dat ik a) haar meer geld gaf, b) meer klussen liet doen zodat ik haar extra geld kon geven, c) haar andere kleren aanbood omdat die van haar nat geworden waren, d) ontbijtkoeken haalde en extra koffie maakte, e)haar geld leende (nooit teruggezien natuurlijk). Haar verhaal was verschrikkelijk, ik was onthutst dat mensen zo'n leven moeten leiden. Uiteindelijk mocht ze niet meer komen: ze lichtte het hele systeem op en had in de gaten wat ze mij moest vertellen en zij had meer geld nodig om ... Ik weet het niet. Ik voelde mij constant schuldig. Een Pool voor 5 euro bij mij thuis laten werken, dat kan ik niet, maar wil ik wel.
Kun je een verhaal dat zo in je genen zit uit je systeem schrijven. Zou Art nu een vrij man zijn?
Dit boek zou een heerlijke leesgroepervaring kunnen zijn.

dinsdag, december 19, 2006

Maus

GL
wie leest graag een stripverhaal? Ik heb altijd een hekel gehad aan dit genre. Mijn grootouders kochten Suske en Wiske's en Jommekes en Lucky Luke en een enkele Rode Ridder. Zij deden dat met de beste bedoelingen. Het was een hype. Mijn broer en zus lazen ze ook wel graag. Ik bleef altijd op mijn honger zitten: geen echt verhaal. Op school werden strips niet toegestaan: zou je leescompetentie ruïneren.
Maar Maus is anders. Het is een aangrijpend verhaal in verschillende lagen. Het persoonlijk verhaal van Artie, zoon van twee holocaust overlevers, het verhaal van de vader Vladek en zijn zoon Artie, het verhaal van Vladek, het verhaal van Vladek en Mala (zijn tweede vrouw), het verhaal van de tweede wereldoorlog en het verhaal van la condition humaine. Ik vraag mij af of een Pool dit kan lezen zonder beschaamd te worden.
Het verhaal komt bijzonder authentiek over: de stem van de vader met zijn specifiek idioom en zijn kritiekloos etaleren van zijn overlevingsdrang, zijn almachtsgevoel. Artie die onder het leed van zijn ouders verpletterd geraakte. De gruwel van de oorlog in de dagdagelijkse vernederingen en hebberigheid van de mens. De kwetsbaarheid van vader en zoon vond ik ontroerend.
Artie schrijft zichzelf in het verhaal, zijn vrouw, zijn baby. Hij toont zijn strip getekend nadat zijn moeder zelfmoord gepleegd had, en de levensechte foto van zijn vader nadat hij de concentratiekampen overleefd had. Hij creëert een enorme onmiddellijkheid en tegelijkertijd trekt hij de aandacht op het medium. Hij neemt de gesprekken van zijn vader op. Tekent deze dan uit. Waarom net in een stripverhaal?
In de discussie over 'narrative' stonden mijn collega grafisch vormgever en ik lijnrecht tegenover elkaar wat de karaktertekening aanging. Hij verdedigde lege personages opdat iedereen er zich in kon projecteren (Pauze and effect) ik verdedigde ronde karakters (Faulkner) opdat je je ermee kon identificeren. Speigelman combineert beide visies, vind ik: in taal, uitgewerkt karakter; in beeld lege personages. Je vraagt je af of hij nu net afstand wou houden of zich volledig wou onderdompelen om zijn pa beter te begrijpen. Of allebei.
Vladek is nog steeds aan het overleven zoals Françoise zei (jammer te duidelijk). De scene met de rat vond ik dan weer heel subtiel en een leuke uitdaging voor mijn verstandje. De metafictieve delen vond ik ook heel uitdagend. Het gebruik van de tijd en de vloeiende overgangen van heden naar verleden: ronduit prachtig. Dat rigoureus tonen en niet beleren, verhoogde mijn emotionele beleving: irritatie en bewondering voor de pa, mededogen voor de zoon. Doet mij denken aan het prachtige werk van Irène Némirovsky 'Storm in juni' dat haar dochter posthuum uitgeefklaar heeft gemaakt. Je zou dit bijna als het verbrande dagboek van Anja (moeder van) kunnen bekijken. Ook Amos Oz Een verhaal van liefde en duisternis of The History of Love van Nicole Krauss. link ik aan dit verhaal. Némirovsky beschrijft zo onderkoeld dat de emoties je in het gezicht slaan, geen grootheidswaan voor haar, nuchtere realiteit. Zij maakte zich niets wijs, klaagt niets aan, is nergens verbaasd over, spot ook niet. Zeer rake beschrijvingen. Het was alsof ikzelf uit Parijs wegvluchtte. In 'Een verhaal van liefde en duisternis' hoor je het jengelende ventje vanaf bladzijde een: het is niet eerlijk, pamflettair, we moeten terug politiek correct worden. Ergerde mij eraan. Krauss vond ik poëtisch een droomverhaal, maar helemaal niet met dezelfde emotionaliteit en authenticiteit van Némirovsky
en Spiegelman.
Waarom dit pijnlijk verhaal in dit medium? Contrast?
Spiegelman, Art.(2003)Maus. London :Penguin Books.
eerste druk deel 1 (1986), deel 2 1992

woensdag, december 13, 2006

Wepion opnieuw

Hoe reageer je wanneer je een boek niet leuk vindt? Gisteren ben ik gestopt met mijn ergernis omdat ikmij nog zeer goed kon herinneren hoe ellendig ik mij in Wepion voelde. Ook ik had een slecht boek voorgesteld Mira en nog iemand van Frederickson. Heb nooit meer iets van haar gelezen. OOk ik had het thema als reden van voorstelling voor leesgroep gegeven, maar het mocht niet baten. Gisteren hoorde ik Greet uitleggen dat het toch goed was dat je zo'n boek leest omdat je je dan kunt verbeelden dat het leven van je studenten er waarschijnlijk niet altijd even rooskleurig uitziet. Wij hebben dan ook wel verteld over de pijnlijke verhalen van de studenten en hebben we ons zelfs afgevraagd waarom er geen screening gedaan wordt vooraleer je ouder (ma en pa) mag worden. Het sociale systeem of gebrek daaraan werd als oorzaak aangewezen. Dus we zijn wel even sociaalvoelend geweest.
Maar we hebben evengoed het boek neergesabeld. Toch vond ik dat jouw pleidooi voor laagdrempeligheid om zo'n harde waarheid te vertellen, waardevol is. Het boek is bovendien nog altijd populair want je kon het nog kopen in de boekhandel. Dat wil wat zeggen met een levensduur van gemiddeld enkele maanden in de boekhandel voor nieuwe titels. In de bib was het ook telkens uitgeleend.
We vonden het een boek van gemiste kansen: meoder-dochterrelatie, koffertjes, versnipperde brieven: had mooi kunnen zijn.
Jouw poging om ons voor een gezin te laten kiezen, kende weinig succes. We zouden ons niet onderdompelen in deze materie.

Is er een juiste manier om zo'n boek te kraken. Ik voelde het indertijd aan alsof ik gekraakt werd. Ik had zin om te vragen of jullie me nog wel mochten? Ik voelde mij afgekeurd en vervloekte het boek. Nooit heb ik nog een boek voorgesteld omdat het zo'n interessant thema is. En eigenlijk begrijp ik dat ook wel. Er zijn vele manieren om een thema bespreekbaar te maken maar blijkbaar niet via een docufictie gecamoufleerd als roman, en niet in de leesgroep.
Kunst doet je overleven in moeilijke situaties: het is door haar artisticiteit dat ze de moeilijke tijden doorstaan heeft. Ik weet niet of ik met deze stelling/interpretatie akkoord ga.
Kunst onttrekt je van de realiteit en dat kan je leven schaden (wat Ingrid zichzelf en haar dochter aandoet). Je kunt dissociëren en kunst creëren of je vervormt de werkelijkheid zodat je van een moordenares in een misstap van het gerechtelijk apparaat verandert. Zijn dit positieve functies?
Het is toch belangrijk dat we ook boeken van een mindere kwaliteit lezen. We zien dan pas hoe goed andere boeken geschreven zijn. Extremely loud en incredibly close, steekt hier kop en schouders bovenuit.

dinsdag, december 12, 2006

witte oleander

Hallo LG
Marleen heeft me het boek afgelopen week binnengebracht maar dat mocht niet baten. Heb tegen de klok moeten lezen om het gelezen te krijgen. Hoe is het met je vijftig en eerste dag. Had in Torquay drie kaarten gekocht: Middle Age is when your broad mind and your narrow waste change places en eentje met Growing old is compulsory, growing up optional. Die hebben het dus niet gehaald.
Witte Oleander van Janet Fitch heb ik in vertaling gelezen, is uitgegeven door de Bezige Bij (2002) en kan pronken met een Oprah Winfrey commentaar: 'Dit is een van de mooiste en aangrijpendste romans die ik in lange tijd heb gelezen.' Succes verzekerd.
Ik zou het niet uitgelezen hebben mocht het niet voorgesteld zijn. Ik heb me eindeloos geërgerd aan de clichés, de ongeloofwaardigheid van het vertelpersonage, de voorspelbare structuur,en het ongelooflijk irritante name dropping. Astrid is het beste argument tegen encyclopedisch kennisonderwijs. Ik begrijp dat zij een Dickensiaans universum heeft willen creëren van de zelfkant van Usa in de twintigste eeuw en dat de aanklacht waarschijnlijk belangrijker was dan de literatuur. Hoewel de aanklacht zou veel scherper zijn mocht het goed geschreven zijn...
In mijn zwarte boekje heb ik drie velletjes vol met citaten die mij opstandig maakte.
Alles is zo overduidelijk:
' ik las Lolita maar die man leek helemaal niet op Ray (132),
Moet je je weer aan de eerste de beste persoon hechten die je een klein beetje aandacht geeft (173)
zo ongloofwaardig (beginnende puber, getraumatiseerd)
De auto glansde als de flanken ve man, zacht en gespierd, soepel. Ik had wel op de motorkap willen gaan liggen, waarschijnlijk zou ik alleen al door erop te gaan liggen kunnen klaarkomen, dacht ik (137)
zo cliché
Woorden waar de wimpers ve oordeel achteraan wapperden (142)
Logisch. Ik was een onbeschreven blad, iedereen kon erop invullen wat hij wilde (154)
zo betekenisloos
Onder het bed sijpelde een donkere stroom de nacht binnen. De ongelezen brieven van mijn moeder, glibberig van de leugens, dobberden en deinden als het wrakhout ve enorme schipbreuk dat nog jaren nadat het lijnschip was gezonken aan land bleef spoelen. Ik zou geen woorden meer toestaan (347) (goed zo!)
Moeder is cliché en natuurlijk de mierzoete omzwaai (juk).
ben nog niet klaar tot zo

dinsdag, december 05, 2006

eindelijk

GL
blog was geblokkeerd omdat blogger dacht dat het spam was. Zeer frustrerende toestand.
nu komt de lighthouse

woensdag, november 29, 2006

het begin

Dit is wat ik mij herinner. Wie herinnert meer?

Ergens in het jaar, ergens in Sint-Truiden. In het Speelhof kondigde Greta trots aan dat ze een wandeling met vragen door haar mooie geboortestad voor ons bedacht had. Haar broers zouden de groepjes gidsen en haar kinderen zouden voor de vragen, de punten en de eindwinnaar zorgen. Oh ja, en wij moesten ook nog een teamliedje bedenken en dat mochten we dan ergens tussen het eten komen zingen.Als pubers betreurden we het dat we niet allemaal in hetzelfde groepje zaten.'Hoelang bestaat het boekenclubje?'. We nipten aan ons citroenjenevertje, Marleen en ik. De andere teamleden keken verwachtingsvol naar ons. Greta's zoon daagde ons uit.'Tja dat is moeilijk te zeggen' .De twee andere vragen voor deze halte (Begijnhof, Gangelhof, Stadspark?) werden ondertussen bediscussieerd door de overige teamleden. Wij waren de boekenclubbers.'Wij kennen elkaar al zo'n goeie vijfentwintig jaar'. Hatelijk die vijftigjaarvragen.'Ons boekenclubje ontstond in het 2 op 3 meter bibliotheekje in het malse Haspengouw.''Dan heb ik nog eens een eenmalige leesavond over de lesbische roman gegeven.''Jaja, waarvoor de literatuur allemaal kan dienen'' Ik heb het toch over de ruimte gehad, de constructie van de identiteiten, bildungsroman en picareske...''pure liefde voor de literatuur''ook''Het boekenclubje. Laat mij eens denken. Rozen en tortilla's. Dat was het eerste zeker.''Als we het eerste boek kunnen geven, krijgen we dan ook een punt?''Nee, het aantal jaren.''Amai, strenge opvoeding''Begin jaren '90, denk ik'.Aan tafel gingen we vlug als boekenclubbers samen zitten. ' Wanneer zijn wij opgestart?''Het idee is bij mij thuis ontstaan' zei Renhilde.'Hoe bij jou thuis?''Weet je dat niet meer? Ik had jullie uitgenodigd voor een etentje en kerstvertellingen''Dat herinner ik me nog goed', antwoordde Marleen met een aarzeling.'Ik was daar niet bij, geloof ik.' zei Greet.'Dat kan goed zijn, want ik heb je pas leren kennen in het boekenclubje''Het was wel een heel gezellige avond. Buiten koud, de living zat goed vol. Wij allemaal in de sofa. Als de ene iets wou drinken moesten we allemaal naar voor buigen. Zo dicht zaten we naast elkaar. En jij maar van die kleine bordjes met lekkere hapjes uitdelen.''Ja, en dan Frank die ineens opstond en begon te vertellen''Ik krijg er nog kippenvel van''Ja, dat was magisch.''En toen hebben wij gezegd dat we een boekenclubje zouden opstarten?''Ja, absoluut zeker van.''Ik herinner het mij niet meer'Hm, het is een breugheliaans buffet.'Zo kennen we ons Greta wel'

dinsdag, november 28, 2006

de lijst: zij het onvolledig HELP

Kijk eens wat ik hier gevonden heb, weliswaar onvolledig. Wie heeft er zijn agenda's nog. Deze lijst heb ik via Greta per mail gekregen. Onze leesvangst per academiejaar precies. Ik herinner me toch ook dat we Connie Palmen; de vriendschap gelezen hebben? Nee ? En zie eens wie er ook al in staat. Greta had gelijk: we hadden al een boek van Vargas gelezen;)
1994-1995
Laura Esqivel: Rode rozen en tortilla’s
Donna Tart De verborgen geschiedenis
Isabel Allende Het huis met de geesten
Kawabata De schone slaapsters
Toni Morrison Beloved
Harry Mulisch De ontdekking van de hemel
Amanda Fallaci Mannelijk naakt
Jung Chang Wilde zwanen
Amos Oz The black box


1995-1996
Hella Haasse De heren van de thee
Ch. Palliser De quincunx
Dirk Draulans De rode koningin
Tessa Van De Loo De tweeling
Adriaan Van Dis Indische duinen
Carol Shields De stenen dagboeken
John Irving Een zoon van het circus
Bruce Chatwin De gezongen aarde
WF Hermans Onder professoren

1996-1997
Lulu Wang Het lelietheater
Bernard Schlink De voorlezer
Amos Oz The black box
Amanda Fallaci Een man
M. Vargas Llosa Lof van de stiefmoeder
Rascha Peper Rico’s vleugels
A. Hollinghurst De herdersstal



1997-1998
Kate Fillion Wij zijn krengen
Eric de Kuyper Drie zusters in Londen
Meir Shalev De vier maaltijden
Frank McCourt De as van mijn moeder
Pearl Abraham Vreugde der wet
AM McDonald Laten wij aanbidden
Annie Proulx Scheepsberichten
Bart Moeyaert Het is de liefde die we niet begrijpen
Karl Vissers Vanuit nergens met liefde
Mich.Cunningham The hours
Mar. Frederiksson Inge en Mira / Simon


1998-1999
Conny Palmen IM
Helga Ruebsamen Het lied en de waarheid
Mar. Frederiksson Anna, Hannah en Johanna
Peter Süskind Het parfum
Roy Arundathi De god van de kleine dingen
Middas Dekkers Vergankelijkheid
Lesly Pietrzyk Peren aan een wilg
Krist. Hemmerechts Taal zonder mij

1999-2000
G. Sinoué De weg naar Isphahan
J.M. Coetzee Disgrace (In ongenade)
Amelie Nothomb Met angst en beven
Analena Härkönen Aquariumliefde
Peter Hoeg Smilla’s sense of snow
Evans De paardenfluisteraar
Jane Austen Persuasion
Leo Pleysier Wit is altijd schoon
Benoîte Groult Zout op mijn huid

2000-2001
Mar. Atwood De blinde huurmoordenaar
Jeroen Brouwers Geheime kamers
Renate Dorrestein Het hemelse gerecht
Margaret Atwood Alias Grace
P.Highsmith Carol

2001-2002
Isabel Allende Portret in sepia
M. Cunningham Het huis aan het einde van de wereld
Jacqel. Harpmann Orlanda
Karin Roberts Juli (Shri Lanka?)
Eric De Kuyper De hoed van tante Jeannot
M. Axelsson Aprilheks

2002-2003
Sarah Waters Affiniteit
Lily Prior La cucina
Nicchi French Bezeten van mij
Abdek. Benali Bruiloft aan zee
Byatt Obsession
Amelie Nothomb Met angst en beven (?)
J. Hull Op zoek naar Julia
Zadie Smith Witte tanden

2003-2004
Astrid Roemer Was getekend
Tracy Chevalier Het meisje met de parel
Frances Itani De taal van de stilte
AzarNafisi Reading Lolita in Teheran
Vlad. Nabokov Lolita
Adichie Paarse hibiscus

2004-2005
Philippe Besson Nazomer
De blinddoek
Connie Palmen De erfenis
Etty Hillesum Het verstoorde leven
Dan Brown De Da Vinci code

2005-2006
2006-2007
Mario Vargas Llosha Het ongrijpbare meisje
Janet Fitch: Witte Oleander

zondag, november 26, 2006

Winterson

GL

Goedemiddag . Zit toch weer met mijn neus in de boeken. Heb mijn bibliotheek al half uitgeladen, blijkt dat daar een Jeanette Winterson boek staat te pronken; Passion. Ik herinner me niet dat ik het gelezen heb. Wat normaal is. Eén: vaak moet ik herlezen vooraleer ik mij realiseer dat ik het gelezen heb. Twee: in mijn bib zitten ook boeken die ik van plan ben/was te lezen. Dankzij het Internet heb ik nu één grote spiekbrief. Ben naar de site van Winterson gegaan en verdwaald geraakt in haar hele verhaal. Blijkt dat zij twee leesgroepen heeft: The J.W. Reader’s Site Academic Community en dan The Reader’s group.Haat dat snobbisme. Tot overmaat van ramp blijkt de academische groep een gesloten gemeenschap te zijn! Je moet eerst publiceren en dan gaan zij je niveau bepalen en als zij het goedvinden, mag je lid worden. Die academici en hun ivoren torens.

The aim is to create a forum where scholars, academics and translators can find extensive information on Winterson’s work, but also meet and discuss ideas and theories with each other on-line.
http://web.telia.com/~u18114424/main/community/community.htm

Ben dan maar afgedropen naar ‘The Reader’s Group’

The Reader's Group is part of the Jeanette Winterson Reader's Site and it was created in order to provide an opportunity for those who read and enjoy Winterson's work to discuss it with others online and hopefully make some new friends at the same time. I hope you'll have a nice time here! :-)

Maar ik geraakte er niet in: ze verbinden blijkbaar met een msn.groep en die fluisterde

Hmmm, die pagina kunnen we niet vinden...

info@winterson.net
Hi
I'd like to join your reader's group but this doesn't seem to work. My private mailadress is pathuion@skynet.be.
I'm disappointed that I'm not allowed into the academic community as an eager reader I'd like to be able to learn what the academics think about one of my favourite authors. But perhaps I'm too stupid to understand their papers?
So I'll settle for the reader's community if you will help me
Thank you
Patricia

Eens kijken of ik antwoord krijg.
Een groet van het brave meisje
ps: http://www.jeanettewinterson.com/index.asp

vrijdag, november 24, 2006

context:burn-out

GL
ik heb ouw dozen geschreven toen ik mijn ooguren moest tellen, niet uit mijn bed geraakte, niet genoeg energie had om mijn tanden te poetsen. Ik schreef als ik een moment geen hoofdpijn had, als ik mijn maag niet voelde, als ik niet met mijn zwarte band en oorstopjes in mijn zetel zat. Ik voelde mij zo opstandig, in mijn therapie kroop ik over de grond van de pijn. Ik beet zo hard op mijn tanden dat ik 's morgens met een pijnmasker opstond. Ik moest mijn hoofd werkvrij maken, leeg maken. Het toneel heeft me daarbij geholpen. Ik kon niet vluchten want ik mocht niet lezen. TV, computer waren te oogbelastend. Pen en papier: c' était possible.
Maar nu wil ik weten of het speelbaar is, en niet uit medelijden hé gl. Eerlijk duurt het langst(langgeleden dat ik die nog gehoord heb)

ouw dozen: begijntjes

Bedrijf 4
Scène I
Salon: iedereen
Gina:
‘Ik heb een voorstel.’
Louisa:
‘Ik hoop meer dan 1 want anders gaat dat hier rap gedaan zijn.’
Gina:
‘Nee, maar 1.’
Louisa:
‘Allez dan, dan kunnen wij de hele avond op ons liedje oefenen .’
Andreas:
‘Wat is je voorstel, Gina?’
Gina:
‘Awel, ik stel voor dat we aan het hele huis hier vragen om voor ons deze vergadering uit te schrijven.’
Olga:
‘Hoe onze mening telt niet meer mee?’
Friedl:
‘Maar hoe weten ze nu hoe wij denken?’
Anna:
‘Ze kennen ons toch al wel goed, nee?’
Roos:
‘Een frisse wind, waarom niet.’
Olga:
‘Ik hoop dat ze wel goed begrepen hebben dat ik een intellectueel ben.’
Louisa:
‘Wie weet wat ze allemaal begrepen hebben, Olga.’
Anna:
‘Maar als het niet goed voelt, wat dan?’
Gina:
‘We zeggen aan iedereen om de vergadering uit te schrijven en dan kiezen we er de tien beste uit. Als er één is waar we ons allemaal in herkennen, dan houden we de vergadering zo.’
Olga:
‘En anders?’
Gina:
‘Dan proberen we er een paar.’
Ché:
‘Zo zijn we wel een tijdje zoet, nee?’
Gina:
‘Ik denk dat we dat zo om de 5 jaar moeten doen?’
Olga:
‘Om de 5 jaar, ze zullen ons zien komen.’
Louisa:
‘En altijd hetzelfde, dat weet ik niet zunne.’
Friedl:
‘Het heeft wel iets.’
Roos:
‘Hm ik vind het wel spannend.’
Friedl:
‘Problemen zijn tijdloos.’
Roos:
‘De oplossingen daarentegen...’
Ché:
‘Maar durven we wel zo ver gaan’
Gina:
‘Dat is een goeie vraag, Ché.’ (kijkt rond)
Louisa:
‘Ik durf alles.’
Olga:
‘Bwa, ik begin precies toch wat nieuwsgierig te worden.’
Roos:
‘Ik vind het een goed idee, Florreke.’
Friedl:
‘Ja, ik doe mee.’
Ché:
‘Ik zal wel zenuwachtig zijn.’
Anna:
‘Ik ook, en ik ben ook geen veelprater.’
Andreas:
‘Waarom niet’
Gina:
‘Bon, dan heb ik hier toevallig onze laptop open op onze site en dan tik ik in?’
Louisa:
‘Lees het al maar.’
Gina:
‘Ik heb nog geen tekst.’
Louisa:
‘Beste huisgenoten, zoals jullie weten, zitten wij met een aantal problemen, én, zoals jullie ook weten is het gemakkelijker problemen te hebben, dan oplossingen…’
Anna:
‘Mogen wij daarom nederig aan jullie vragen om oplossingen voor ons uit te schrijven, zodat wij weten wat wij op de vergadering moeten zeggen.’
Ché:
‘En de beste mag met ons mee naar Cluny.’
Gina:
‘Stuur je voorstel in op www.blogklaprozen.be’
Anna:
‘Knuffeltjes van ons allemaal.’
41
Olga:
‘Ola ola.’
Louisa:
‘Sht, ist af, kunnen we dan nu,’
Roos:
‘Allez hier gaan we, allen aan de kant.’
Ouw dozen
Rap met rapdansje voor de ouderen onder ons, handjeklap tussen Louisa en Gina.
Louisa:
‘Hier zitten we dan’
Allen:
‘In ’t Outroze’
Louisa:
‘Een hechte clan’
Allen:
‘Echte ouw dozen’
Gina:
‘We trekken onze plan’
Allen:
‘In ’t Outroze’
Gina:
‘In ieders belang’
Allen:
‘Echte ouw dozen’
Louisa:
‘Een bulderlach’
Allen:
‘In ’t Outroze’
Louisa:
‘Echt alles mag’
Allen:
‘Echte ouw dozen’
Gina:
‘Een warm onthaal’
Allen:
‘In ’t Outroze’
Gina:
‘Voor elk verhaal’
Allen:
‘Echte ouw dozen’
Allen:
‘Hier zitten we dan’
Publiek:
‘In ’t Outroze’
Allen:
‘Van niemand bang’
Publiek:
‘échte ouw dozen’ (2 tellen)
Allen:
‘zo’n klaprozen.’
42
A:
‘Klein, klein kleutertje
Wat doet gij in den hof?
Ge plukt er alle bloemetjes af’ (interactie met publiek)
Publiek:
‘Ge maakt het veel te grof’
A:
‘en maakt een mooie bos’
Publiek:
‘Mamake die zal kijven’
A:
‘Mama-be die zal blij zijn’
Publiek:
‘papake die zal slaan’
A:
‘Mama-ce pinkt een traan’
Publiek&A:
‘klein, klein kleutertje’
Publiek:
‘ga hier maar gauw vandaan’
A:
‘dat heb je mooi gedaan’
O:
‘Zeg kwezelke wilde gij dansen
ik zal u geven een ei
wel neen, zei dat kwezelke
dat dansen is niets voor mij
‘k en mag niet dansen
‘k en kan niet dansen
dansen is onze regel niet
begijntjes en kwezeltjes
dansen niet …
‘Zeg kwezelke wilde gij dansen
ik zal u geven een koe
wel neen, zei dat kwezelke
van dansen word ik zo moe
‘k en mag niet dansen
‘k en kan niet dansen
dansen is onze regel niet
begijntjes en kwezeltjes
dansen niet …
‘Zeg kwezelke wilde gij dansen
ik zal u geven (aarzelen) een man (even pauzeren)
wel neen, zei dat kwezelke
van dansen word ik zo stram
‘k en mag niet dansen
‘k en kan niet dansen
dansen is onze regel niet
begijntjes en kwezeltjes
dansen niet …
‘Zeg kwezelke wilde gij dansen
ik zal u geven (aarzelen) een vrouw (even pauzeren)
wel ja, zei dat kwezelke
43
laat’t dansen beginnen algauw
ik kan wel dansen
ik mag wel dansen
dansen is onze regel wel
begijntjes en kwezeltjes
dansen wel! …
4 juni 2006
44

ouw dozen: pipi

Bedrijf 3
Scène III
Salon: Olga, Louisa, Gina, Roos
Louisa maakt thee
Olga :
(geniet zichtbaar) ‘Heerlijk kopje koffie.’
Roos:
‘Ik ben jaloers.’
Gina:
‘Ik ook, mijn maag verdraagt het niet meer.’
Roos:
‘Maar de geur doet mij nog altijd watertanden.’
Olga:
‘Ik hoop dat ze mij dat niet afnemen.’
Louisa:
‘Kopje thee?!’
Gina&Roos:
‘Ja graag.’
Olga:
‘Dat heb ik nu nooit gedronken.’
Gina:
‘Nog nooit geproefd?’
Olga:
‘Dat wel, maar brrr.’
Roos:
‘De zolder leek mij toch meer geschikt.’
Olga:
‘Daar valt iets van te maken.’
Gina:
‘Schildersatelier met ramen op het noorden.’
Louisa:
‘De galerij kan in het midden.’
Roos:
‘En dan zo’n flexibele ruimte op het zuiden.’
Gina:
‘Ben eens benieuwd, hoeveel kunstenaars erop af gaan komen.’
Louisa:
‘Gaan we het nu openstellen voor iedereen?’
Roos:
‘Misschien toch maar alleen voor lesbiennes.’
Louisa:
‘Maar in de galerij mag toch iedereen komen, zeker?’
Roos:
‘Absoluut, dat moet zelfs. De galerij is de ruimte waar we elkaar ontmoeten, waar de leegtes opgeroepen worden, de galerij moet een ruimte van intimiteit worden waarin iedereen kwetsbaar durft zijn.’
Gina:
‘Intimiteit nodigt uit om je masker af te leggen ja.’
Olga:
‘Het kan ook het tegenovergestelde effect hebben. Je vergroot je masker om tegen die intimiteit op te kunnen.’
Louisa:
‘En al die andere mensen? Ik moet er niet aan denken dat ik daar sta te wenen met een stelletje vreemdelingen als toeschouwers.’
Olga:
‘Gruwelijk. Ik wil dat ook niet laten zien. Ik hoor ze al grinniken.’
Roos:
‘En daar draait het net om. Wat is onze kwetsbaarheid? Wat betekent het om zo duidelijk kwetsbaar te zijn, te voelen dat je tot een minderheid behoort, continu te leven in een wereld die je niet herkent en die doet of jij niet bestaat, en toch ben je altijd zichtbaar, altijd de lesbienne.’
Louisa:
‘Ik heb geen flauw idee waarover jij het hebt, Roos. Weet je het wel zeker dat dit lesbisch is?’
Roos:
‘Ja, ik voel dat er zoiets als een lesbische blik, een lesbische stijl bestaat, alleen vrees ik dat wij die verloren hebben.’
Olga:
‘De heterostijl is ook enorm agressief, miljoenen dollars verkopen haar overal en altijd. Het is ons met de paplepel ingegeven, hapklaar, alles is al bedacht. De gemakkelijke weg.’
Louisa:
‘De ge-mak-ke-lijkste weg. Heb je het ooit geprobeerd?’
Olga:
‘Nee, ik bedoelde…’
Louisa:
‘Het is een verschrikkelijke weg, altijd op je hoede, altijd jezelf uitschakelen, altijd denken dat jij fout voelt, doet, denkt want de meerderheid heeft immers altijd gelijk.’
Olga:
‘Daar geloof ik ook niet meer in, Louisa, ik bedoelde alleen maar…ik zal het zo zeggen, mocht ik ook maar een beetje hetero geweest zijn dan’
37
Gina:
‘Zou je getrouwd met kindertjes zijn. Ik ook Olga, ik ook. Ik wist al van mijn zesde dat ik voor meisjes viel. Maar ik wou het niet. Daarom ben ik zo lang bij ma en pa blijven wonen. Ik durfde gewoon niet.’
Olga:
‘De moed zonk mij ook in mijn schoenen.’
Roos:
‘De continue bron van eenzaamheid.’
Gina:
‘Misschien is eenzaamheid wel de wortel van geluk.’
Louisa:
‘En de leegte is de eenzaamheid, niet?’
Olga:
‘Of wat erna komt.’
Louisa:
‘Ja hallo, ik geef het op.’
Gina:
(lacht) ‘Ik ook, zullen we een spelletje spelen?’
Allen:
‘Oh ja’
Louisa:
‘Iets pittigs wel.’
Roos:
‘Ja, niet zoiets als raad je plaatje.’
Olga:
‘Of drie op een rij.’
Roos:
‘Vier zeker.’
Olga:
‘Oei.’
Gina:
‘Ik heb iets bedacht.’ (staat op en begint verschillende wierookstaafjes en geurkaarsjes aan te steken)
Louisa:
‘Iets nieuws, precies.’
Gina:
‘Iets nieuws. Iedereen schrijft 5 zinnetjes over haar leven op.’
Louisa:
‘Moet het waar zijn?
Gina:
‘Waar én niemand mag het al weten.’
Roos:
‘Dus ik mag niet schrijven: ik vrij met Gina?’
Gina:
‘Roos!’
Louisa:
‘Hoe dat wist ik toch niet. (iedereen kijkt naar haar) Toch niet zeker.’
Gina:
‘Dat hoef jij ook niet te weten! Dan gooien we met een dobbelsteen en als je één gooit moet je een kaartje trekken, 2 2 kaartjes.’
Olga:
‘We moeten dus 1 zinnetje per kaartje schrijven?’
Roos:
‘En die dan ergens in een kom of zo leggen?’
Gina:
‘Ja en ja, dan lees je het zinnetje voor. Als je weet over wie dit kaartje iets zegt en het is juist, dan krijg je één punt. Als je het niet weet, dan kun je het kaartje terug leggen, en krijg je geen punten. Maar als je gokt en het is fout dan mogen wij je iets laten doen.’
Olga:
‘Oh boy, ik geloof dat ik al wat hoofdpijn aan ’t krijgen ben.’
Gina:
‘Een liedje zingen, een verhaaltje vertellen, toneelstukje opvoeren. 10 punten wint.’
Louisa:
‘En wat krijgt die?’
Gina:
‘Van iedereen een zoen.’
Olga:
‘Ola, ola ik ben daar zuinig mee.’
Louisa:
‘Dat hoefde je niet meer op een kaartje te schrijven. Ik ga al kaartjes en pennen pakken.’
(Friedl op)
Roos:
‘Doe je mee Friedl?’
Friedl:
‘Nee liever niet. Ik ga naar huis, even slapen. Maar ik ben wel voor de vergadering terug.’
Gina:
‘Je kunt hier toch ook slapen.’
Friedl:
‘Ik wil d’er even uit.’
Roos:
‘Wees voorzichtig, Friedl. (Friedl af)
Olga:
‘Dat was ze beter eerder geweest.’
Gina:
‘Ach Olga.’
38
Olga:
‘Ik kan maar niet begrijpen dat zij over die grens is gegaan. Zij moet toch weten dat zij gevoelens oproept bij een cliënt die niet voor haar bestemd zijn. Bovendien gaat het om de behoeften van de cliënt niet om die van haar.’
Louisa:
‘Maar zij is toch ook maar een mens.’
Olga:
‘Natuurlijk, maar in haar therapie speelt zij een rol, een soort van professioneel masker, de persoonlijkheid van de therapeut ken jij niet als cliënt.’
Roos:
‘Ik heb het er ook moeilijk mee. Een therapeut moet sterk zijn, je cliënt is verward en zal het al vaak moeilijk hebben met grenzen. De psychiater moet je de zekerheid geven dat zij het onder controle heeft, begrijpt wat er gebeurt en kan ingrijpen.’
Olga:
‘En wat met die andere cliënten? En neem nu dat ze aan mij zouden vragen of ik het een goede psychiater vind.’
Gina:
‘Het is en blijft moeilijk, maar kunnen we dat tot vanavond laten?’
Louisa:
‘Ja spelletje’ (ze beginnen allemaal te schrijven)
(Andreas en Anna komen op)
Anna:
‘Wat zijn jullie allemaal ijverig.’
Louisa:
‘Ja we zijn een spelletje aan het spelen. Doen jullie mee?’
Andreas:
‘Wat moeten we dan doen?’
Roos:
‘Vijf zinnetjes over jezelf schrijven: één zinnetje per kaartje. Wij mogen die feiten nog niet weten en dan in de kom gooien.’
Andreas:
‘En dan’
Gina:
‘Dan gooien, zoveel kaartjes trekken als je gegooid hebt en dan raden van wie het kaartje komt.’
Anna:
‘Spannend.’ (zij beginnen ook te schrijven)
Roos:
‘Klaar.’
Louisa:
‘Zo snel?!’
Olga:
‘Oh ik heb ze nog alle vijf.’
Louisa:
‘Ik ook. (pauze) En ik moet er nog 3 schrijven!’
Anna:
‘ ’t Is wel spannend.’ (kaartjes in kom)
Louisa:
‘Ik weet niks nie meer.’
Andreas:
‘Allez dan maar.’ (kaartjes in kom)
Louisa:
‘Hou ze nog even bij.’
(de anderen schudden de kom en leggen alles klaar)
Louisa:
(uiteindelijk klaar) ‘Amaai, ‘k zal nog eens e spelletje spelen.’
Gina:
(roffelt de kaarten goed door elkaar) ‘Beginnen we alfabetisch?’
Andreas:
‘Oh’ (gooit drie)
Anna:
‘En als je een kaart van jezelf trekt?’
Gina:
‘Dan doe je maar alsof je het niet weet en gooi je het kaartje terug in de kom.’
Andreas:
‘Anaïs was het parfum van mijn eerste lief. (zucht diep)
De liefde van mijn leven heb ik in een zelfhulpgroep voor overlevenden leren kennen. Dat is Roos of Gina.
Ik ben Pipi Langkous. Louisa, foei.’
Louisa:
‘Ikk, hoe’
Gina:
‘ is dat je antwoord Andreas?’
Andreas:
‘Ja nr 3 is Louisa.’
Louisa:
‘Maar waarom ik? Ik heb toch geen sproeten, zeker!?’
Gina:
‘Louisa, heb je die kaart geschreven?’
Louisa:
‘Nee, begot, wel jammer dat ik er niet zelf op gekomen ben.’
Gina:
‘Oh, dat was dus fout. In de kom. Als straf’
39
Louisa:
‘Een liedje zingen.’
Andreas:
(denkt diep na) ‘Klein klein kleutertje’
Anna:
(gooit) ‘4.
Ik heb 3 ongelukkige relaties gehad.
Mijn beide ouders zijn omgekomen in een busongeluk.
Dan Brown is lesbisch.
Ik ben bijna getrouwd geweest met een homo.
Oh boy, deze 2 leg ik terug. Ik denk dat de ongelukkige relaties van Olga zijn.’
Olga:
‘Helaas wel ja.’
Gina:
‘Eén punt.’
Anna:
‘En Dan Brown…Louisa.’
Louisa:
‘Ikke weer! Waarom ik!’ (gespeeld verontwaardigd)
Gina:
‘Dat wordt straf.’
Louisa:
‘Ik ben het altijd geweest!’
Gina:
‘Als straf moet Anna…iemand een idee?’
Louisa:
‘Een puntje bij krijgen!
De anderen:
‘Wat!’
Louisa:
‘Ik wist echt niets meer.’
Gina:
‘2 punten. Nu ben ik het. 2.
Ik ben een keer ’s morgens naast een vrouw wakker geworden die ik niet kende.
Ik had bijna mijn huis niet kunnen kopen omdat de rechter de geldigheid van onze lesbische relatie betwistte. (probeert hun gezicht te lezen) Ik twijfel tussen Anna of Olga (kijkt iedereen aan) Anna.’
Anna:
‘Klopt.’
Gina:
‘Die andere leg ik terug.’
Louisa:
‘6. Mijn lesbische groottante is getrouwd met haar psychiater.
Ik heb bijna een lesbische boekhandel overgenomen.
Ik ben nog nooit naar bed geweest met een vrouw.
Ik heb een relatie gehad met een zwarte vrouw.
Ons Pipi is hier weer.
Ik ben verliefd op Andreas? Wist je dat Andreas? Wie is het Andreas?’
Geroezemoes over de laatste zin (Andreas wordt rood)
Louisa:
‘Relatie met een negerin. Olga?’
Olga:
‘Nee, helaas niet.’
Louisa:
‘Ben je wel zeker? Wie waren die twee anderen dan wel?’
Anna:
‘We zijn niet nieuwsgierig hoor, oh nee.’
Louisa:
‘De andere kaartjes leg ik terug.’
Gina:
‘De straf.’
Andreas:
‘Een goei fles wijn gaan halen, dan kunnen we al aperitieven.’
Louisa:
‘Allez.’ (Louisa af)
Olga:
‘2. Ik heb 2 fosterkinderen. Andreas.’ (Andreas knikt)
Gina:
‘1 punt.’
Olga:
‘In mijn studententijd heb ik samen met een vriendin gedaan alsof wij lesbisch waren. Roos?’
Roos:
‘Nee,nee.’
Gina:
‘Een liedje.’
Olga:
‘Zeg kwezelke wilde gij dansen’
40

ouw dozen: veertien rozen

Bedrijf 3
Scène 2
Zwembad
Friedl ligt te lezen
Ché (in badpak en badjas) komt op
Ché:
‘Ook gevlucht?’
Friedl:
(kijkt verschrikt op) ‘Wat?’
Ché:
‘Eén van deze dagen breken ze het kot nog eens af.’
Friedl:
‘Hm’ (blijft de hele dialoog in haar boek)
Ché:
‘Ze zoeken een ruimte voor lesbische kunst.’
Friedl:
‘Lesbische kunst’
Ché:
(wil Friedls aandacht, wil indruk maken) ‘Kunst doet de tijd stilstaan, creëert een ruimtedimensie die uniek is voor de toeschouwer.’
Friedl:
‘Interessant.’
Ché:
‘Je wordt in die ruimte gezogen en ontdekt wat er tussen jou en het kunstwerk ontstaat. Het kunstwerk gaat tot aan de grens van wat je kunt uitdrukken.’
Friedl:
‘Ja, grenzen…’
Ché:
‘En het pakt jou omdat jij body geeft aan dat wat er niet is!’
Fried:
‘Body geven.’
Ché:
‘Het bestaat alleen maar tussen jou en het kunstwerk. Als je uit die ruimte stapt, voel je je verdwaald, eenzaam, precies alsof je een stuk van jezelf verloren hebt.’
Friedl:
‘jezelf verloren.’
Ché:
‘Het doet pijn en je begrijpt het niet, je wil dat stuk terugvinden maar je weet niet wat het is.’
Friedl:
‘stuk terugvinden.’
Ché:
‘Dat is wel een heel interessant boek.’
Friedl:
‘Oh heb je het ook gelezen’
Ché:
‘Nee.’ (stilte)
Friedl:
‘Oh ik dacht’ (legt het boek eindelijk weg)
Ché:
(leest de titel) ‘Sushi voor beginners (pauze) vakliteratuur?’
Friedl:
‘Ja voor mij wel.’
Ché:
‘Voor jou wel?’
Friedl:
‘Ché, het behoort tot de chick lit Bridget Jones achterna.’
Ché:
‘Wat heeft dat met’
Friedl:
‘De centrale vraag in die romans is: wat moet ik nog kunnen en doen opdat ik mijn leven zeker verknal?’
Ché:
‘Maar Friedl’
Friedl:
‘Ik ben geslaagd!’
Ché:
‘Ah’
Friedl:
‘Ik ben ook nog geschorst door de orde van geneesheren.’
Ché:
‘Het loopt wel los.’ (geruststellend)
Friedl:
‘Zegt dat wel.’
(Andreas en Anna komen op, aarzelen en gaan dan zwemmen. Zij kijken elkaar regelmatig aan)
Ché:
‘Friedl’
Friedl:
‘Ché’
Ché:
‘Waarom ben je op haar avances’
Friedl:
‘Als ik dat eens wist’
Ché:
‘Als je d’erover wilt praten’
Friedl:
‘Nee (zeer kortaf) Ik ga maar eens naar Vence dat werk van Niki de Saint Phalle
31
kopen. Zo te zien ga ik toch heel veel tijd krijgen om dat …onbekende stukje in mij te ontdekken.’ (Friedl af, Ché blijft stomverbaasd, besluit dan te gaan zwemmen. Even zwemmen ze alledrie. Blik van Andreas naar Anna en ze gaan er allebei uit.)
Andreas:
‘Ik voel mij schuldig.’
Anna:
‘Ja, ik ook.’
Andreas:
‘Jij ook?’ (pakt Anna’s hand)
Anna:
‘Wat ga ik de kinderen vertellen?’
Andreas:
‘Hoe oud zijn ze?’
Anna:
‘Simonelle 48 en ons Germaine wordt binnenkort 45.’
Andreas:
‘Nog te klein om het te begrijpen, dus.’
Anna:
‘Ik wel ja… Irma was en is heel sterk aanwezig in ons gezin. Het middelpunt, ken je dat? En wij draaien daar rond.’
Andreas:
‘Zij houdt jullie bij elkaar.’
Anna:
‘Wij zijn bijna eens uit elkaar gegaan.’
Andreas:
‘Jij en Irma?’
Anna:
‘Ja, Irma en ik, we waren toen al zo’n 5 jaar samen.’
Andreas:
‘Het perfecte koppel?’
Anna:
‘Exactement: het perfecte koppel.’
Andreas:
‘Je bedoelt jullie waren niet’
Anna:
‘Toch wel We waren het perfecte koppel en dat was het probleem. Perfectie is hét masker voor lesbische koppels. We speelden allebei dezelfde rol: de perfecte partner.’
Andreas:
‘En toen?’
Anna:
‘Ruzie, ruzie. En nog eens ruzie. Eerst over wie de echte perfecte was, toen over waarom de andere de rol niet meer wou spelen. En toen was het stil, naar elkaar kijken, niet weten wat te zeggen.’
Andreas:
‘Rol kwijt…leven terug?’
Anna:
‘Dát heeft wel een tijdje geduurd. Ik herinner me dat we allebei woest waren: de ander had gelogen. Ken je dat.’
Andreas:
‘Ik geloof niet dat ik zo ver geraakt ben.’
Anna:
‘Irma is toen filosofie gaan studeren en ik ben opnieuw gaan optreden.’
Andreas:
‘En de kinderen’
Anna:
‘We hebben het hen nooit verteld. Ik denk trouwens dat ik het ook niet uit kon leggen. Maar als ik nu terugkijk dan vermoed ik dat zij het misschien beter begrepen hebben dan wij.’
Andreas:
‘Mm, ze hebben nog geen denkkaders.’
Anna:
‘Een vrijheid die wij misten, Irma en ik. Maar zij hebben ons de weg gewezen, ieder op haar manier. Ons Simone heeft criminologie gestudeerd en Germaine, tja, dat weet je hé? Dat is een beeldhouwster.’
Andreas:
‘Jekyll en Hyde. En jullie zijn er door gekomen?’
Anna:
‘Irma was ongeveer mijn eerste lief. Ik was 35 toen ik haar leerde kennen. Op een vernisage. Ik zong daar een paar liedjes. Irma behoorde tot het luidruchtigste groepje en zij was de gangmaker.’
Andreas:
‘En je viel daarvoor?’
Anna:
‘Viel daar voor!? Die madammen hingen mij de keel uit. Schandalig vond ik het. Cultuurbarbaren, ja. Ik minachtte ze.’
Andreas:
‘Foei Anna.’
Anna:
‘Ik weet het, ik weet het.’
Andreas:
‘Dan ben je in volle kolère gaan zeggen dat ze zich moesten gedragen.’
32
Anna:
‘Nee gij, geen haar op mijn hoofd zou daaraan denken. Ik ging de schilderijen bekijken.’
Andreas:
‘En die hingen achter haar.’
Anna:
(lacht) ‘Er was één schilderij dat mij enorm fascineerde: een man in potlood, niet ingekleurd, de vrouw was wel volledig ingekleurd en rondom hen allemaal ogen.’
Andreas:
‘Amai je hebt een goed geheugen.’
Anna:
‘Ja, het hangt op in mijn kamer.’
Andreas:
‘Dan moet ik eens komen kijken.’
Anna:
(bloost) ‘De volgende dag lag er een eigendomsbewijs van dat schilderij in de bus met de vraag of ik het wou laten hangen tot het einde van de tentoonstelling.’
Andreas:
‘En je wist onmiddellijk dat’
Anna:
‘Irma het gekocht had? Nee, ik had geen idee, geen flauw idee. Ik heb die brief langer dan een week op mijn nachtkastje laten liggen. Toen ben ik naar de galerij gestapt en die hadden 14 rozen voor mij in een prachtige vaas staan. Iedere dag had een mevrouw telkens een verse roos met kaartje gebracht. De vaas mocht ik niet meenemen, zeiden ze. Wel jammer want dat was een kunstwerk op zich: terracotta met prehistorische tekeningen erin.’
Andreas:
‘Ook op je kamer, zeker?’
Anna:
(knikt) ‘Met ne kop zo rood als die rozen, ben ik naar buiten gegaan.’
Andreas:
‘Waarom. Die galerijhouders zullen eerder jaloers geweest zijn dan iets anders.’
Anna:
‘Vooral nieuwsgierig ja.’
Andreas:
‘Hoe zou je zelf zijn?’
Anna:
‘ Met knikkende knieën en misselijk ben ik het eerste, het beste café binnengegaan en ik heb me daar ne dubbele whisky laten inschenken. Ik heb die heel langzaam opgedronken. Ik zou de rozen en de hele santeboetiek daar laten liggen. Een whisky later vond ik dat ik ze toch eerst kon rangschikken en de kaartjes kon lezen. Lunch om 1 in Chez Lucien? Bibliotheek van Hasselt om 16u00? Kinderboerderij Kiewit tussen 14u00 en 16u00? Spaghetti in Schoolstraat 3 om 17u00? Film om 10u30, Kinepolis? Wandelen Hoeselt Kerk 14u00? De veertiende roos: wijntje in het vrouwencafé 22u00? Mijn vaas was vol. We zijn beginnen babbelen en niet meer gestopt.’’
Andreas:
‘Over rozen?’
Anna:
‘Vooral over klaprozen, Irma was er gek op. Hun kwetsbaarheid en hun karakter zo frêle in de open natuur. Zo zuiver, uren praatte ze erover. Op onze wandelingen bleef ze er altijd vol ontroering bij staan. Ontembaar waren ze.’
Andreas:
‘En als je ze plukt, dan verwelken ze meteen…Ze durfde wel, jouw Irma.’
Anna:
‘Oh Irma durfde alles, groot lawaai, koekenbroden hartje; flapuit en tegelijkertijd kon ze zo diep nadenken. Ik zei soms ‘Schatje je bent de Cousteau van de denkers.’’
Andreas:
‘Zo kunnen we er wel een paar gebruiken.’
Anna:
‘Ja, mijn Irma (slikt) 17 jaar: de gelukkigste jaren van mijn leven, maar ook de diepste pijn. De meisjes waren nog aan ’t studeren. Germaine lijkt het meeste op haar en haar zoontje Torn met al zijn vragen.’
Andreas:
‘Vreemde wereld. Als ik jou zo hoor vertellen dan leeft jouw Irma nog, terwijl Angèle nog maar een schim is. Ik ga haar bezoeken en ik ken haar niet meer…Ik vraag me af of ze nog weet wie ik ben. Zij vertelt altijd hetzelfde, oppervlakkige dingen, over vroeger en altijd maar die zoekende ogen…Ik luister. Ik geloof niet dat ze iets weet of wil weten over mijn leven nu.’
Anna:
‘En zelf begin je er niet over.’
Andreas:
‘Soms probeer ik, maar ik zie dan dat ze begint rond te kijken en tja het zal ook
33
wel te pijnlijk voor haar zijn.’
Anna:
‘En voor jou’
Andreas:
‘Waarschijnlijk.’
Ché komt uit het water
Ché:
‘Sorry dames, maar ik kon niet langer zwemmen.’
Andreas:
‘Ik vond al dat je zoveel lengtes deed.’
Anna:
‘Hier drink maar wat thee voor je flauwvalt.’
Ché:
‘Maar ik wil niet storen.’
Andreas:
‘Gaat het eigenlijk wel goed met je, Ché?’
Ché:
‘Oh wat is goed?’
Anna:
‘Precies mijn Irma.’
Ché:
‘Een vraag, Andreas, wat betekent het wanneer je zegt dat het goed met je gaat?’
Andreas:
‘Raar dat wij niet weten wat de betekenis is van één van de meest gestelde vragen.’
Ché:
‘Komaan Andreas, de meeste mensen willen geen echt antwoord, dus hoeven ze het niet te weten. Weet jij het trouwens?’
Andreas:
‘Dat je leeft volgens je geweten.’
Anna:
‘En je hart. Dat je voelt dat je om mensen geeft en zij om jou.’
Andreas:
‘Dat je geweten en je hart hetzelfde willen.’
Anna:
‘Verleden niet belangrijker dan heden. Leven in het nu zonder je verleden te vergeten, dat lijkt mij misschien ook belangrijk.’
Ché:
‘En wat als je verleden ineens het heden overschaduwt en zelfs de toekomst afblokt?’
Anna:
‘Het verleden heeft die macht ja. Ik denk dat ik zo de laatste 10-15 jaar geleefd heb, zonder het te weten.’
Ché:
‘Ik had gehoopt dat ik nooit meer naar die affaire moest teruggaan.’
Anna:
‘Welke affaire?’
Ché:
‘Iets wat ik gedaan heb toen ik 17 jaar was.’
Andreas:
‘We zullen wel allemaal iets gedaan hebben op ons 17de waarover we nu niet zo trots meer zijn, zeker.’
Ché:
‘Maar ik heb iets verschrikkelijks gedaan, met verschrikkelijke gevolgen.’
Andreas:
‘En dat maakt je nu kapot?’
Ché:
‘Het laat me niet meer los.’
Anna:
‘En waarom nu, weet je dat al?’
Ché:
‘Het is allemaal zo absurd.’
Andreas:
‘Absurd, heb ik geleerd, beste Ché, is het masker van de buitenstaander voor een waardevolle innerlijke realiteit. Het is absurd dat twee jonge vrouwen ontdekken dat ze voor elkaar vallen op een weekend met hun 2 verloofden en toch besluiten om met die mannen te trouwen en bij hen te blijven. Maar is het nog absurd als je weet dat één van de vrouwen de pijn van haar vader gezien heeft die door haar moeder verlaten was? Is het nog absurd als je weet dat de andere verloofde zijn moeder op z’n negende al verloren had. Absurd bestaat alleen maar in de blik van de buitenstaander, Cheke.’
Ché:
‘Als ik het aan jullie vertel’
Anna:
‘Dan blijft het onder ons. Maar je hoeft het niet te vertellen,Ché. Je mag het.’
Ché:
‘Ik was 17, had een absolute hekel aan verhandelingen schrijven. En ik moest dat om de haverklap doen, dan in het Nederlands, dan in het Engels, dan in het Frans. Ik haatte het.’
Andreas:
‘En dus heb je ze door iemand anders laten schrijven.’
Ché:
‘Mijn juf Frans.’
34
Anna:
‘Jouw juf Frans?!’
Ché:
‘Er werd gefluisterd dat ze lesbisch was enneu.’
Andreas en Anna zwijgen.
Ché:
(schraapt haar keel) ‘Ik heb gewoon geprobeerd…ik vind het vreselijk.’
Andreas:
‘Je hebt haar proberen te versieren.’
Ché:
‘Ja, ik wist heel goed wat ik aan ’t doen was, ik vond het spannend maar toen het lukte, enfin.’
Anna:
‘Toen begon je je te vervelen.’
Ché:
‘Zoiets ja, zij was echter wel verliefd op mij.’
Andreas:
‘En wou dus vanalles voor je doen.’
Ché:
‘Ja.’
Anna:
‘En dus schreef ze’
Ché:
‘Ja’
Andreas:
‘Dan moest ze zichzelf verbeteren.’
Ché:
‘Ja’
Anna:
‘Maar dat was niet het verschrikkelijke.’
Ché:
‘Nee (stilte) op een gegeven ogenblik wou ze de relatie verbreken.’
Andreas:
‘Wat jou op de een of andere manier geen goed deed.’
Ché:
‘Nee, ik kon het niet verdragen.’
Anna:
‘Je was misschien wel verliefd op haar.’
Ché:
‘Ik weet het niet. Ik was aan haar gehecht, was graag bij haar, vond het heerlijk om bij haar te kunnen wegkruipen. Wij babbelden ook veel.’
Andreas:
‘Maar het vrijen was geen succes.’
Ché:
‘Oh jawel. Zij was heel vurig.’
Anna:
‘Ik geloof dat ik niet meer kan volgen.’
Andreas:
‘Hm voor mij is het ook te moeilijk.’
Ché:
‘Ik denk dat we nooit op hetzelfde moment op elkaar verliefd waren.’
Andreas
&Anna:
‘Ja?’
Ché:
‘We maakten heel veel ruzie. Op een bepaald moment zei ze dat het nu echt gedaan was. Uit. Fini. En ik gilde dat ik onmiddellijk naar de directie zou stappen.’
Andreas
&Anna:
‘Oh nee Ché’
Ché:
‘Ik weet het. Ik was zo woest, ik moest haar kwetsen.’
Andreas:
‘Maar je hebt het toch niet gedaan?’
Ché:
‘Oh???? nee.’
Anna:
‘Oef want dat is echt’
Ché:
‘Ze was er de volgende dag niet. We kregen studie. Niemand zei iets. De dag erna voor we naar de klassen gingen vertelde de directie ons dat mevrouw Tibo een auto-ongeluk had gehad.’ (begint te wenen)
Anna:
‘Afschuwelijk.’
Ché:
‘Ze was in het kanaal gereden.’
Andreas:
‘De politie stond voor een raadsel.’
Ché:
‘Er waren geen getuigen.’
Anna:
‘En toen?’
Ché:
‘Ik ben naar de begrafenis gegaan, heb geluisterd naar wat voor een liefdevolle dochter, meter, tante ze was, hoeveel ze voor de school deed, altijd klaar stond voor haar leerlingen, reizen organiseerde en de vriendenclub leidde.’
Andreas:
‘Heb je het ooit’
Ché:
‘Aan iemand verteld? Niemand wist dat ze lesbisch was. Ik was haar eerste lief.’
35
Anna:
‘Waarom’
Ché:
‘Ik meende het niet. Duizend keer heb ik die ruzie herhaald.’
Andreas:
‘Maar daardoor komt ze niet terug.’
Ché:
‘Nee,…, ik heb na Marguerite nooit meer een relatie gehad en ik verdien er ook geen meer.’
Andreas
&Anna:
‘Hoe kon je…haatte je haar?’
Ché:
‘Nee, absoluut niet, zij was een hele lieve, dynamische, creatieve lesgever.’
Andreas:
‘En hoe komt het dat dat nu’
Ché:
‘Friedl’
Anna:
‘Ben je’
Ché:
‘Nee dat zal ook niet meer gebeuren.’
Andreas:
‘Wat is er dan met Friedl?’
Ché:
‘Ik had Marguerite moeten bellen. Onmiddellijk moeten zeggen dat ik dat nooit zou doen. Maar ik was koppig en…te trots. Nu zou ik aan jullie willen vragen om menselijk naar Friedl te zijn. Ik heb geprobeerd om het aan Friedl te vertellen, maar ik kan het niet. Ja ze is uit haar rol gevallen. Ja ze heeft de grenzen niet gerespecteerd. Ja dat is nefast voor de client. Maar misschien was ook zij eenzaam en een gemakkelijke prooi.’
Anna:
‘We weten er natuurlijk het fijne niet van.’
Ché:
‘Precies. Alleen Friedl en Ly weten dat. Ik vraag alleen maar om haar nog een kans te geven. Friedl leeft voor dit project en zij…’
Andreas:
‘Werkt keihard.’
Anna:
‘Ik voel ook dat zij het allerbeste voor ons wil.’
Ché:
‘Zij heeft een fout gemaakt maar dat weet zij ook.’
Andreas:
‘Allez daar zijn we weer: fout fout fout.’
Anna:
‘Irma zei altijd: perfectie heeft geen geschiedenis dus ook geen toekomst.’
Andreas:
‘Ik zal voor haar pleiten, maar jij Ché, jij moet rusten.’
Anna:
‘En misschien jezelf ook eens vergeven, eens kijken wat je daarvoor moet doen.’
Ché:
‘Ik geloof niet dat dit nog voor dit leven is.’
36

ouw dozen: zaklamp

Bedrijf 3
Scène I
Kelder
Louisa:
‘Joehoe’
(Anna, Andreas en Roos schijnen vanuit verschillende hoeken met hun zaklantaarn naar de joehoespot. De zaklantaarns beschijnen telkens de sprekers.)
Anna:
‘Wie is daar?’
Louisa:
‘Lou-i-sa’
Andreas:
‘Wie is daar?’ (alsof de vraag aan Anna gesteld wordt) (komt naar Anna)
Louisa:
‘Den decorateur-general.’
Roos:
‘Wie is er?’ (wandelt ook naar Anna)
Gina:
‘Louisa en ik, Krimmeke. We kunnen het licht niet vinden.’
Roos:
‘Dat is ook niet te vinden, want er is geen.’
Gina:
‘En hoe…’
Roos:
‘We hebben zaklampen gelegd op het kastje van de spiegel, zie je ze?’
Gina:
‘Ah ja.’(Gina en Louisa komen voorzichtig naar beneden)
Gina:
‘Ik haat trappen.’
Louisa:
‘Spijtig dat de lift ook niet naar de kelder gaat.’
(Louisa en Gina op, de drie zaklantaarns schijnen naar hen, één zaklantaarn verdwijnt)
Louisa:
‘Ik pleit onschuldig.’
Gina:
‘Ik ook, meneer de juge, ook al moet ik zeggen dat ge hier in een stinkend, muf, vochtig akelig kot zit.’
Anna:
‘En ’t ritselt hier ook iets te veel naar mijn goesting.’
Roos:
‘Hier is totaal geen licht, geen enkel raam, ik kan hier niet lang blijven.’
Gina:
‘Ik vind het hier ook maar akelig, kil, vochtig.’
Andreas:
(zaklantaarn gaat opnieuw aan) ‘Ik heb nog eens rondgewandeld. Ik zie toch een aantal mogelijkheden, maar we zullen eerst aan Tatjana moeten vragen of zij en haar ploeg dit willen schoonmaken. Ik geloof dat ik vol spinnenwebben hang.’
Anna:
‘Ook dat nog?’
Louisa:
‘Mogelijkheden waarvoor?’
Anna:
‘Voor de artistieke ruimte.’
Louisa:
‘Of voor de omatijd.’(eerder een suggestie dan een vraag)
Roos:
‘Goh daar moeten we ook nog een ruimte voor vinden.’
Andreas:
‘Waarom zou dat moeten?’
Louisa:
‘Hoezo waarom zou dat moeten? Je hebt een speelkamer nodig met meubeltjes op hun maat en roze poppemiekes en playstations en’
Andreas:
‘Dat wil ik niet.’
Louisa:
‘Gij niet, maar die kindjes wel.’
Andreas:
‘Ik laat ze toe in mijn wereld. Ik denk dat kinderen dat nog het liefst van al willen: je laat hen meeleven in jouw leven en zij laten jou meeleven in hun wereld, niet door al dat namaakspul maar door verhaaltjes en samen dingen te doen.’
Louisa:
‘Nooit kinderen van dichtbij gezien zeker.’
Andreas:
‘Helaas niet.’
Anna:
(sust) ‘Dames, mijn kinderen en kleinkinderen wilden ze alletwee: veel aandacht, samen dingen doen en al eens een cadeautje.’ (genietend) ‘De favorieten zijn altijd samen iets koken of bakken: zowel de jongens als de meisjes deden dat graag, of hen een filmpje laten huren en er dan samen naar kijken. Veel nieuwe films gezien, moet ik zeggen. Of petanquen, daar hebben we ons ook mee
27
geamuseerd. (zucht) Heerlijke uren.’
Gina:
(kucht) (zij is tijdens het debat over omatijd naar Roos gelopen en heeft zich tegen haar aangedrukt omdat ze het koud heeft) ‘Beste oma’s, ik vind dit wel heel interessant maar…’
Anna:
‘Ja we wijken af.’
Olga:
(op) ‘Ik kan Friedl en Ché niet vinden, bah dat is hier akelig.’
Roos:
‘Akelig: ik vind het hier verschrikkelijk.’
Olga
‘Hm doodskist.’
Andreas:
(grijpt snel in) ‘Het blijft natuurlijk niet zo.’
Louisa:
(lamp onder haar kin) ‘We gaan herrijzen.’
Andreas:
‘Er moeten natuurlijk een paar ramen in.’
Louisa:
‘Natuurlijk want dan kunnen we naar wormen en de bloemenworteltjes kijken.’
Roos:
‘Dan zou ik de zieke worteltjes al dadelijk’
Gina:
‘hun leven kunnen laten leiden. De oorlog is voorbij Krimmeke, laat de plantjes hun wortels en vooral (geeft haar een kus) wij ons leven.’
Roos:
(trekt haar wat dichterbij) ‘Ja Florreke, waar zou ik toch zijn zonder jou’
Louisa:
‘Onder de grond misschien…’
Olga:
‘Ik val toch dood van jouw…’(stampt en bijt op haar lip)
Gina:
‘De dood, daar denken we nu precies allemaal aan…deze ruimte.’
Andreas:
‘Natuurlijk maar ik heb altijd gezegd tegen de mensen voor ze gingen verbouwen, voel de ruimte, wandel eens rond, kijk naar de omgeving.’
Anna:
(legt haar hand op Andreas’ arm) ‘Andreas, ik begrijp’
Andreas:
‘We hebben hier 4 grote kamers naast deze ontvangstruimte, dat zou…we kunnen toch even gaan zien?’
Anna:
‘Andreas’
Andreas:
‘Nee dus’
Anna:
‘Raiders of the lost Ark. Dat heb ik eens moeten meekijken eu enfin voor geen geld…’
Louisa:
(venijnig) ‘Wou je toen meespelen. En jullie Florreke en Krimmeke.’
Gina &Roos:
(tegelijkertijd) ‘Ee, ee dat kan niet, Louisa.’
Louisa:
(handen omhoog) ‘Wat heb ik nu weer gedaan?’
Roos:
‘Alleen wij kennen een Florreke en Krimmeke.’
Gina:
‘Ja ??? onze wereld’
Louisa:
(zucht) ‘Moeilijke mensen. Het is mijn indruk dat hier eigenlijk niemand echt voorstander is van Andreas’ idee (vanaf hier naar Olga) met respect voor al haar expertise natuurlijk. Of…’
Roos:
‘Hm ik wil hier eigenlijk zo snel mogelijk weg…’
Allen:
‘Ik ook.’
Andreas:
‘Ok (iedereen gaat zo snel als ze kan naar de trap) dan is het…(niemand luistert nog) goed zeker…(iedereen weg, Andreas af)
Volgende scène onmiddellijk nadat Andreas licht heeft uitgedaan. De dames kloppen hun kleren af. Ze staan allemaal tussen de spiegel en de lift.
Louisa:
‘Wat als we eens naar de zolder gaan kijken?’
Gina:
‘Geen kopje koffie?’
Olga:
‘Ik heb daar wel zin in’
Roos:
‘Hm ik ook… maar ik vind de zolder wel een goed idee.’
Anna:
‘Ik wil ook.’
Andreas:
‘Naar de zolder. Dit is inderdaad wel een goed idee, Louisa.’
Louisa:
(drukt op de liftknop) ‘Zal ik al gaan kijken terwijl jullie’
28
De anderen:
‘Nee, dan gaan we nu maar allemaal.’
Gina:
(de lift pingt) ‘Allez nu naar de hemel.’
Louisa:
‘Oei moeten we dan niet eu’
Olga:
(snijdend) ‘Biechten’
Roos:
‘Dan doen we dat maar op zolder.’
Anna:
‘Ik wacht wel.’
Andreas:
(al lachend) ‘Begin al maar, Louisa.’
(de liftdeur gaat dicht en Anna en Andreas staan in alle stilte voor de liftdeur) (Ping en gelach en gestommel van de anderen boven)
Louisa:
‘Joehoe?’
Andreas:
‘Ja Louisa.’
Louisa:
‘We hebben geen sleutel, we geraken niet binnen.’
Anna:
‘Och’ (en haalt de sleutel uit het kastje naast de deur)
Anna en Andreas in de lift
Anna doet de deur open en doet het licht aan: één peertje.
Gina:
‘Een stinkend, vochtig, muf akelig kot.’
Louisa:
‘Een héél verschil.’
Gina:
‘Kil, stil, dreigend.’
Roos:
‘Geen ramen.’
Een duif fladdert weg, Olga slaakt een gil.
Louisa:
‘’t Is maar een duifje.’
Olga:
‘Ik had ze niet gezien.’
Roos:
‘Dat zal wel. Andreas, kan ik hier ne stap zetten of zak ik dan door het plafond? (stilte) Andreas?’
Andreas:
‘Wat?’ (met gedachten ergens anders)
Roos:
‘Kunnen we hier rondlopen zonder met ons klikken en klakken naar beneden te donderen?’
Andreas:
‘Als we op de balken blijven.’
Gina:
‘De balken?! Kunnen we niet beter rondschijnen (stilte) Andreas?’
Andreas:
‘Rondschijnen, ja, dat kunnen we.’
Roos:
‘Andreas gaat het wel?’
(iedereen rond Andreas)
Andreas:
‘Ik…ik…’
Anna:
(In paniek en kwaad) ‘Verdomme, er is hier nergens een stoel.’
Andreas:
‘Laat maar.’
Anna:
‘Waar zijn we toch mee bezig?’
Andreas:
‘Het gaat al beter.’
Anna:
‘We zijn geen twintigers meer.’
Andreas:
‘Anna’
Anna stopt
Andreas:
‘Ik moest aan Angèle denken.’
Gina:
‘Dat drankorgel dat jou geen kans geeft om een eigen leven te leiden.’
Andreas:
‘Ik ben haar enige lichtpuntje.’
Louisa:
‘Dan moeten we haar dringend een paar zaklampen kopen.’
Olga:
‘Die van mij krijgt ze.’
Roos:
(verbazing) ‘Olga’
Andreas:
‘Eeuwige trouw…dat heb ik haar beloofd.’
Gina:
(verbazing) ‘Maar Andreas je…’
Andreas:
‘Ja, ik weet het.’
29
Olga:
‘Zij moet haar zelfmedelijden loslaten.’
Andreas:
‘Incest, baas die haar voortdurend getreiterd heeft, ex die met haar geld ervandoor gegaan is…en dat zijn nog maar de hoogtepunten, Olga.’
Roos:
‘Toch ga ik haar mijn zaklamp ook geven, Andreas.’
Andreas:
(verbazing) ‘Jij?’
Roos:
‘Ja, ik. (kijkt liefdevol naar Gina) Het kan niet eeuwig oorlog blijven.’
Gina:
(liefdevol) ‘Mijn oudstrijderke.’
Anna:
‘Misschien zou een kopje koffie’
Olga:
‘Goed idee, ik ga al.’ (geeft zaklamp aan Andreas)
Louisa:
‘Ik help wel.’ (geeft zaklamp aan Andreas)
Roos&
Gina:
‘Tijd om aan jezelf te denken, Andreas.’ (zaklampen)
Anna:
(knippert met haar zaklamp een paar keer)(zucht) ‘Het is moeilijk.’ (geeft zaklamp ook af.)
30

ouw dozen: hoezovogel

Bedrijf 2
Scène III
Louisa:
(grinnikt) ‘Kaarten, alsof ik niets beters te doen heb.’
Louisa is een liefdesromannetje aan het lezen en Gina komt binnen en gaat besluiteloos op de rand van het zwembad zitten, naast Louisa ligt nog een stapeltje romans.
Louisa:
(kreunend en zuchtend, ironisch) ‘Oh zo schoon.’ (gooit het gelezen romannetje aan de ene kant en pakt een nieuwe van de stapel) ‘Eens zien wie we hier hebben.’
Gina:
(grinnikend) ‘Ik verslind ze ook.’
Louisa:
‘Kwamen ze mij maar eens verslinden.’ (met veel verlangen in haar stem)
Gina=
‘Ik kijk altijd op welke blz. ik precies weet wie op wie verliefd wordt en wie het daar moeilijk mee gaat hebben. Wie hetero blijft, wie lesbisch is en wie het gaat worden.’
Louisa:
‘én’
Gina:
‘Eén keer heb ik zelfs tot pag. 12 moeten lezen!’
Beiden lachen.
Louisa:
‘Ik wou dat ik ooit eens zo’n hoofdrol mocht meespelen.’
Gina:
‘In een toneelstuk of zo?’
Louisa:
‘Nee nee daar ben ik veel te verlegen voor.’
Gina:
‘Jij verlegen?’
Louisa:
‘Absoluut. Nee, in het echt. Ik ben dan de goddelijk ongenaakbare gaste in een wellnesscenter en zij is de eigenares.’
Gina:
‘Dan ga je haar wel niet zien.’
Louisa:
‘Tuttut deze eigenares, hoewel héél rijk, houdt er van om haar klanten te masseren.’
Gina:
‘En jij neemt zoveel massages dat je bijna een vijg bent zeker.’
Louisa:
‘Nee’ (verontwaardigd) ‘Ik gun haar geen blik en zij heeft mij (heel nadrukkelijk) om één of andere mysterieuze reden, nog nooit gemasseerd.’
Gina:
(leeft zich helemaal in) ‘Zij haat lesbo’s’
Louisa:
(theatraal) ‘en dan ineens is er een blik’
Gina:
‘Die van de bliksemschicht of van de donderwolk?’
Louisa:
‘De bliksem en dan is er de smachtende blik en vervolgens een veelbetekenende.’
Gina:
‘Eu dat moet andersom zijn (Louisa kijkt) eerst veelbetekenend en dan eu weet je wel.’
Louisa:
‘Is dat zo?’
Gina:
‘Da’s zeker dadde: eerst begrijpen dat je hetzelfde wil en dan kun je beginnen (theatraal) smachten.’
Louisa:
(herneemt) ‘Eerst is er die blik die ik haar geef en die als een bliksemschicht door haar heen jaagt. Plots lijkt het alsof zij nog maar één klant heeft en dat niets belangrijker is dan die volgende blik van mij. Ik, daarentegen, laat mijn gezicht masseren met een komkommercrème en drink mijn groene thee (hand met uitstekende pink). Zij begint haar personeel uit te vragen maar ik ben, zeggen ze, een zwijgzaam type.’
Gina:
‘Jij!? Een verborgen trekje, zeker.’ (plagerig)
Louisa:
‘Zij weten wél allemaal dat ik zachtaardig, vriendelijk, gul ben én ze hebben allemaal de indruk dat (heel theatraal) er een groot verdriet in mij verborgen zit.’
Gina:
‘Olé daar gaat de hele potterie, als dominoblokjes: tjak, tjak een groot verdriet, tjak’ (doet met haar hand de vallende steentjes na)
Louisa:
‘Zij checkt mijn schema en zorgt ervoor dat ze mijn volgende massage kan doen.’
Gina:
‘Met haar speciale gave om het verdriet los te masseren zeker.’
22
Louisa:
‘Helaas, het lot is genadeloos, ik moet weg voor een eu spoedvergadering. Met lede ogen ziet ze mij in mijn Alfa Spark stappen.’
Gina:
‘Oei, we moeten nog turnen.’
Louisa:
‘Zij bewondert mijn lenigheid.’
Gina:
‘Arme auto.’
Louisa:
‘Ik kom terug, zie haar veelbetekenende blik, de massage, de smachtende (vanaf hier terug normaal) en dan groot feest en iedereen zei dat we voor elkaar geboren waren.’
Gina:
‘Oh (doet alsof ze een traan wegpinkt) zóó realistisch.’
Louisa:
‘Ja en ze leefden nog lang en gelukkig.’
Gina:
‘En zij wist al dat ze lesbisch was?’
Louisa:
(macho) ‘Na mij wel, ja.’
Gina:
(schudt hoofd al lachend) ‘Enneu jij had dat al eu gevoeld zeker.’
Louisa:
‘Ons zesde zintuig, Ginake.’ (sluit zich wat af)
Gina:
‘Ja, dat fameuze zesde zintuig. Dat hebben die vrouwen in die boekjes precies allemaal. Zien een vrouw, weten dadelijk dat ze lesbisch is, én wat ik nog straffer vind, is dat ze ook dadelijk weten of het de enige echte is.’
Louisa:
‘Ja…zo had ik het me ook voorgesteld, toen uiteindelijk mijn frank was gevallen dat ik op vrouwen viel.’
Gina:
‘Ja, die van mij is ook lang blijven hangen.’
Louisa:
‘Oh, ik was een echte oen.’
Gina:
‘Allez Louisa, in onze tijd was da allemaal niet zo gemakkelijk.’
Louisa:
‘Ik was een oen die leefde als een kip zonder kop, Gina.’
Gina:
(aarzelend) ‘Ik geloof dat ik dat diersoort ken, Louisa.’
Louisa:
‘Nen hoezovogel zullen we maar zeggen.’
Gina:
‘Hoezovogel?’
Louisa:
‘Ja, eentje die af en toe boven water komt en dan niet begrijpt waar zij in terechtgekomen is.’
Gina:
‘En geldt dat ook voor jou?’ (ongelovig)
Louisa:
‘Mijn hele leven al.’
Gina:
‘Jij jouw hele leven, ik mijn halve leven.’
Louisa:
‘Ik was getrouwd voor ik het wist. Ik trok nog juist mijn kanten voileke recht en toen zei meneer pastoor al ‘dan bent u nu man en vrouw.’
Gina:
‘Da’s wel heel snel.’
Louisa:
‘Ja. (sarcastisch) En dat is één: hoezo getrouwd (eerste vinger hand) en (met handen dikke buik vormend) bump bump tegen alles want mijn hoofd was ik maar zo (platte buik tonend) en dat is 2: (2 op haar vingers) hoezo zwanger? Ineens had ik 2 kinderen en ik was nog geen eens een moeder. (3 op haar vingers) En dit is drie: hoezo moeder? Die kinderen keken naar mij en ik naar hen. Ik wist niet wat ik moest doen, dus keek ik maar hoe andere vrouwen dat deden en ik las de Libelle. Moeder gevraagd: vrouw en kinderen overbodig.’
Gina:
‘Vrouw gevraagd: man overbodig?’
Louisa:
‘Ook dat ja, maar daar had ik geen flauw idee van. Mijn hele familie vond dat ik het goed deed, mijn huis was spik en span, alles in verschillende wit-tinten. Als de zon scheen, riskeerde je sneeuwblindheid.’
Gina:
‘Bewoners gevraagd: lichamen overbodig.’
Louisa:
‘Mm. Jan en ik werkten ons te pletter voor de zaak. Een goudmijn. Maar ons huwelijk…eerder een steenkoolmijn.’
Gina:
‘Steenkoolmijn?’
Louisa:
‘Fossiel en als brandstof voorbijgestreefd. Alleen de zaak telde…dat was ook het
23
enige waarover we praatten. De zaak…we stonden ermee op en gingen ermee slapen. De papieren deden we in de parelmoeren slaapkamer.’
Gina:
‘Leven gevraagd, zuurstof overbodig.’
Louisa:
‘De zaak. Dan voelde ik dat ik leefde.’
Gina:
‘En vrienden?’
Louisa:
‘Och ge kent dat, koppels onder elkaar…bowlen, wijnfeesten, safari’s’
Gina:
‘Gesprek gevraagd: bezigheden overbodig.’
Louisa:
‘En toen op een blauwe maandag kwam onze Jan-Louis één en al glunder naar de winkel: ne kilo appeltjes; bomma (4e vinger). Hoezo bomma?’
Gina:
(zegt samen met Louisa) ‘Hoezo bomma?’
Louisa:
(lacht wrang) ‘En dat was 4. Nog geen maand later kreeg Jan twee zware hartaanvallen, wou hij de zaak, ons huis, alles verkopen en naar Spanje trekken, mijn eigen meid. Ik hoefde nooit meer te werken!’
Gina:
‘Geluk gevraagd: zon overbodig.’
Louisa:
‘Spanje, rentenieren (zucht) en dat is 5. Ik kon de zaak niet opgeven. Ik had niet genoeg fantasie. Wat moest ik dag in dag uit doen? Hyperventileren in de zon?’
Gina:
‘Gevoel gevraagd, hart overbodig.’
Louisa:
‘Ik heb voorgesteld om de winkel alleen te doen en dat hij dan thuis kon rusten en met zijn hobby’s bezig zijn.’
Gina:
‘Maar dat wou hij niet.’
Louisa:
‘Hij kreeg bijna een derde hartinfarct. Hij wou dat we meer tijd samen zouden doorbrengen en op cruise zouden gaan en een wereldreis onder ons tweetjes zouden maken en romantische etentjes aan de Seine en een gondel in Venetië en het enige wat ik in mijn hoofd kon horen, was (strekt haar 5e vinger uit) Hoezo genieten?’
Gina:
‘Oh Louisa, hoelang ben je getrouwd geweest?’
Louisa:
‘Bijna 25 jaar. We hebben de zaak laten schatten en het huis. Jan wou of kon niets meer van ons leven zien. Ik heb hem uitgekocht. De zaak uitgebreid en dag en nacht gewerkt. En dat is zes: hoezo mijn eigen zaak.’
Gina:
‘En Jan?’
Louisa:
‘Nooit meer iets van gezien of gehoord.’
Gina:
(zucht en schudt haar hoofd) ‘Wist je toen al’
Louisa:
‘Nee, ik dacht, wat zeg ik, ik was ervan overtuigd dat ik een doodnormaal leven leidde en dat Jan, overgevoelig geworden was door z’n attackskes.’
Gina:
‘Verstand gevraagd, hersenen overbodig.’
Louisa:
‘Mijn wereld stortte in. Ik besef dat nu ook en hij was wel een lieve man. Alleen’
Gina:
‘Hadden jullie nooit mogen trouwen.’
Louisa:
‘Dat is zo.’
Gina:
‘En hoe?’
Louisa:
‘Eén van mijn klanten.’
Gina:
‘Natuurlijk. Wie anders.’
Louisa:
‘Da’s juist. Ik zag alleen maar klanten. Toen kreeg ik het ineens Spaans benauwd zo ineens. Het heeft lang geduurd voor ik mijn vapeurs aan een klant koppelde.’
Gina:
‘Dat ken ik, dat had ik ook met Roos.’
Louisa:
‘En mijn klamme handjes en mijn rood worden, en dan warm en koud krijgen ik dacht echt dat ik in den overgang zat.’
Gina:
‘Dat is ook nen overgang.’
Louisa:
‘Een persoonsgebonden overgang dan.’
Gina:
‘Ja zo eentje van tien minuutjes per week?’
Louisa:
‘Neenee. Ze at veel fruit en groenten..’
24
Gina:
‘Ah een biopotje.’
Louisa:
‘In het begin had ik het niet door. Ongelooflijk wat ik allemaal uitstak. Eén keer heb ik haar zelfs een kilo pruimen gegeven terwijl zij appels had gevraagd.’
Gina:
‘Hints?’
Louisa:
‘Dat was mij nog nooit overkomen. Ik was ook heel kortaf naar haar, op het botte af. Ik herkende mezelf niet. Plots besefte ik dat die 2 vriendelijke gasten, een koppel waren. Toen zei een klant van mij schat tegen een andere vrouw. Ineens waren al mijn klanten precies lesbisch of homo.’
Gina:
‘Ja wij eten gezond.’
Louisa:
‘Ik begon te dromen over Paulette, mijn beste vriendin vroeger. Wij waren onafscheidelijk. Zij is ook getrouwd, nog steeds denk ik.’
Gina:
‘En langzaam begon je je af te vragen of je misschien, eventueel.’
Louisa:
(steekt twee handen op) ‘Hoezo lesbisch. En dat is 7.’ (als het kan de zaal mee laten zeggen)
Gina:
‘En de klant?’
Louisa:
‘Ik ben lang verliefd op haar geweest. Maar ik durfde niets te vragen. Mijn zaak kon ik niet riskeren. Ik voelde mij zo al bekeken.’
Gina:
‘Heeft ze het ooit geweten?’
Louisa:
‘Nee en maar goed ook. Want op ne keer stond ze samen met haar man in de zaak.’
Gina:
‘Ai, pijnlijk.’
Louisa:
‘Maar ook duidelijk. Smoorverliefd waren die 2. Ik dacht dat wil ik ook voelen.’
Gina:
‘Ja, dat is een geschenk.’
Louisa:
‘Als ik jou en Roos zie, dan ben ik tegelijkertijd gelukkig en jaloers. Ik gun het jullie hé, maar ik wil het ook voelen, ook iemand hebben waarmee ik intens gelukkig kan zijn.’
Gina:
‘Dat komt nog.’
Olga:
(komt binnen) ‘Wat komt nog?’
Louisa:
(bravouregedrag) ‘De bevestiging van de hotelreservaties.’
Olga:
‘En keek je daarom zo zo…’
Louisa:
‘Ik heb geen zin om met z’n tienen de nacht in het busje te moeten doorbrengen. Jij wel?’
Olga:
‘Enfin ik kom jullie vragen of jullie het zien zitten om een deel van de kelder om te bouwen tot artistieke ruimte.’
Louisa:
‘Artistiek hol eerder.’
Olga:
(verontwaardigd) ‘Ruimte.’
Louisa:
‘Daar zijn geen ramen, ’t is daar donker, muf, de muren zijn grijs.’
Olga:
‘Andreas gaat een plan uittekenen waarin ramen zitten en hoe we met het licht moeten spelen.’
Louisa:
‘Ah gaan we nu met het licht spelen.’
Olga:
(geïrriteerd) ‘Andreas zegt dat er alleen maar noorderlicht mag komen.’
Louisa:
‘Dat wordt dan (nadrukkelijk) een koud kunstje.’
Olga:
(geïrriteerder) ‘Andreas gaat ook bekijken hoe we de ruimte kunnen verwarmen, de vloer moeten bekleden’
Louisa:
‘Amaai Andreas.’
Olga:
‘hoe we er een gezellige ruimte van moeten maken.’
Louisa:
‘Tjonge goeie ouwe Andreas.’
Olga:
‘Andreas, Louisa, heeft heel haar leven een bouwbedrijf gerund.’
Louisa:
‘En Jo dan?’
Olga:
(sissend) ‘Samen met haar man Jo, ja. Enfin we kunnen haar expertise heel goed gebruiken. We mogen blij zijn dat we zo iemand als Andreas in onze groep
25
hebben.’
Louisa:
‘Oh wat zijn we blij, blij, blij.’
Olga:
‘Het enige wat ik nu van jullie moet weten, is of jullie het goed vinden dat we de kelder als artistieke RUIMTE gaan inrichten. Dan kan Andreas al een voorstel uitwerken.’
Gina:
‘Uitstekend idee, Olga, ik ben benieuwd wat Andreas ervan gaat maken.’
Louisa:
(scandeert) ‘Andreas!’
Olga:
‘Goed, dan ga ik verder naar de anderen.’ (staat op en gaat af maar vooraleer ze verdwijnt zegt ze) ‘Enneu, praat nu maar verder over wat er nog moet komen. Bevestiging van hotelreservaties. Ik ben niet van gisteren.’
Louisa:
‘De groetjes aan Andreas.’
DOEK
26